• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Het Nosocomium Academicum

Print 

​Door de oprichting van een hogeschool, de huidige Rijksuniversiteit Groningen, werd het in 1614 mogelijk om medisch academisch onderwijs te volgen in Groningen. Dr. Nicolaus Mulerius werd als eerste hoogleraar benoemd. De inhoud van het medisch onderwijs werd mede bepaald door de scheiding tussen de academische artsen en de chirurgijns en barbiers. Het was beneden de waardigheid van de academische artsen om zich in te laten met de ambachtelijke en vaak bloederige werkzaamheden van chirurgijns en barbiers. Ook wilden de academici hun reputatie niet op het spel zetten in het niet onwaarschijnlijke geval dat een behandeling faalde. Hierdoor had het onderwijs van de hogeschool vaak een filosofisch karakter.

Aan het eind van de achttiende eeuw werd het belang van praktisch klinisch onderwijs voor academici duidelijk. De dan zittende hoogleraar Geneeskunde, Evert Jan Thomassen à Thuessink, nam daarom het initiatief om een academisch ziekenhuis te stichten. Het ziekenhuis genaamd Nosocomium Academicum opende op 11 november 1797 zijn deuren in het Groene Weeshuis, in de Hofstraat.
Hoe goed het initiatief van Thomassen à Thuessink ook was, het Nosocomium bleek al snel te klein en te simpel om een succes te worden. Daarom opende Thomassen à Thuessink in 1803 een beter ingericht ziekenhuis in het West-Indisch Huis, aan de Munnekeholm. Niet zonder succes want het vertrouwen in het ziekenhuis nam toe. Er meldden zich steeds meer patiënten, en de behandelingen hadden vaker succes. Verder konden er meer mensen worden opgenomen. In het Groene Weeshuis had het ziekenhuis acht bedden en in het nieuwe ziekenhuis stonden er maar liefst veertig. Ook nam het aantal afdelingen toe. Jarenlang was interne geneeskunde het enige medische specialisme. In 1808 werden de afdelingen Heelkunde en Verloskunde daaraan toegevoegd.

Er dreigde in 1817 een tyfusepidemie in Groningen. Omdat het Nosocomium Academicum vrijwel alleen patiënten opnam die van belang waren voor het medisch onderwijs, stichtte het stadsbestuur een stadshospitaal. Twee jaar later besloot het bestuur om van het noodziekenhuis een permanent ziekenhuis te maken. Het Stads Armen-Ziekenhuis werd gehuisvest in de Schuitemakersstraat en bood ruimte aan vijfentwintig tot dertig patiënten.

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram