• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Neuromodulatie bij bewegingsstoornissen

Print 

Neuromodulatie wordt toegepast bij patiënten met chronische aandoeningen, die leiden tot functievermindering en/of pijn. De behandeling is niet schadelijk en is desgewenst weer op te heffen. Het effect (en daarmee ook eventuele bijwerkingen) zijn door uw behandelaar in te stellen. De behandeling is bijzonder doelmatigheid als deze op goede indicatie en selectie wordt toegepast, maar wordt  vaak alleen gegeven als andere behandelingsmethoden gefaald hebben. Het is in principe een behandeling voor het leven.  

Aandoeningen die in aanmerking komen voor behandeling met neuromodulatie vinden hun oorzaak binnen of buiten het centrale zenuwstelsel. Belangrijkste symptomen zijn stoornissen in houding of beweging, pijn of gestoorde functie van een orgaan. Met name patiënten met  de ziekte van Parkinson, essentiële tremor (ritmische, trillende beweging) of dystonie (spanningsstoornis in de spieren) kunnen in aanmerking komen voor neuromodulatie.

Voordat een patiënt in aanmerking komt voor neuromodulatie krijgt u een uitvoerige screening. Daarbij wordt aandacht gegeven aan factoren als:

  • Leeftijd;
  • Lichamelijke en mentale conditie;
  • Beeldvorming van de hersenen;
  • Vaak een uitvoerig neuropsychologisch onderzoek;
  • Welke therapieën heeft u al gehad met welk resultaat.

 

Onderdeel van de screening is een uitgebreid gesprek met de verpleegkundig consulent, die de patiënt de behandeling uitlegt en een aantal bewegingstesten laat doen waarvan een video wordt gemaakt. Het behandelteam bespreekt daarna de resultaten van de screening om te beoordelen of de patiënt in aanmerking komt voor de operatie door een neurochirurg. Daarbij wordt ook de video over uw functioneren besproken.

De operatie

Afhankelijk van de precieze klachten wordt een bepaald gebied in de hersenen als doel voor de ingreep gekozen. In het gekozen doelgebied wordt een klein letsel gemaakt of een elektrode geplaatst die elektrische pulsjes afgeeft. Het plaatsen van de elektrode wordt ook wel stimulatie genoemd.

De operatie wordt onder plaatselijke verdoving verricht. Dit is noodzakelijk omdat de medewerking nodig is van de patiënt om de juiste plaats voor de stimulatie of het klein letsel te bepalen. De spraak, spierkracht, het gevoel en de oogbewegingen worden daarom tijdens de operatie door de neuroloog regelmatig gecontroleerd. Als de elektrode goed zit kan er direct een verminderde stijfheid gevoeld worden of is de tremor verdwenen of sterk afgenomen. In geval van stimulatie wordt tijdens een tweede operatie de elektrode onderhuids aangesloten op een zgn. pulsgenerator die de elektrische pulsjes genereert. Na de operatie wordt de patiënt bij herhaling gecontroleerd en wordt de elektrode ingesteld op de juiste stroomsterkte.