• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Verdoving: plaatselijke verdoving

Print 

Een operatie of onderzoek kan onder narcose (algehele anesthesie) of plaatselijke verdoving (regionale anesthesie) worden uitgevoerd. Bij een plaatselijke verdoving wordt een deel van uw lichaam gevoelloos gemaakt.

Operaties aan onderbuik, benen en armen kunnen onder narcose of met een plaatselijke verdoving worden gedaan. De anesthesioloog bespreekt met u wat voor u het meest geschikt is. Het soort ingreep dat u moet ondergaan, uw conditie en de uitslag van eventuele onderzoeken, zijn hierbij van invloed.

Als een plaatselijke verdoving onvoldoende werkt, kan er alsnog besloten worden u narcose te geven.

Voordelen plaatselijke verdoving

  • U blijft tijdens de ingreep wakker. Vindt u het prettiger om te ‘slapen’ tijdens de ingreep, dan kunt u een slaapmiddel krijgen via een infuus. U valt dan in een lichte slaap en bent gemakkelijk te wekken als de operatie klaar is.
  • Misselijkheid na de operatie komt veel minder vaak voor dan bij een narcose. Ook kunt u sneller weer eten en drinken.

Nadeel plaatselijke verdoving

U kunt het verdoofde lichaamsdeel een tijd niet bewegen. Bij verdoving van uw onderlichaam is ook uw blaas een aantal uren verdoofd. Hierdoor voelt u niet goed wanneer u moet plassen. Op de recovery (uitslaapkamer) wordt uw blaas daarom regelmatig met een scan bekeken. Dreigt uw blaas overvol te raken en lukt het niet om zelf te plassen, dan wordt uw blaas geleegd met een katheter. Dit doet geen pijn, want u bent nog verdoofd.

Soorten plaatselijke verdoving

Spinale en epidurale anesthesie worden gebruikt bij ingrepen aan het onderlichaam. Bij ingrepen aan de arm of hand kunt u met een Bier’s-blok of Plexus-blok worden verdoofd.

Spinale anesthesie

Spinale anesthesie is een verdoving die geschikt is voor korte ingrepen in de onderbuik of aan de benen. Via een prik in uw rug (ruggenprik) wordt een verdovend middel ingespoten. De verdoving gaat als volgt:

  • U gaat op de rand van de operatietafel zitten met uw benen naar beneden. Uw voeten zet u op een voetenbankje.
  • Een anesthesiemedewerker ondersteunt u en vraagt u voorover tegen hem of haar aan te leunen. Het onderste deel van uw rug is nu rond waardoor de anesthesioloog makkelijk tussen de uitsteeksels van uw wervels door kan prikken. Kunt u niet zitten, dan wordt de ruggenprik gegeven terwijl u op uw zij ligt.
  • U krijgt een injectie zodat uw huid wordt verdoofd. Van de ruggenprik zelf voelt u dan niets.
  • Als de naald op de goede plaats zit, wordt het verdovingsmiddel ingespoten. Daarna wordt de naald eruit gehaald en wordt u gevraagd te gaan liggen.
  • Enkele minuten na het inspuiten van het verdovingsmiddel heeft u geen gevoel meer van uw navel tot uw tenen. U kunt uw onderlichaam en benen dan niet meer bewegen.
  • Na de ingreep duurt het twee tot vier uur voordat het gevoel terugkomt en u uw benen weer kunt bewegen.

Sommige patiënten krijgen van de spinale anesthesie hoofdpijn. Dit kan tot 24 uur na de verdoving. Krijgt u hoofdpijn, waarschuw dan de verpleegkundige of zaalarts. Zij nemen dan contact op met de anesthesioloog.

Epidurale anesthesie

Deze verdoving is geschikt voor operaties in de onderbuik of aan de benen die langer dan een uur duren. De verdoving gaat als volgt:

  • Net als bij spinale anesthesie krijgt u een ruggenprik. Er wordt nu alleen iets minder diep geprikt.
  • Via de epiduraalnaald wordt een slangetje in de ruimte rond uw ruggenmerg geschoven. Het slangetje heet 'epiduraal katheter. Als de katheter op de goede plaats zit, wordt de epiduraalnaald verwijderd. De anesthesioloog spuit daarna het verdovingsmiddel in.
  • Na vijftien tot dertig minuten is de verdoving ingewerkt. U bent dan verdoofd van uw navel tot uw tenen. U kunt uw onderlichaam en benen niet meer bewegen.
  • Door de katheter kunt u tijdens en na de ingreep extra verdoving krijgen toegediend.
  • Moet de pijnbestrijding na de ingreep door blijven gaan, dan kan de epiduraal katheter blijven zitten. U krijgt dan ook een blaaskatheter. Dit omdat uw blaas is verdoofd en u niet voelt dat u moet plassen.
  • Als u geen epidurale pijnbestrijding meer nodig heeft, wordt de katheter verwijderd. Na twee tot vier uur is de verdoving uitgewerkt en kunt u uw benen weer bewegen.

