• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Nieuwe urine-afvoer bij blaasverwijdering

Print 

​​​​​​​​​Bij een blaasverwijdering​ halen we de hele blaas weg. Tijdens deze operatie maken we altijd een nieuwe urine-afvoer aan om de functie van de blaas te vervangen. Als we de blaas weghalen, moet de urine, dus uw plas, op een andere manier worden afgevoerd. Dat kan via:

  • een neoblaas: een nieuwe blaas gemaakt van darm op dezelfde plek of op een andere plek in de onderbuik
  • een urinestoma: een uitgang op de onderbuik gemaakt van een stukje darm

Heel soms leggen we een andere soort afvoer aan: een katheteriseerbaar stoma.

Keuze voor blaasvervanging

Elke van de 2 oplossingen, neoblaas of urinestoma, heeft voor- en nadelen. Welke operatie voor u het beste is, bespreekt u met uw arts op basis van een speciale keuzehulp. Uw keuze heeft geen invloed op uw kans op genezing van blaaskanker.

Neoblaas

Een neoblaas is een nieuwe blaas die we maken van een stuk van ongeveer 60 centimeter van de dunne darm. In dit ‘zakje’ wordt de urine opgevangen. We sluiten de neoblaas aan op de eigen plasbuis, zodat de urine op de ‘normale’ manier het lichaam verlaat. Een neoblaas is dus niet te zien aan de buitenkant van het lichaam.

De urineleiders maken we vast aan de neoblaas. Tijdens de operatie plaatsen we dunne slangetjes in de urineleiders. Deze ‘splints’ voeren een deel van de urine tijdelijk af via de buikwand. Het andere deel van de urine loopt langs de slangetjes de neoblaas in. We halen de slangetjes 10-12 dagen na de operatie weg.

Na de operatie heeft u een blaaskatheter die uit de plasbuis komt. Deze zorgt ervoor dat de nieuwe blaas genoeg rust krijgt om aan de plasbuis vast te groeien. We halen de blaaskatheter 2-3 weken na de operatie weg.

Een neoblaas werkt anders dan een gewone blaas. Een neoblaas trekt niet samen bij het plassen. U voelt niet de aandrang om te plassen, zoals voor de operatie. Om te kunnen plassen, moet u leren uw sluitspier te ontspannen. De bekkenfysiotherapeut begeleidt u hierbij.

Een darm geeft darmslijm af. Ook als je de darm gebruikt als blaas. Daarom moet u de neoblaas in het begin spoelen, om te voorkomen dat de katheter verstopt raakt met slijm. Na een tijdje verandert het slijm in sliertjes die u uit kunt plassen.

Urinestoma

Een urinestoma is een uitgang op de onderbuik gemaakt van een stukje darm. Daar loopt de urine in een opvangzakje dat aan de buik vast zit. De stoma werkt als een soort ‘klep’ waarlangs de urine loopt. De stoma zit vaak rechts onderop de buik.

Voor het maken van de stoma gebruiken we een stukje dunne darm van 10-15 centimeter. De rest van de darm, waar dus een klein stukje tussenuit is gehaald, hechten we weer aan elkaar. De urineleiders worden aan het stukje dunne darm vastgemaakt. Van dit stukje darm maken we de stoma. Het andere uiteinde wordt van de darm in de buikwand gehecht en met omgevouwen randje in de huid vastgezet. De urinestoma steekt 2-3 centimeter boven de buikwand uit. Hierdoor kan het opvangzakje goed vastgeplakt worden.

In de urineleiders plaatsen we tijdens de operatie dunne slangetjes. Deze ‘splints’ zorgen er tijdelijk voor dat de urine rechtstreeks van de urineleiders door de stoma naar buiten gaat. Zo kunnen de urineleiders zonder urinelekkage vergroeien met het stukje darm. De splints halen we 10 dagen na de operatie weg.

​​