• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers

Nieuwsarchief

Print 

Overslaan ontbijt gaat niet samen met overgewicht bij jonge kinderen

(Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde d.d. 22-11-2013 (2013;157:C1958)

Nederlandse kinderen van 2 en 5 jaar oud die hun ontbijt af en toe overslaan zijn niet vaker te dik dan hun leeftijdsgenootjes die wel dagelijks ontbijten. Dat stellen Leanne Küpers en haar collega’s van het UMCG in hun artikel, gepubliceerd in International Journal of Obesity (http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24158122). Eerdere studies toonden een relatie aan tussen niet ontbijten en een hoger BMI bij kinderen van 5 jaar en ouder. Küpers en collega’s keken naar kinderen onder de 5 jaar.

Het ‘GECKO Drenthe’-cohort, bestaande uit 2874 kinderen geboren in Drenthe tussen april 2006 en april 2007, vormde de basis voor de studie. Verpleegkundigen volgden de kinderen gedurende 5 jaar en legden meermaals lengte en gewicht vast. Na elke meting vulden de ouders vragenlijsten in. Van 1488 2-jarigen en 1366 5-jarigen waren de gegevens compleet.

Op 2-jarige leeftijd ontbeet 3,0% van de kinderen niet dagelijks. 3 jaar later, op 5-jarige leeftijd, was dit 5,3%. De prevalentie van overgewicht steeg van 8,3% onder 2-jarigen naar 13,2% onder 5-jarigen. Gecorrigeerd voor geslacht, geboortegewicht, afkomst, opleidingsniveau van moeder, ouderlijk BMI en gezinssamenstelling vonden de auteurs geen verband tussen niet ontbijten en overgewicht bij 2- en 5-jarigen afzonderlijk. Ook kinderen die 3 jaar lang niet dagelijks ontbeten, waren op 5-jarige leeftijd niet vaker te dik dan hun altijd ontbijtende leeftijdsgenootjes. De auteurs keken niet naar andere eetgewoonten. Kinderen uit gezinnen van niet-Nederlandse origine, eenoudergezinnen en gezinnen met een laag opgeleide moeder sloegen het ontbijt vaker over.

Niet ontbijten heeft mogelijk pas invloed op het BMI vanaf 5-jarige leeftijd. Volgens de onderzoekers zou een verklaring hiervoor kunnen zijn dat kind

 

Voorkant promotie Anna SijtsmaPromotie Anna Sijtsma

In de afgelopen 3,5 jaar heb ik met veel plezier aan het GECKO Drenthe cohort gewerkt. Ik heb metingen verricht bij deelnemers thuis, gegevens van de consultatiebureaus en de vragenlijsten verwerkt en uiteindelijk een aantal interessante conclusies kunnen doen. Afgelopen dinsdag (25 juni 2013) ben ik gepromoveerd met als onderwerp ‘bewegen en overgewicht bij jonge kinderen’. In het onderstaande persbericht van het UMCG worden de bevinden kort toegelicht. Mogelijk heeft u het al gelezen in één van de landelijke of lokale kranten. Als toelichting zou ik nog wel graag willen zeggen dat de formules die in het persbericht worden beschreven niet standaard door diëtisten worden gebruikt om kinderen te helpen hun overgewicht te verminderen. Zij kijken eerst voornamelijk naar het stimuleren van gezonde voeding en voldoende beweging. Deze formules worden wel veel gebruikt om onderzoek te doen naar het energieverbruik van kinderen. Om betrouwbare conclusies uit deze onderzoeken te krijgen is het belangrijk om te weten of er betrouwbare formules worden gebruikt.  

Mede door jullie medewerking hebben wij deze belangrijke resultaten kunnen vinden. Dank daarvoor en ik hoop in de toekomst nog veel van het GECKO Drenthe cohort te mogen horen.

Hartelijke groeten,
Anna Sijtsma

Jonge kinderen hebben minder calorieën nodig dan gedacht

Datum: 20 juni 2013

Bestaande formules berekenen de hoeveelheid energie die kinderen op 3-4 jarige leeftijd in rust verbruiken niet goed. Zij overschatten dit energieverbruik met 8-19%. Juist bij jonge kinderen met overgewicht geven de formules een te hoge inschatting van wat het kind nodig heeft. Voedingsadviezen die van deze formules gebruikmaken, kunnen dan juist leiden tot nog meer overgewicht. Dit blijkt uit het proefschrift van UMCG-onderzoeker Anna Sijtsma. Haar onderzoek maakt deel uit van de GECKO-studie. Zij promoveert op 25 juni 2013 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Het voorkómen van overgewicht begint al op jonge leeftijd, maar hoe weet je wat een kind van 3 jaar aan calorieën, oftewel energie nodig heeft? Daarvoor zijn formules ontwikkeld. Op basis van de lengte en het gewicht van een kind is te berekenen hoeveel calorieën nodig zijn voor normale groei.

