•  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Verhaal van Dirk

Print 

Dirk is opleidingsmanager voor vervolgopleidingen Acute zorg bij het Diogenes Instituut, en hielp mee met de realisatie van het opleidingsaanbod ten behoeve van het behalen van EPA’s​

“Het was even een operatie, ja. Tot twee jaar geleden hadden we gewoon een vast leerplan voor een IC-verpleegkundige. Natuurlijk gaven we vrijstellingen, maar we waren gebonden aan een minimum aantal lesuren. Dat was vanuit de onderwijsontwikkeling alleen met kunst- en vliegwerk te verkopen. 

Het was wel duidelijk dat er iets moest veranderen. Stonden in onze opleidingen vroeger de eindtermen en lesgroepen centraal, nu hebben we een radicale switch gemaakt naar het werkplekleren. De werkplek acute zorg bepaalt welke EPA’s een student moet halen. De werkplek wordt daarop door het CZO gecontroleerd. Iedere student maakt een scantoets waaruit duidelijk wordt welk kennis moet worden verworven om voldoende in huis te hebben voor het behalen van de EPA’s. Op basis van die toets en een adviesgesprek komen we op een lesprogramma voor de student. 

Voor ons betekent het dat studenten niet in een vaste groep zijn ingedeeld. Dat vraagt meer van onze organisatie en onze docenten. Ook moet iedere student een zo logisch mogelijk programma aangeboden krijgen. Voor ons betekent het dat een programma met generieke acute zorg kennis tien keer per jaar start. In die bijeenkomsten zitten starters en studenten de al langer werken in de acute zorg en hun kennis bijspijkeren bij elkaar. De kennis die maar in enkele EPA’s nodig is wordt minder vaak geroosterd. Voor twee kennisblokken werken we samen met een ander opleidingsinstituut omdat er zich weinig mensen voor inschrijven. Verder zijn we vanuit zowel UMC Brondal als Lintdal gevraagd om de werkbegeleiders te trainen en te adviseren bij hun werk. De meer ervaren begeleiders vinden het prachtig omdat de beoordeling gericht is op het werk in de zorg en niet op allerlei onderwijsabstracties als rollen en competenties. 

Hoe ik terugkijk op de periode van invoering? Om te beginnen heeft het me verbaasd hoe moeilijk het voor veel betrokkenen was om de kern van deze vernieuwing te bevatten. EPA’s werden veel verward met kennis of modules, terwijl het toch echt gaat om voor de praktijk herkenbare inzet in de zorg. Het is ook niet zo gek als dit niet je dagelijks werk is. We lopen echter dan ook het risico om de kansen niet te zien. En die liggen er! Natuurlijk bestaat er ook weerstand ten aanzien van deze opzet. Je moet niet vergeten dat overal in het land opleiders hun eigen constructie hebben gemaakt om met de eisen van het CZO enerzijds en de wensen van de praktijk anderzijds om te gaan. Dat is met eer en geweten gedaan, dus hangt men daaraan. Dat mag je niemand verwijten. Na een tijdje wennen en ongemak landt het systeem nu wel kun je zeggen. Binnenkort hebben we de tweede evaluatie. Ik zie duidelijke kansen om het verder aan te scherpen. In Lintdal bestaat bijvoorbeeld de behoefte om de beoordelingsinstrumenten te gaan inzetten voor peer assessment van collega’s in de SEH.”​