•  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Docenten en praktijkopleiders krijgen andere rol

Print 
12 november 2019

​​​Jan van der Koog denkt dat het werkplekleren in de toekomst een centrale plek gaat innemen. Het dichter bij elkaar brengen van theorie en praktijk heeft tot gevolg dat de rollen van docent en praktijkopleider gaan veranderen.

Jan van der Koog is adviseur onderwijs bij de afdeling Learning & Development van het Wenckebach Instituut. In CZO Flex Level deelproject 2 denkt hij mee over de ontwikkeling van een overkoepelende visie op leren. “Het informele leren moet in mijn optiek een belangrijke plaats krijgen in het nieuwe opleidingsstelsel”, zegt Jan. “Het gaat daarbij om de performance van de verpleegkundige: dat wat de verpleegkundige in haar of zijn praktijk moet laten zien en kunnen. En waar kun je dit beter leren dan in de praktijk? Als de theorieaanbieders hierop aansluiten, kunnen we de scheiding tussen theorie en de praktijk verkleinen.”

Sneller en efficiën​ter opleiden

“De performance die nodig is, kan per afdeling en ziekenhuis verschillen. Bijvoorbeeld: door de centralisatie van zorg zien we patiëntenstromen veranderen. Dit verandert ook de performance van de verpleegkundigen voor die specifieke werksetting. Want als een verpleegkundige in een ziekenhuis werkt waar een bepaalde patiëntencategorie niet wordt opgenomen, kun je je afvragen hoe zinvol het is dat de verpleegkundige de theorie hierover leert. De verpleegkundige opleidingen zouden dus steeds meer maatwerk moeten worden. Als we dat wat we van de verpleegkundige op de werkplek verwachten, leidend laten zijn, kunnen we verpleegkundigen ook sneller en efficiënter opleiden.”

Theorie naar de werkvloer

“Dit betekent wel wat voor de docent. Die is niet langer zozeer de kennisoverbrenger, want daar hebben we boeken, e-learnings, filmpjes en andere middelen voor. De docent gaat zich veel meer bezighouden met het vertalen van de theorie naar de werkvloer. Wat overigens niet betekent dat we helemaal geen colleges meer geven; dat blijven we doen als dat past bij het onderwerp.Theoretische kennis is en blijft de basis!” 

“De andere grote verandering zal plaatsvinden op de werkvloer. De praktijk wordt immers leidend bij het opleiden van nieuwe collega’s. Belangrijk daarbij is wat de praktijk verwacht van de verpleegkundigen. De praktijk moet vorm en inhoud geven aan het werkplekleren. Hoe zorgen we er bijvoorbeeld voor dat leermomenten voor de verpleegkundige en de praktijkopleider herkenbaar zijn? Hoe gaan we de performance beoordelen en krijgen we dit op één lijn? Wat kan het Wenckebach Instituut hierin betekenen? Om dit allemaal goed op de rit te krijgen, is het onderlinge contact in de regio héél belangrijk!”​​