Spieren en vet

De bestaande formules om het energieverbruik in rust te schatten zijn vooral gebaseerd op het gewicht van het kind. Maar volgens Sijtsma hangt het werkelijke energieverbruik samen met de hoeveelheid spieren, de vetvrije massa. Kinderen met overgewicht hebben relatief meer vetmassa dan slanke kinderen. Daarom komt Sijtsma tot de conclusie dat de formules vooral voor kinderen met overgewicht op 3- en 4-jarige leeftijd ongunstig uitpakken en een grotere overschatting geven van het energieverbruik. Voedingsadviezen die op de formules zijn gebaseerd, kunnen dan voor nog meer overgewicht zorgen.

Beweging

Sijtsma onderzocht ook de lichamelijke activiteit van nog jongere kinderen. Dat deed ze door onder andere te meten hoeveel tijd zij vrij kunnen bewegen. Kinderen die meer tijd vrij mogen bewegen hadden op de leeftijd van 9 maanden een kleinere buikomvang dan degene die minder lang vrij mochten bewegen. Volgens Sijtsma kan meer tijd om vrij te bewegen bijdragen aan een gezond groeipatroon voor kinderen van 0 tot 1 jaar.

Televisie op de slaapkamer

Sijtsma onderzocht het verband tussen het lichaamsgewicht van kinderen van 3-4 jaar oud en de hoeveelheid tijd die naar een beeldscherm kijken, hoe lang ze slapen, buiten spelen, het hebben van een televisie op de slaapkamer en het aantal televisies in huis. Op basis van de gegevens van 759 kinderen stelde Sijtsma vast dat een korte slaapduur, meer tijd achter een beeldscherm en een televisie in de slaapkamer kunnen bijdragen aan overgewicht op de leeftijd van 3-4 jaar. Meer of minder buiten spelen had op deze leeftijd nog geen invloed.

GECKO

Het onderzoek van Sijtsma maakt deel uit van de langlopende GECKO-studie van het UMCG, het Groningen Expertise Centrum voor Kinderen met Overgewicht. Dit onderzoek startte met ongeveer 2800 kinderen in 2006. De deelnemers worden vanaf hun geboorte gevolgd tot aan de volwassen leeftijd.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Curriculum Vitae

Anna Sijtsma (Dokkum, 1986) studeerde Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij verrichtte haar onderzoek bij de Afdeling Epidemiologie, de sectie ‘Lifestyle medicine in obesity and diabetes’ en de Afdeling Kindergeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Het onderzoek valt binnen het GECKO Drenthe geboortecohort en het Onderzoeksinstituut SHARE en werd begeleid door prof.dr. P.J.J. Sauer, prof.dr. R.P. Stolk en dr. E. Corpeleijn. Het onderzoek werd gefinancierd door het Edgar Donker Fonds. De titel van het proefschrift is “Physical activity and overweight in young children.”

Noot voor de pers
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de persvoorlichters van het UMCG, bereikbaar op telefoonnummer (050) 361 22 00


 

Laag opgeleide wordt lastiger zwanger

(Dagblad van het Noorden, 26 januari 2012)

Groningen/Assen. Vrouwen met een lagere opleiding doen er langer over spontaan zwanger te raken dan hoger opgeleide vrouwen. Dat blijkt uit onderzoek van Meike Mutsaerts en haar collega's van het UMCG onder tweeduizend Drentse ouderparen. Uit het onderzoek bleek dat roken, drinken en sporten weinig verschil maakt voor de vruchtbaarheid.

Wat de verklaring is voor de snellere zwangerschap bij hogeropgeleiden, weten de onderzoekers niet zeker. "We denken dat het een combinatie is van factoren die lastig te meten zijn, zoals de omgeving waarin lageropgeleiden wonen, hoe veel vet voedsel ze eten en dergelijke. We weten immers dat lageropgeleiden in het algemeen een slechtere gezondheid hebben."

