• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Hoortoestelaanpassing bij volwassenen

Print 

Slechthorendheid is een veel voorkomende aandoening. Wanneer een KNO-behandeling niet mogelijk is kan bij veel vormen van slechthorendheid het gehoor verbeterd worden met een hoortoestel. U kunt hiervoor bij het Audiologisch Centrum terecht.
Een akoepedist (gehoordeskundige) helpt u bij de aanpassing van een hoortoestel.

De klinisch fysicus-audioloog, de KNO-arts en de akoepedist onderzoeken eerst uw gehoor door middel van gehoortesten. Uitleg over de verschillende gehoortesten die kunnen worden uitgevoerd, is te vinden onder de kop ‘gehooronderzoeken’ in de blauwe balk bovenaan de pagina.
Op grond van de gehoortesten beoordeelt de akoepedist welk type hoortoestel het beste bij uw gehoor past en of het gewenst is om op één of beide oren een toestel te proberen.

Verschillende modellen

Er zijn verschillende modellen hoortoestellen:

  • In-het-oor-toestellen (IHO); bij deze toestellen zitten microfoon en luidspreker volledig in de gehoorgang. 
  • Achter-het-oor-toestellen (AHO); deze toestellen hangen aan de oorschelp en hebben een (op maat gemaakt) oorstukje in de oorschelp. 
  • Achter-het-oor-toestellen met een luidspreker in de gehoorgang (LIHO); deze toestellen zien er het zelfde uit als de AHO-toestellen maar hebben vaak een dunner slangetje.

 

Proefperiode

De akoepedist bespreekt met u wat de verschillen zijn en wat voor uw gehoor het beste model is. U krijgt een recept mee om hoortoestellen te bestellen bij een audicien bij u in de buurt. Na een proefperiode van een paar weken komt u voor controle terug in het Audiologisch Centrum. Hier wordt gecontroleerd of de toestellen goed staan ingesteld. Pas na een proefperiode hoeft u te besluiten of u de hoortoestellen wilt aanschaffen. Een deel van de kosten van de hoortoestellen wordt door uw zorgverzekering vergoed. In de brochure ‘Aanpassen van een hoortoestel’ (pdf) leest u hoe een hoortoestelaanpassing precies werkt.

Conventionele (luchtgeleidings) hoortoestellen versterken het geluid. De instelling van het hoortoestel wordt aangepast aan het gehoorverlies en de wensen van de patiënt.
Ook bij tinnitus (oorsuizen) en bij hyperacusis (overgevoeligheid voor geluid) kan versterking van geluid met behulp van een hoortoestel vermindering van de klachten geven.

BCD

Als een conventioneel luchtgeleidingshoortoestel geen optie is, bij geleidings- of gemengd gehoorverlies, kan een BCD uitkomst bieden. BCD staat voor Bone Conduction Device, een in het bot verankerd hoorsysteem). 

CI

Als het gehoorverlies zo groot is (geworden) dat een conventioneel hoortoestel niet (meer) werkt, is een Cochleair Implantaat (CI) soms een optie.