• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Bloeddruk, hoog

Print 

Hoge bloeddruk, ook wel hypertensie genoemd, komt voor bij ongeveer een kwart van de volwassen bevolking. Over het algemeen stijgt de bloeddruk met de leeftijd: hoge bloeddruk komt daardoor meer voor bij ouderen.

Meten van de bloeddruk

Wanneer de bloeddruk wordt gemeten, worden er altijd twee waarden gemeten: de bovendruk (systolische druk) en de onderdruk (diastolische druk). De bovendruk is de druk wanneer het hart samentrekt, en de onderdruk is de druk wanneer het hart ontspant.

Bloeddruk wordt uitgedrukt in millimeters kwik (mmHg), omdat in ouderwetse bloeddrukmeters de druk werd gemeten door middel van een kwikkolom. We spreken van hoge bloeddruk bij een waarde boven 140/90 mmHg. Bij gezonde 60-plussers wordt 160/90 aangehouden. Vaak geeft de verhoogde bloeddruk geen klachten, waardoor een hoge bloeddruk niet altijd wordt ontdekt.

Thuismeting

De bloeddruk kan flink schommelen, waardoor de bloeddruk tijdelijk hoger kan zijn door stress en spanning. Daarom wordt de diagnose hypertensie niet gesteld op grond van een enkele bloeddrukwaarde, maar pas wanneer meerdere malen op verschillende dagen een te hoge bloeddruk wordt gemeten. Bij sommige mensen gaat de bloeddruk sterk omhoog door het meten in de spreekkamer: we spreken dan van ‘witte-jassen-hypertensie’. Het is dan zinvoller om de bloeddruk te meten in de thuissituatie, het liefst door de patiënt zelf, omdat de thuismeting in zo’n geval een betrouwbaarder beeld geeft van de werkelijke bloeddruk.

Aanleg

Bij de meeste patiënten wordt voor hoge bloeddruk geen speciale oorzaak gevonden: de hoge bloeddruk is dan het gevolg van (een combinatie van) aanleg, ongezonde leefgewoonten en leeftijd. Factoren die kunnen leiden tot een hoge bloeddruk zijn overgewicht en een ongezond voedingspatroon met teveel zout. Soms is overmatig dropgebruik de oorzaak. Ook orale anticonceptiva (de pil) en veelvuldig gebruik van bepaalde pijnstillers (NSAIDs, vrij verkrijgbaar bij drogist) kunnen bloeddrukverhogend werken. Bij patiënten met een nierziekte komt hoge bloeddruk veel voor, en ook bij suikerziekte wordt vaak een hoge bloeddruk gevonden.

Behandeling

Hoge bloeddruk kan leiden tot schade aan hart en bloedvaten, met als gevolg hartfalen, hartritmestoornissen, hersenbloeding of schade aan de nieren. Om die reden moet een hoge bloeddruk worden behandeld. De behandeling begint met een gezonde levensstijl, dit bestaat uit:

  • voldoende lichaamsbeweging
  • een gezond gewicht
  • niet teveel zout
  • voldoende fruit en groente
  • matigen van alcoholgebruik tot maximaal twee consumpties per dag


Bloeddrukverhogende medicijnen dienen (eventueel op proef) te worden gestaakt, in overleg met de behandelend arts. Als de bloeddruk dan nog te hoog is, wordt een behandeling met medicijnen ingezet. Er zijn veel verschillende medicijnen tegen hoge bloeddruk, zoals diuretica (plas-tabletten) en vaatverwijders (beta-blokkers, calcium-blokkers, en blokkers van het renine-angiotensin-aldosteron systeem). De beste keuze hangt af van individuele factoren en de reactie op het geneesmiddel.

Onderzoek risicofactoren

Als een hoge bloeddruk is vastgesteld, is het belangrijk om ook andere risicofactoren voor hart-vaat- en nierschade in kaart te brengen. Daarom vindt bloedonderzoek plaats met bepaling van bloedsuiker, nierfunctie, en cholesterol, en urine onderzoek naar eiwit in de urine. Ook stoppen met roken is belangrijk, vooral om de schade aan hart, vaten en nieren te beperken. Voor patiënten met nierschade of met suikerziekte is goede regulatie van de bloeddruk van zeer groot belang om de nierfunctie te behouden en om hart- en vaatschade te voorkomen. Bij eiwit in de urine wordt daarom een strenger (lager!) streefniveau voor de bloeddruk aangehouden.