Er zijn nog enkele andere factoren die de kans op een snelle zwangerschap vergroten. Vrouwen die al eerder een kind hebben gehad of die beneden de 30 zijn, worden ook eerder zwanger.

"Dat zijn jammer genoeg factoren die niet zo gemakkelijk te veranderen zijn", vervolgt Mutsaerts. "We verwachten daarom dat het geven van leefstijladviezen weinig effect heeft." Dat geldt dan voor de normaal levende ouders. Mensen met een extreme leefstijl, zoals verslaafden of zeer dikke mensen, hebben niet meegedaan aan het onderzoek.

In het algemeen is bekend dat vrouwen met overgewicht lastig zwanger worden, net als vrouwen boven de 35 jaar. In dit onderzoek is alleen naar spontane zwangerschappen gekeken van vrouwen die gepland hadden zwanger te worden. eageerbuisbevruchtingen of andere vruchtbaarheidsbehandelingen zijn niet meegewogen. "Er was wel enig effect, bij oudere vaders duurt het bijvoorbeeld wat langer, maar het verschil was niet groot genoeg om er conclusies aan te verbinden."

Winnaars GECKO Drenthe prijsvraag

(maart 2011) In de laatste nieuwbrief (okt-dec 2011) konden deelnemers van GECKO Drenthe meedoen met een prijsvraag. De volgende 10 prijswinnaars hebben inmiddels een Intertoys cadeaukaart van 25,- ontvangen. Gefeliciteerd met jullie prijs.

  • Bouwers, Hoogeveen
  • Bouwmeester, Hoogeveen
  • van Dijk, Meppel
  • Ekkel, Meppel
  • Emmink, Ruinen
  • de Jong, Nieuw Amsterdam
  • Kerssies, Hijken
  • Kisjes, Nijeveen
  • Overeem, Stiens
  • Scheerhoorn, Koekange

 

GECKO Drenthe 2010

(Juni 2010) Inmiddels loopt het onderzoek al vier jaar en is een groot aantal gegevens verzameld. Zo zijn er in mei 2010 al 35.321 vragenlijsten ingevuld. In de categorie kinderen van 3 jaar en 9 maanden worden sinds begin dit jaar de vragenlijsten uitgedeeld over beweging en de omgeving waarin de ouder(s) / verzorger(s) en hun kind(eren) wonen. Daarnaast worden nu via de ouders kinderen uitgenodigd om een bewegingsmeter te dragen.

Promotie Carianne L’Abée

Promotie Carianne L'Abée 

(Maart 2010) Carianne L’Abee, de promovendus die de start van het GECKO Drenthe heeft geleid, is op 10 maart 2010 gepromoveerd. Zij heeft voornamelijk de data van het eerste levensjaar gebruikt om te kijken naar factoren die groei in het eerste levensjaar beïnvloeden.
In het kort: vrouwen met diabetes krijgen zwaardere baby’s (dat was al bekend), maar ook vrouwen die veel aankomen tijdens de zwangerschap krijgen gemiddeld zwaardere baby’s. Daarnaast wijst L’Abée erop dat ouders van pasgeborenen moeten weten dat voldoende beweging en voldoende slaap in het eerste levensjaar een gezonde ontwikkeling van het gewicht van hun kind kan bevorderen. Dit verband blijkt ook uit de GECKO gegevens.
Verder toonde L’Abée met haar onderzoek aan dat de Drentse baby’s in hun eerste levensjaar iets minder in gewicht toenamen dan kinderen tien jaar geleden deden. Toch waren ze op hun eerste verjaardag zwaarder. Dat is toe te schrijven aan hun lengte, maar vooral aan hun hogere geboortegewicht. In het GECKO Drenthe cohort wogen de pasgeboren baby’s gemiddeld 3564 gram, dat is al zo’n 100 gram meer dan het Nederlands gemiddelde van tien jaar geleden.
Het risico op overgewicht is ondanks de geringere gewichtstoename in het eerste jaar niet minder, aldus de promovenda. Doordat de groeicurves steeds op die toename worden aangepast, wordt een hoger gewicht de norm. Kinderen met overgewicht zijn volgens L’Abée daardoor minder snel te herkennen.

Afscheid drs. Ingrid Huiting

Per 1 maart 2010 zijn alle veldwerkzaamheden overgenomen door het GECKO Drenthe onderzoeksteam. Per 1 juni 2010 heeft Ingrid Huiting afscheid genomen van het GECKO Drenthe onderzoek. Ze is inmiddels gestart met de opleiding tot huisarts .