• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Drainage van een abces

Print 

Uw behandelende arts heeft u verwezen naar de afdeling Radiologie voor een drainage van een abces. Een abces is een met pus gevulde holte, die is ontstaan door een ontsteking. Bij een abcesdrainage prikt de radioloog de holte aan zodat de pus kan weglopen.

Hulpmiddelen bij het onderzoek

Apparaatjes genaamd echotasters

Meestal bepaalt de plaats waar hij moet prikken met een echografie. Tijdens een echografie ‘kijkt’ de radioloog of MBB-er met geluidgolven in uw lichaam. Dit is pijnloos en de geluidgolven kunt u niet horen of voelen.

Soms is het niet mogelijk om de plaats met een echografie te bepalen. Dan maakt een MBB-er een CT-scan om de ligging van het abces te bepalen. Een CT-scan is een soort röntgenafbeelding. De CT-scanner ziet eruit als een korte tunnel. U ligt bij het maken van de CT-scan op een tafel die langzaam en gelijkmatig door de korte tunnel schuift. Terwijl u door de tunnel schuift maakt een computer de CT-scan.

CT Scanner apparaat

Om de CT-scan te maken gebruikt een MBB-er een geringe hoeveelheid röntgenstraling. Daarnaast wordt gewerkt met een jodiumhoudend contrastmiddel om het abces zichtbaar te maken voor de röntgenapparatuur. Dit middel heeft soms bijwerkingen in de vorm van lichte overgevoeligheidsreacties op uw hele lichaam, zoals roodheid, jeuk of blaasjes. U merkt dit direct na het toedienen van het contrastmiddel of de volgende dag. Meestal trekken de bijwerkingen na een paar dagen weer weg.

Zijn de bijwerkingen niet na een paar dagen verdwenen en vertrouwt u het niet, neem dan contact op met uw behandelende arts. De afdeling Radiologie moet ook weten dat de bijwerkingen bij u niet na een paar dagen verdwijnen. Bel de afdeling op (050) 361 23 05. Ook is het verstandig dit te melden als in toekomst weer een radiologisch onderzoek krijgt waarbij met een jodiumhoudend contrastmiddel wordt gewerkt.

Voorbereiding

Voor dit onderzoek moet u nuchter zijn. Dit betekent dat u vier uur voor het onderzoek niets mag eten, drinken en roken.

Voorbereidingen bij medicijngebruik

Als u medicijnen gebruikt, dan mag u die voor het onderzoek innemen met een beetje water, ook als u nuchter moet blijven.

Voorbereidingen bij zwangerschap

Ongeboren kinderen zijn gevoelig voor röntgenstraling. Bent u (mogelijk) zwanger, neem dan vóór het onderzoek contact op met de afdeling Radiologie op het nummer (050) 361 23 05. Soms wordt het onderzoek in overleg met uw arts uitgesteld.
Uw lichaam neemt het jodiumhoudende contrastmiddel op. Het komt daardoor in uw moedermelk terecht. Het is daarom niet verstandig borstvoeding te geven in de eerste 24 uur nadat u het contrastmiddel heeft gekregen.

Voorbereidingen bij suikerziekte

Als u suikerziekte heeft en daarvoor een dieet volgt en/of insuline gebruikt, is het mogelijk nodig dat u contact opneemt met uw behandelende arts. Dit kan nodig zijn omdat vier uur lang niet eten invloed heeft op uw bloedsuikerspiegel.

Onderzoek

De MBB-er of zorgbegeleider haalt u op uit de wachtkamer en brengt u naar de onderzoekskamer. U krijgt hier eerst uitleg over het onderzoek.

De behandeling begint met het bepalen van de plaats van het abces met een echografie. De MBB-er of radioloog smeert een gel op uw huid die het geluid van het echoapparaat beter geleidt. Daarna zoekt de radioloog de juiste plaats voor de punctie door met het echoapparaat langzaam over uw lichaam te strijken.

Soms bepaalt de radioloog de plaats van het abces met een CT-scan omdat de echografie geen duidelijk beeld geeft. U krijgt dan een nieuwe afspraak voor een CT-scan, tenzij u om medische redenen direct onderzocht moet worden.

Als de precieze ligging van het abces bekend is, desinfecteert en verdooft de radioloog de plaats waar hij de katheter (dun slangetje) inbrengt. Daarna maakt hij op die plaats een sneetje en brengt een katheter in. Dit kan pijnlijk zijn omdat de verdoving alleen uw huid verdooft. Als de katheter is geplaatst, kan de pus erdoor weglopen. De behandeling duurt 30 tot 45 minuten.

Na het onderzoek

Na de behandeling mag u terug naar de afdeling waar u bent opgenomen. Via de verpleging krijgt u het tijdstip van de vervolgafspraak door. Een buisje pus wordt voor onderzoek naar het laboratorium gestuurd.

Uitslag

U krijgt de uitslag van het onderzoek van uw behandelende arts. Hij vertelt u ook wanneer en hoe u de uitslag krijgt.

Vragen

Heeft u vóór, tijdens of na het onderzoek nog vragen, dan kunt deze gerust stellen. U kunt ook bellen tussen 8.00 en 9.30 uur met nummer (050) 361 23 05.