• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Tijdens de longrevalidatie: stap 3

Print 

Longrevalidatie bestaat uit vier stappen. De derde stap is de behandeling op locatie Beatrixoord van het UMCG Centrum voor Revalidatie.

Stap 3: Behandeling

Stap 3 in het longrevalidatietraject duurt negen weken. Meestal komt u elke week een aantal dagen of dagdelen naar locatie Beatrixoord om te revalideren. Als het nodig is, kunt u ook opgenomen worden tijdens de behandeling. Uw behandeling is aangepast op uw revalidatiedoelen en u volgt behandelmodules die u helpen die doelen te bereiken. Sommige modules zijn individueel, andere volgt u met een groep. Er zitten maximaal 8 patiënten in een groep.

U kunt bijvoorbeeld behandelmodules volgen die gericht zijn op:

  • Het verbeteren van uw conditie.
  • Het leren omgaan met uw aandoening en de gevolgen daarvan.
  • Het vinden van oplossingen voor praktische problemen op uw werk of in uw woning.
  • Leren waar uw grenzen liggen, deze herkennen en als het nodig is maatregelen nemen.


Revalideren vraagt inzet

U begint met de revalidatie omdat u dat zelf wilt, u wilt graag minder last hebben van uw chronische longaandoening. Om dat te bereiken is het belangrijk dat u gemotiveerd bent om uw leefstijl en gedrag te veranderen. Het veranderen van gedrag gaat niet vanzelf, maar het kan wel wanneer u zich ervoor inzet. Het revalidatieteam stimuleert u daarom een actieve rol te spelen in uw revalidatie en mee te denken om samen een oplossing voor uw probleem te vinden. Het is belangrijk dat u duidelijk aan de behandelaars aangeeft hoe het met u gaat, wat u aankunt, en waar u behoefte aan heeft. Het revalidatieteam kan de behandeling daar eventueel op aanpassen. Zo leert u zelf de verantwoordelijkheid te nemen over uw mogelijkheden en vertrouwen te krijgen in uw eigen oordeel.

Tijdens twee behandelplanbesprekingen bespreekt u met het revalidatieteam de aanpak en de voortgang van uw revalidatie. Dit overleg heeft u in de vierde en de achtste week van uw behandeling.

Revalideren en de vertaalslag naar thuis

Uw revalidatietraject is altijd gericht op uw situatie thuis en hoe u daar zo zelfstandig en prettig mogelijk kunt leven. Daarom kijkt het revalidatieteam vanaf de start van uw revalidatie samen met u naar geschikte nazorg voor thuis. U gaat bijvoorbeeld tijdens uw revalidatie op zoek naar activiteiten of hobby’s  die u thuis kunt doen. U start al tijdens de revalidatie met deze activiteiten zodat het revalidatieteam u daarbij kan begeleiden. Doordat u meteen met de activiteiten start kunt u de resultaten van de revalidatie en de informatie die u van het revalidatieteam gekregen heeft beter vasthouden. Tijdens uw revalidatie oefent en traint u ook verschillende vaardigheden die u thuis nodig hebt. U kunt hierbij denken aan ademhalingstechnieken, buk- en tiltechnieken en (huishoudelijk) werk. Maar ook aan het herkennen van lichaamssignalen en daarnaar leren handelen. Het uitproberen van deze vaardigheden doet u in het Centrum voor Revalidatie. Daarnaast vraagt het revalidatieteam u deze vaardigheden thuis uit te proberen, omdat u thuis sneller merkt of u hulpmiddelen of zorg nodig heeft.

Uw familie of andere naasten

Het revalidatieteam vindt het belangrijk uw naasten te betrekken bij uw revalidatie. U kunt een familielid, partner of iemand anders die voor u belangrijk is uitnodigen om op een meeloopdag kennis te maken met uw behandelaars en met het revalidatieprogramma. Deze persoon ontvangt ook een uitnodiging voor een groepsvoorlichting. In deze groepsvoorlichting krijgt uw familielid of naaste informatie over longrevalidatie en geven behandelaars uitleg en voorlichting. Tijdens revalidatieplanbesprekingen kan het ook prettig zijn dat  deze persoon aanwezig is. 

Uw hoofdbehandelaar

Tijdens het revalidatietraject is de longarts van het Centrum voor Revalidatie uw hoofdbehandelaar. Als het revalidatietraject is afgesloten, gaat u terug naar uw eigen longarts. Als u tijdens het revalidatietraject een controleafspraak bij uw eigen longarts heeft, dan kunt u deze uitstellen tot na de revalidatie.

Stoppen met roken

Roken is zeer schadelijk, vooral voor longpatiënten. In het gebouw en op het terrein van het Centrum voor Revalidatie mag niet worden gerookt. Daarom is het verstandig dat u stopt met roken voordat de revalidatie begint. We begrijpen dat dit niet altijd lukt. Daarom kunt u tijdens uw revalidatietraject de motivatiecursus ‘Stoppen met roken’ volgen. De cursus is voor u geschikt wanneer u nog rookt of nog niet zo lang gestopt bent. Als u bijvoorbeeld nog rookt, kunt u een stoppoging doen en de cursus gaan volgen. Door te stoppen met roken verbetert uw conditie en voelt u zich fitter.