• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Bottumoren en infecties (orthopedie)

Print 

Bottumoren komen weinig voor. Er zijn verschillende vormen bottumoren, die op verschillende plaatsen in het lichaam kunnen voorkomen. Daarom zijn er diverse behandelingen mogelijk. Bottumoren komen vaak in de benen voor. Er zijn goedaardige en kwaadaardige tumoren. Alleen bij kwaadaardige tumoren is er sprake van kanker.

Goedaardige tumoren groeien niet door andere weefsels heen en verspreiden zich niet door het lichaam. Kwaadaardige tumoren kunnen omliggende weefsels en organen opzij drukken en kunnen ingroeien in omliggende weefsels. Bottumoren komen zeer zelden voor en geven in eerste instantie vage pijnklachten, die voor een arts moeilijk te herkennen zijn.

De kans op genezing verschilt per patiënt en is afhankelijk van de tumorsoort, de agressiviteit van de tumor en de aanwezigheid van eventuele uitzaaiingen op andere plaatsen in het lichaam. Om een goede diagnose te kunnen stellen, krijgt u allerlei onderzoeken zoals bloedonderzoek, worden er röntgenfoto’s en scans gemaakt. Vaak wordt ook een biopt gedaan. 

De behandeling van een bottumor is voor elke patiënt anders en is afhankelijk van verschillende factoren:

  • het type gezwel dat bij u is geconstateerd,
  • de grootte en plaats van het gezwel,
  • de mate van doorgroei in omringende weefsels,
  • eventuele uitzaaiingen,
  • uw leeftijd en conditie. 
  • ook uw persoonlijke omstandigheden en uw eigen wensen ten aanzien van de behandeling spelen een rol.


Infecties - heupprothese revisie

Een ander deelgebied is het behandelen van eerder geplaatste heupprotheses die niet meer goed vastzitten of geïnfecteerd zijn. De behandeling hiervan kent veel overeenkomsten met die van bottumoren, zoals hierboven beschreven.

Er zijn verschillende redenen waarom een heupprothese los kan laten. Hieronder worden de meest voorkomende oorzaken en behandelingen kort omschreven.

Aseptische loslating

Door slijtage van de verschillende componenten (delen) waaruit de prothese is opgebouwd – een slijtageproces van vaak jaren – ontstaat heel fijn slijpsel. Dit slijpsel zorgt voor loslating van het ‘kommetje’ en/of ‘steel’ van de heupprothese. Afhankelijk van de loszittende component kan deze tijdens een ingreep gewisseld worden.

Late prothese infectie

Een andere oorzaak van loslating van een prothese(component) is een bacterie. Door irritatie van de bacterie en een afnemend afweersysteem, kan tussen het bot en het cement of de prothese een loslating optreden, zonder dat u daar ernstig ziek van wordt. Dit is in de regel een proces van maanden tot jaren.

Vroege prothese infectie

Een vroege prothese infectie kan optreden kort na het plaatsen van een prothese, als een bacterie op de prothese gaat zitten en het immuunsysteem de infectie niet onder controle krijgt. Dit proces treedt na enkele dagen tot weken op en kan u ziek maken. Klachten die dan kunnen optreden zijn voortdurende lekkage van de wond, roodheid van de wond en/of koorts.

Het is belangrijk eerst de oorzaak van de infectie te kennen, voordat een gerichte behandeling wordt ingezet. Het onderzoek bestaat o.a. uit bloedonderzoek, eventueel een botscan; leucocytenscan (speciale scan voor infecties) en een punctie van het gewricht. Tijdens een punctie van een heupgewricht nemen we materiaal af voor kweek om de bacterie te proberen te achterhalen.

De behandeling is er op gericht om uitbreiding van een eventuele infectie te voorkomen en de prothese te kunnen behouden.