• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Stent: buisje in vernauwde slagader

Print 

Uw behandelende arts heeft u verwezen naar de afdeling Radiologie voor het plaatsen van een stent. Een stent is een soort gaasbuisje van metaaldraad met aan de binnenkant een vochtdichte voering. De stent wordt ingebracht in een vernauwde slagader. Daar zet het buisje zich uit, waardoor het de vernauwde ader oprekt en het bloed er weer goed doorheen kan stromen.Verschillende soorten stents
Op de afdeling Radiologie doen radiologen en medisch beeldvormings en bestralingsdeskundigen (MBB-ers) verschillende soorten diagnostisch onderzoek. Diagnostisch onderzoek heeft tot doel vast te stellen wat de oorzaak is van uw klachten. Daarnaast verrichten de radiologen ook bepaalde behandelingen, waaronder het plaatsen van een stent.

Hulpmiddelen bij behandeling

Een röntgenafbeelding is een afbeelding van de binnenkant van uw lichaam. Om deze afbeelding te maken, gebruikt de radioloog een geringe hoeveelheid röntgenstraling. Daarnaast werkt hij bij deze behandeling met een jodiumhoudend contrastmiddel. Dit is nodig om uw aders zichtbaar te maken met röntgenstralen. Dit middel heeft soms bijwerkingen in de vorm van lichte overgevoeligheidsreacties zoals roodheid, jeuk of blaasjes. Deze kunnen zich overal op uw lichaam voordoen. U merkt dit direct na het toedienen van het contrastmiddel of de volgende dag. Meestal trekken de bijwerkingen na een paar dagen weer weg.

Zijn de bijwerkingen niet na een paar dagen verdwenen en vertrouwt u het niet, neem dan contact op met uw behandelende arts. Vertel hem dat u een radiologisch contrastmiddel ingespoten heeft gekregen. Het is van belang dat de afdeling Radiologie ook weet dat de bijwerkingen bij u niet na een paar dagen verdwijnen. Breng daarom de afdeling ook op de hoogte. U kunt hiervoor bellen met (050) 361 23 05. Ook is het verstandig het te melden wanneer er in de toekomst opnieuw een radiologisch onderzoek nodig is waarbij met een jodiumhoudend contrastmiddel wordt gewerkt.

Voorbereiding

Voor deze behandeling is het nodig dat u nuchter bent. Dit betekent dat u vier uur voor het onderzoek niet mag eten, drinken en roken. Vaak is het nodig dat u voor deze behandeling onder narcose gaat. Uw behandelende arts informert u hierover.

Astma, bronchitis en hooikoorts gaan vaak samen met een allergie voor jodiumhoudende contrastmiddelen. Heeft u last heeft van één van deze aandoeningen? Vertel dit de MBB-er of arts vóór het onderzoek. Zij willen ook weten of u overgevoelig bent voor medicijnen, jodiumhoudende contrastmiddelen of bepaald voedsel.

Voorbereidingen bij suikerziekte

U mag vier uur voor de behandeling niets meer eten of drinken. Neem contact opneemt met uw behandelende arts voor een eventuele aanpassing van uw dieet en/of insulinedosis voor de dag van het onderzoek.

Voorbereidingen bij medicijngebruik

Als u medicijnen gebruikt, hoeft u hier voor de behandeling niet mee te stoppen. U kunt ze gewoon innemen met weinig water of thee zonder melk of suiker. Gebruikt u antistollingmedicijnen (bijvoorbeeld Sintrom of Ascal), overleg dan met de arts die ze heeft voorgeschreven of u er voor de behandeling mee kunt stoppen. Een controle van de stollingstijd van uw bloed is altijd nodig, ongeacht of u tijdelijk stopt met uw medicijn. Een laborant neemt wat bloed af voor deze controle.
De uitslag van deze controle kan betekenen dat het onderzoek niet doorgaat. In die gevallen volgt overleg met uw arts.

Voorbereidingen bij zwangerschap en borstvoeding

Ongeboren kinderen zijn gevoelig voor röntgenstraling. Bent u (mogelijk) zwanger, , neem dan vóór de behandeling contact op met de afdeling Radiologie op het telefoonnummer (050) 361 20 88. Soms wordt de behandeling in overleg met uw behandelend arts uitgesteld.
Uw lichaam neemt het jodiumhoudende contrastmiddel op. Het komt daardoor ook in uw moedermelk terecht. Geef daarom geen borstvoeding tot 24 uur nadat u het contrastmiddel heeft gekregen.

