•  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Begrippen

Print 

​​​​​​​​​​​​​Op deze site passeren verschillende (onderwijskundige) termen de revue. Hier vind je een korte uitleg ervan.​

4C/ID model  

Het 4C/ID model is een onderwijskundig model dat helpt onderwijs binnen een specifieke context te ontwerpen. Het model gaat uit van de complete taak. Een voorbeeld hiervan kan zijn: De zorg voor een patiënt met respiratoire insufficiëntie. Rond deze taakklas is het onderwijs opgebouwd. De onderwijsactiviteiten (leertaken) staan in het teken van deze taakklasse. Hierdoor weet je dus als lerende waarom dat wat je leert ook relevant is. Je ziet immers het totaal plaatje. Je doet dus geen les bloedgassen, maar het interpreteren hiervan vindt plaats binnen de context en hieraan wordt ook continu gerefereerd. Als je net start met een taakklas, dan is de hele context en alles wat je moet leren wat overweldigend. Daarom krijg je van de docent ondersteuning tijdens het leren en zal deze ondersteuning steeds verder worden afgebouwd totdat je het zelfstandig kunt uitvoeren. Bij de start van een taakklas zijn er heel veel kennis en vaardigheden die je moet eigen maken. Dit kan een grote belasting zijn voor je brein waardoor je niet meer effectief leert of niet meer in staat bent om informatie op je te nemen. Niet handig. Als je onderwijs ontwerpt via het 4C/ID-model wordt de benodigde kennis en aan te leren vaardigheden verdeeld in behapbare brokken. En krijg je deze informatie aangereikt juist op het moment dat je het nodig hebt. In sommige gevallen is het belangrijk dat je bepaalde vaardigheden automatiseert zodat je het in een acute situatie direct paraat hebt. Bij de taakklas ‘Zorg voor een patiënt met respiratoire insufficiëntie’ is dit het geval bij het beoordelen van een bloedgas. Het beoordelen van een bloedgas doen we via een vaste systematiek, daarom zal het onderwijs zo vorm worden gegeven dat je dit onderdeel gaat automatiseren. Op deze manier werk je aan je competenties.

Entrustable Professional Activities (EPA)   

Entrustable Professional Activities (EPA) – in het Nederlands te vertalen als “toe te vertrouwen beroepsactiviteiten” - geven een concrete invulling aan competentiegericht opleiden op de werkplek. De EPA moet zo zijn beschreven dat iemand stapsgewijs naar een bekwaamheidsverklaring toewerkt. Belangrijk hierbij?

  • Een EPA is in de praktijk uitvoerbaar binnen een bepaalde tijd.
  • De uitvoering van een EPA is meetbaar en betrouwbaar.
  • Een EPA is een activiteit die zich ervoor leent om aan jou als lerende toe te vertrouwen.

Aan elke onderwijseenheid wordt vorm en inhoud gegeven vanuit een EPA. Jij als lerende wordt bekwaam verklaard voor een EPA (en dus gecertificeerd) als er sprake is van gegrond vertrouwen.
Dit betekent dat:

  • meerdere observaties hebben plaatsgevonden;
  • meerdere observatoren het eens zijn;
  • verschillende informatiebronnen zijn gebruikt bij de beoordeling.

Ook een voldoende op kennis- / vaardigheidstoetsing door het opleidingsinstituut is voorwaardelijk om de EPA te kunnen toevertrouwen. Bij de uitvoering van de professionele activiteit en nabespreking daarvan gaat de begeleider na of jij als lerende de kennis, vaardigheden en attitude in de praktijk kan toepassen.

Wil je meer weten? Het landelijke project CZO Flex Level maakte een fraai animatiefilmpje waarin helder wordt uitgelegd wat een EPA is en hoe je die zelfstandig leert te doen.

Onderwijseenheid  

Een onderwijseenheid is een clustering van onderwijsactiviteiten rondom een bepaald thema of  onderwerp (= contextgebonden). Aan elke onderwijseenheid is een praktijkleerplan gekoppeld. Het te behalen eindniveau van elke onderwijseenheid wordt beschreven in een EPA. Als een thema met een voldoende is afgesloten ontvang je als deelnemer een certificaat.
Een onderwijseenheid is de kleinst afneembare eenheid. De omvang (duur, studiebelasting, etc.) kan per eenheid verschillen, maar is qua duur gebonden aan een minimum en maximum. Deze kaders moeten nog worden ontwikkeld. De wijze van opbouw en structuur zijn steeds eenduidig. Dit is essentieel voor de samenhang in het stelsel.
Een onderwijseenheid kan op verschillende leerroutes van toepassing zijn of als individueel laararrangement worden afgenomen. Instapkwalificaties zijn voor elke onderwijseenheid beschreven (zowel het theoretische instapniveau als de praktijkcontext waarin dit kan worden geleerd). Deze zijn voorwaardelijk om je als student te kunnen inschrijven voor een onderwijseenheid. 

Honingraatmodel  

Als metafoor voor het nieuwe onderwijsstelsel wordt het model van een honingraat gebruikt. Ieder onderdeel van het honingraatmodel is een onderwijseenheid. Een set aan onderwijseenheden is een leerroute waaraan een bepaald civiel effect is gekoppeld. Het stelsel gaat voor afdelingen de mogelijkheid bieden om, op basis van de specifieke beroepspraktijk, onderwijseenheden toe te voegen. Hierdoor ontstaat onderwijs op maat. En word je opgeleid voor het werk dat je ook daadwerkelijk uitvoert.