Combinatie algehele en epidurale anesthesie

Sommige operaties veroorzaken veel napijn. Met name ingrepen in de bovenbuik en borstholte. Deze operaties worden uitgevoerd onder narcose en om de napijn te verminderen krijgt u een epiduraal katheter. De anesthesie verloopt als volgt:

  • Voordat u onder narcose wordt gebracht, brengt de anesthesioloog de epiduraal katheter in. Om te testen of de katheter goed zit, spuit de anesthesioloog een testdosis in.
  • Hierna wordt u onder narcose gebracht met een slaapmiddel dat u door een infuus krijgt toegediend.
  • Na afloop van de operatie wordt u wakker gemaakt en naar de recovery (uitslaapkamer) of intensive care (IC) gebracht. Ook is het mogelijk dat u slapend naar de IC wordt gebracht. Via de epiduraal katheter is tijdens de operatie begonnen met het toedienen van pijnmedicatie. Ook na de operatie krijgt u continu een middel tegen de pijn toegediend.
  • Op de verpleegafdeling wordt de pijnbestrijding via de katheter nog drie tot zeven dagen voortgezet. De duur van de pijnbestrijding is afhankelijk van de duur en ernst van de te verwachten pijn. De pijnbestrijding wordt geleidelijk afgebouwd op basis van uw pijnklachten.

Deze vorm van pijnbestrijding heeft nadelen. U kunt last krijgen van bijwerkingen als slaperigheid, jeuk of misselijkheid. Meestal zijn deze bijwerkingen niet zo hevig. Ook kan ook uw bloeddruk dalen. U krijgt dan via een infuus extra vocht. En als u de epiduraal katheter heeft, heeft u ook een blaaskatheter nodig. Uw blaas is namelijk verdoofd, waardoor u niet voelt dat u moet plassen.

Bier’s-blok

Deze verdoving kan gebruikt worden bij ingrepen aan de arm of hand die dertig tot zestig minuten duren. De verdoving gaat als volgt:

  • U krijgt een infuusnaald in uw hand of arm die geopereerd moet worden. In uw andere hand krijgt u ook een infuusnaald, voor het geval er medicijnen ingespoten moeten worden.
  • Om de te opereren arm wordt een bloedleegtemanchet aangebracht. Met een speciale zwachtel wordt uw arm bloedleeg gemaakt.
  • De manchet wordt opgepompt en via het infuus krijgt u een verdovingsmiddel ingespoten.
  • Na tien minuten werkt de verdoving. Uw hele arm en hand zijn gevoelloos. U kunt ze niet bewegen.
  • Na afloop van de operatie wordt de druk in de manchet losgelaten. Het bloed stroomt weer terug in uw arm en hand. Binnen twee minuten is de verdoving uitgewerkt.
  • Krijgt u pijn nadat de verdoving is uitgewerkt, dan kunt u de verpleegkundige om een pijnstiller vragen.

Plexus-blok

Bij operaties aan uw hand of arm die langer dan een uur duren, kan een Plexus-blok worden gebruikt. De verdoving gaat als volgt:

  • De anesthesioloog geeft u met een speciale naald kleine schokjes in uw hals, oksel of net onder uw sleutelbeen. Op deze manier kan hij de plaats vinden waar het verdovingsmiddel moet worden ingespoten.
  • Het verdovingsmiddel wordt ingespoten en werkt na een half uur tot een uur. U heeft dan geen gevoel meer in uw schouder, arm en hand en kunt ze niet meer bewegen.
  • Het duurt enkele uren voordat de verdoving is uitgewerkt. Binnen maximaal twaalf uur heeft u het gevoel weer terug in schouder, arm en hand.
  • Krijgt u pijn nadat de verdoving is uitgewerkt, dan kunt u de verpleegkundige om een pijnstiller vragen.
'

Meer informatie

Als u vragen heeft over uw verdoving, dan kunt u deze stellen aan de anesthesioloog. U bezoekt de anesthesioloog op de Preoperatieve Poli Anesthesiologie (POPA) of hij komt de dag voor de operatie bij u langs.