• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Neuromodulatie als aanvullende behandeling

Print 

​​​​Neuromodulatie voor patiënten met ernstige klachten van pijn op de borst (angina pectoris), van wie de klachten onvoldoende met medicijnen verbeteren en voor wie er geen mogelijkheid is om de bloeddoorstroming in de kransslagaders te verbeteren zoals door "dotteren" of door het chirurgisch omleiden (bypass) van kransslagaders, zijn tot op heden weinig mogelijkheden om hun klachten gunstig te beïnvloeden. Iedere therapie die de kwaliteit van leven van deze patiënten verbetert, is de moeite waard nader beschouwd te worden. Neuromodulatie zou zo'n behandeling kunnen zijn. Sinds 1986 is in het toenmalige AZG een werkgroep bezig deze therapie toe te passen. De werkgroep bestaat uit medewerkers van de cardiologie, het Pijncentrum en de Neurochirurgie. Inmiddels zijn meer dan 700 patiënten verwezen en meer dan 400 patiënten met neuromodulatie in het UMCG behandeld.

Voor wie?

Patiënten die onder maximale medicamenteuze behandeling ernstige pijn op de borst hebben, op basis van kransvatlijden, en bij wie geen revascularisatie meer mogelijk is, komen in aanmerking voor neuromodulatie.

Om budgettaire redenen wordt met transcutane elektrische nerveuze stimulatie (TENS) begonnen. Indien hierop een duidelijke vermindering van de klachten optreedt, maar bijverschijnselen zoals huidirritatie verder behandeling belemmeren, wordt tot implantatie besloten. Een implantatie van een neurostimulator is vergelijkbaar met een pacemakerimplantatie. Het gebeurt onder locale verdoving. De stimulator wordt meestal in de zij geplaatst. Neuromodulatie gaat volgens een gestandaardiseerd protocol, waarbij de patië​nten 3 maal daags een uur, en zo nodig tijdens een angineuze aanval, hun geï​​mplanteerde neurostimulator met een magneet kunnen aanzetten.

Resultaten

Na vele studies is de effectiviteit van neuromodulatie inmiddels aangetoond op de kwaliteit van leven. De parameters voor evaluatie van de hartfunctie laten eveneens significante verbeteringen zien. Zo neemt bij de inspanningstesten de tijd tot angina pectoris en de inspanningsduur toe, terwijl er een vermindering is van het tekort aan zuurstof (de ischemie) optreedt bij maximale inspanning. Ook bij ambulatoire ECG registratie (Holter) is er en verbetering in de totale hoeveelheid zuurstofschuld (ischemie), het aantal episoden dat ischemie optreedt en de duur van de ischemie). Het idee is dat er een herverdeling van bloed optreedt als gevolg van neurostimulatie.

Vele studies tonen aan dat het angineuze pijn signaal niet volledig onderdrukt wordt. Zo blijven de patiënten een hartinfact voelen. Tenslotte is er een onderzoek gepubliceerd dat claimt dat patiënten die een hoog operatie risico hebben minstens zo goed met neurostimulatie behandeld kunnen worden.

Concluderend kan men stellen dat neurostimulatie een vermindering van de klachten geeft (effectief is) en hierdoor een verbetering in de kwaliteit van leven bewerkstelligt bij patiënten met voorheen ernstige onbehandelbare invaliderende angina pectoris. Bovendien blijkt neuromodulatie een anti-ischemisch effect te hebben. Behalve het primaire patiëntenbelang zou neurostimulatie als adjuvant therapie kostenbesparend kunnen werken door afname van het aantal ziekenhuisopnames, minder behoefte aan andere hulpmiddelen, en zelfs een afname van de medicatie consumptie waardoor minder bijwerkingen van conventionele therapie optreden. Tenslotte is het een veilige en reversibele behandeling.