Behandeling

U wordt naar de afdeling Radiologie gebracht. U krijgt hier eerst een uitleg over de behandeling.Daarna gaat u op de onderzoekstafel liggen. De behandeling begint met inbrengen van een katheter (dun slangetje) die de radioloog gebruikt om het contrastmiddel in uw slagaderen in te spuiten. U krijgt deze katheter waarschijnlijk in uw lies. Er is een klein kans dat dit niet lukt. Dan brengt de radioloog de katheter via uw arm in.

Als u de katheter in uw lies krijgt, brengen de radioloog en de MBB-er samen de katheter in. De en MBB-er ontsmet de huid in uw lies. Daarna krijgt u een verdovingsprik die even pijn kan doen. Vervolgens maakt de radioloog een kleine opening in uw huid en prikt de slagader aan met een naald. Ondanks de verdoving kan dit een drukkend gevoel in de lies geven. De radioloog schuift nu de katheter door de naald in uw slagader en brengt het einde van de katheter in de te onderzoeken slagader. Dit merkt u nauwelijks.  

Ligt de katheter op de goede plaats, dan spuit de radioloog het contrastmiddel in. Het contrastmiddel veroorzaakt een warm gevoel in uw hoofd, keel en buik. Dit gaat na enkele minuten over.katheter
Na het inspuiten maakt de radioloog röntgenafbeeldingen om te controleren of de katheter op de juiste plaats ligt. Als de katheter goed ligt, vervangt de radioloog deze door een tweede katheter, waarmee hij de stent naar de vernauwing in uw slagader brengt. Als de stent daar, is schuift de radioloog hem uit de katheter. Vervolgens maakt hij weer controleafbeeldingen om na te gaan of de stent op de juiste plaats ligt.

Soms is het nodig ook nog röntgenafbeeldingen van andere bloedvaten te maken of nog een stent te plaatsen. Dan haalt de radioloog de katheter waar de eerste stent in heeft gezeten eruit en brengt een nieuwe in. Als het nodig blijkt nog een stent te plaatsen, dan gebeurt dit op dezelfde wijze als bij de eerste stent.

Als de ingreep klaar is verwijdert de radioloog de katheter. De radioloog en de MBB-er verbinden vervolgens het wondje. De een drukt het gaatje in uw lies tien á vijftien minuten dicht, terwijl de ander het verband aanlegt. Dit verband blijft 24 uur zitten. Soms wordt een "plug" (angio-seal) gebruikt. Dit is een soort lijmpropje dat het prikgat afdicht. Dit wordt weer met een pleister afgesloten. Welke methode gebruikt wordt, hangt onder andere af van ontstollingstijd en uw leeftijd. De behandeling duurt ongeveer vier uur.

Na de behandeling

Na de behandeling kunt u weer normaal eten en drinken. U moet na de behandeling vaker plassen. Het is verstandig extra te drinken om het vochtverlies aan te vullen. Na het onderzoek gaat u terug naar de afdeling waar u bent opgenomen.

Heeft u een drukverband? Om nabloeden van uw lies te voorkomen, is het van belang dat u de eerste 8 uur na het onderzoek bedrust houdt. U moet hiervan 2 uur op uw rug blijven liggen. Het is belangrijk dat de lies van het been waarin is geprikt zoveel mogelijk gestrekt blijft. Na  8 uur mag u uit bed, tenzij de radioloog u iets anders heeft verteld. Het is verstandig het rustig aan te doen. Na 24 uur mag het drukverband eraf. Het laat eenvoudig los tijdens het douchen of met een beetje wasbenzine of ether.  Bij een angio-seal moet u 4 uur bedrust houden, waarvan u de eerste 2 uur op uw rug blijft liggen. U krijgt van de MBB-er een instructiekaart met voorschriften waaraan u zich moet houden.  Als het wondje gaat bloeden, moet u de verpleegkundige. Het is mogelijk dat u op de plaats van de katheter een blauwe plek krijgt. Deze trekt vanzelf weer weg en kan geen kwaad.

In overleg met de zaalarts wordt bepaald wanneer u naar huis kunt. De verpleegkundige vertelt u hoe laat u precies weg mag, zodat u een afspraak kunt maken met degene die u op komt halen.

Uitslag

U krijgt de uitslag van het onderzoek van uw behandelende arts. Hij vertelt u ook wanneer en hoe u de uitslag krijgt.

Vragen

Heeft u vóór, tijdens of na het onderzoek nog vragen, dan kunt deze stellen. U kunt ook bellen naar (050) 361 20 88, van 8.30 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 16.30 uur.