• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Geheugenproblemen

Print 

U heeft de indruk dat uw geheugen of het geheugen van uw partner, oude of familielid minder goed werkt dan vroeger. U heeft meer moeite om dingen te onthouden. Bijvoorbeeld namen, gezichten en telefoonnummers. Ook kan het zijn dat u niet meer weet hoe iets werkt, zoals de afstandsbediening van uw tv. Misschien kunt u niet meer op woorden kunt komen. Uw huisarts kan u dan voor onderzoek doorverwijzen naar het Universitair Centrum voor Ouderengeneeskunde (UCO).

Het onderzoek

Bij het UCO heeft u eerst een gesprek met de internist ouderengeneeskunde. Dit is een arts die gespecialiseerd is in de medische zorg voor ouderen. Hij vraagt u eerst naar uw gezondheid en doet een lichamelijk onderzoek. Hierbij wordt bloed afgenomen. Meestal wordt er ook een röntgenfoto van uw hart en longen gemaakt. Dit gebeurt om aandoeningen op te sporen die uw geheugenstoornis kunnen veroorzaken. Hierna onderzoekt de arts hoe uw geheugen werkt. Hij vraagt hij u om dingen te herhalen die hij eerder heeft uitgelegd. Ook kan hij u vragen een kleine opdrachten uit te voeren.

Meteen na het gesprek met de arts heeft u een afspraak met een verpleegkundige. Deze onderzoekt hoe u omgaat met praktische zaken als aankleden en boodschappen doen. Ook doet de verpleegkundige een korte geheugentest met u. Hiermeet kan vastgesteld worden of u naast geheugenstoornissen ook andere klachten heeft die op dementie wijzen.

Soms is er na deze onderzoeken nog steeds onduidelijkheid. Er is dan aanvullend onderzoek nodig. Dit zal zoveel mogelijk op dezelfde dag plaatsvinden. Het aanvullend onderzoek kan bestaan uit een uitgebreid neuropsychologisch onderzoek en/of een speciale foto, een scan, van uw hersenen. Voor het neuropsychologisch onderzoek wordt een afspraak gemaakt bij een neuropsycholoog. Dit onderzoek duurt 2-2,5 uur. Tijdens dit onderzoek doet de neuropsycholoog allerlei testen met u. Bijvoorbeeld het tekenen van figuurtjes, het maken van rekensommen en een soort puzzel.

Mogelijk wordt er ook een soort foto van uw hersenen gemaakt. Dit kan een CT-scan, een MRI-scan of een PET-scan zijn.

Uitslag

Voor de uitslagen van het onderzoek komt u op een andere dag terug bij het UCO. Tijdens het gesprek vertelt de u of er een behandeling mogelijk is of dat eerst verder onderzoek nodig is. Uw verwijzer, vaak uw huisarts, krijgt een brief over het onderzoek, het vervolg en eventuele behandelmogelijkheden.

Het onderzoek van uw geheugen kan één van de volgende uitslagen hebben:

  • Uw geheugen is niet slechter dan u op grond van uw leeftijd mag verwachten.
  • Uw geheugenklachten zijn het gevolg van een lichamelijke aandoening. De geheugenstoornissen kunnen bijvoorbeeld een symptoom zijn van een schildklierziekte.
  • U heeft een zogenaamde mild cognitive impairment (MCI). Dit betekent dat uw geheugen minder goed werkt dan bij uw leeftijdgenoten.
  • U heeft dementie.

Er is overigens pas sprake van dementie als u naast geheugenstoornissen ook problemen heeft met andere functies die nauw verwant zijn aan uw geheugen. Deze klachten mogen bovendien geen andere oorzaak hebben. Ze mogen bijvoorbeeld geen bijwerking zijn van een medicijn dat u gebruikt. U heeft dementie als u 2 van de volgende 4 klachten heeft:

  • U heeft geheugenstoornissen.
  • U heeft moeite met het vinden van woorden (afasie), met het doen van dingen zoals wassen en aankleden (apraxie) of met het herkennen van personen of dingen (agnosie). U herkent bijvoorbeeld uw buurman niet meer.
  • U bent trager in uw denken en handelen.
  • U weet niet meer hoe bepaalde dingen werken zoals de afstands​​bediening van de tv of het koffiezetapparaat. Ook kan het zijn dat u moeite heeft met autorijden.

Behandeling

Als uw geheugenklachten het gevolg zijn van een lichamelijke aandoening. dan wordt de onderliggende ziekte behandeld. Dit is bijvoorbeeld zo als u een schildklierziekte heeft.

Een MCI is niet te genezen. Er zijn wel trucs te leren om beter met uw geheugenklachten om te gaan.

Ook dementie is niet te genezen. Meestal wordt de ziekte in de loop van de tijd erger. Met de juiste verzorging is het wel mogelijk de gevolgen van dementie op te vangen. De verpleegkundige schat daarom in welke verzorging u nu en in de toekomst nodig heeft. Hij stelt hierover een advies op voor uw huisarts. Uw huisarts vraagt vervolgens de benodigde zorg aan.

Soms is het mogelijk om de aandoening te vertragen met medicijnen. Deze behandeling wordt niet vaak gebruikt. Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat maar 1 op 20 patiënten er baat bij heeft. En 8 van de 20 mensen hebben last van bijwerkingen van de medicijnen. Deze bijwerkingen zijn niet erg, maar wel vervelend. Vaak gaat het om misselijkheid en minder eetlust. U bepaalt samen met uw arts of de voordelen van de medicijnen voor u opwegen tegen de nadelen.

Na afloop

Het UCO biedt een nazorgtraject. Dit is vooral bedoeld voor degene die u verzorgt. Uw verzorger krijgt tijdens dit traject praktische tips over de omgang met uw aandoening. Ook kan hij of zij emotionele ondersteuning krijgen.