•  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Oogheelkunde

Print 

​Doety Prins

Wie ben je?

Ik ben geboren en getogen in Friesland. Voor de studie geneeskunde ben ik naar Groningen verhuisd. Na mijn studie heb ik, ook in Groningen, promotie onderzoek gedaan, voordat ik begon met mijn specialisatie. In mijn vrije tijd doe ik aan schaatsen en wielrennen, en ik ga graag naar concerten en festivals.

Waarom heb je voor deze opleiding gekozen?

Oogheelkunde is een heel veelzijdig vak. Het is zowel beschouwend als snijdend, en je krijgt te maken met patiënten van alle leeftijden. Het zicht is ontzettend belangrijk voor de kwaliteit van leven; als het lukt om met een behandeling een patiënt beter te laten zien, of het zicht langer te behouden, dan geeft dat veel voldoening.

Oogheelkunde  

Jan Willem Pott

Wie bent u?

Ik heb geneeskunde in Leiden gestudeerd, en daarna mijn promotie onderzoek en opleiding oogheelkunde in Rotterdam gedaan. Mijn aandachtsgebieden binnen de oogheelkunde zijn kinderoogheelkunde, strabologie en neuro-ophthalmologie. In mijn vrije tijd fiets ik graag op mijn mountainbike op de mooie Drentse bos- en zandpaden, werk ik thuis in de (moes)tuin of zeil ik nog een rondje over het Paterswoldse meer.

Waarom heeft u voor Groningen gekozen?

Na mijn opleiding was in het UMCG een positie beschikbaar voor een kinderoogarts/neuro-ophthalmoloog. Ik ben hierheen gekomen met de gedachte dit een aantal jaren te doen en dan eventueel weer verder te kijken. Maar Groningen heeft mijn hart veroverd. Ik hou van de stad en de omgeving. De Groningse mentaliteit is ook heel prettig. Je merkt dat dat ook doorwerkt in het ziekenhuis en op de afdeling. Het is hier gewoon prettig werken, nu alweer meer dan 20 jaar.

Waarom heb je voor Groningen gekozen?

Door mijn studie en promotie onderzoek woonde ik al in Groningen. Het is een hele prettige stad om te wonen, en je hoeft maar een paar kilometer te fietsen om midden in de natuur te staan. Binnen de afdeling oogheelkunde in het UMCG heerst er een goede sfeer, het is prettig samenwerken met de stafleden en de overige medewerkers.

Hoe is het om AIO te zijn?

Het werk als AIOS vind ik heel leuk en afwisselend. De meeste tijd besteed ik aan mijn eigen spreekuren, maar ik doe ook mee met subspecialistische poli’s en OK. Als AIOS kun je naarmate de opleiding vordert steeds zelfstandiger werken, maar het is ook erg fijn dat er altijd een mogelijkheid is om laagdrempelig supervisie te vragen aan een van de stafleden.

Wat was je eerste indruk van je opleider?

Ik leerde Jan Willem kennen in het laatste jaar van mijn geneeskunde opleiding, toen ik als semi-arts mijn laatste co-schap liep op de afdeling oogheelkunde. Ik merkte toen dat hij er echt plezier in heeft om AIOS en co-assistenten kennis en vaardigheden bij te brengen.

Hoe is je relatie met je opleider nu?

Goed. Ik vind het leuk om te merken dat hij altijd op zoek is naar mogelijkheden om de opleiding te verbeteren. Verder is hij laagdrempelig benaderbaar, en staat hij open voor eigen inbreng om de opleiding te individualiseren; zo kreeg ik in het eerste jaar van mijn opleiding extra tijd om mijn promotie onderzoek af te ronden.

Wat is het belangrijkste dat je tot nog toe geleerd hebt als AIO?

Er zijn veel verschillende dingen die ik geleerd heb. Uiteraard doe ik veel kennis op van oogheelkundige ziektebeelden en de diagnostiek en behandeling hiervan, en ik leer operatieve vaardigheden. Los van de inhoudelijke kennis, leer ik in de praktijk ook mijn communicatieve vaardigheden in te zetten. Ik vind het een uitdaging om er voor te zorgen dat de patiënt zich gehoord voelt, en dat de patiënt omgekeerd ook mijn uitleg begrijpt.

Welke doelen heb je voor jezelf gesteld?

Ik wil graag een goede oogarts worden, die een goede verstandhouding heeft met patiënten, veel inhoudelijke kennis heeft, en goede operatieve vaardigheden bezit. Dit betekent denk ik een leven lang leren, want het kan altijd nóg beter.

Welke tip wil je anderen die nog AIO moeten worden geven?

Kijk tijdens je co-schappen goed om je heen welk specialisme jou aanspreekt. Overweeg ook om co-schappen te lopen bij specialismen die minder aan bod komen in de geneeskunde studie, zoals oogheelkunde. Ook na je studie geneeskunde kun je natuurlijk altijd nog eens meekijken op een afdeling. Kies vooral een vakgebied waar je voldoening uit haalt en waar je plezier aan beleeft.

Waarom hebt u ervoor gekozen opleider te worden?

Ik zou me niet alleen maar bezig willen houden met het uitoefenen van het klinische vak, hoewel ik dat nog steeds het mooiste vind. Ik wil mezelf daarin steeds verbeteren en wil dat ook aan jonge collega‘s overdragen. Ik denk dat iedere specialist dat gevoel wel kent. Dat is een wisselwerking die je bij uitstek in een situatie tegenkomt waar een opleiding bestaat. Dat is de basis waarom ik opleider ben geworden.

Hoe bevalt het opleiden van jonge artsen?

Ik wist natuurlijk, voordat ik opleider werd, dat er veel meer bij komt kijken dan alleen maar de meester-leerling situatie. De opleiding doe je niet zelf, maar wordt vooral gedragen door alle stafleden in je vakgroep. Het is dus ook mensen aansturen, beslissingen nemen in het belang van de groep. Soms brandjes blussen. En bij het moderne opleiden komt ook veel papierwerk en registratie kijken. Het opleiderschap kun je het best omschrijven met de Engelse term: ‘residency programme manager’. Maar de beloning is dat je als opleider van nabij de ontwikkeling van iedere aios mee mag maken. Die ontwikkeling is vooral de eigen prestatie van de aios, maar ik voel altijd wel enige trots als aan het eind van de rit een zelfstandige professional is afgeleverd.

Wat was de eerste indruk die u had van deze AIO?

Doety Prins heeft voor de opleiding haar promotieonderzoek gedaan op de research afdeling van oogheelkunde. Ze was dus voor de start van de opleiding al een bekende. Haar proefschrift is recent nog onderscheiden met de Donders prijs. Maar ze bewijst zich nu ook op klinisch gebied. Ogenschijnlijk is ze een makkelijke leerling, ze heeft talent, maar ik weet dat ze er ook veel tijd in stopt.

Hoe is de relatie met deze AIO nu?

Voor zover ik kan beoordelen is die goed. De relatie is er een van wederzijds respect, maar dat dwingt ze ook zelf af.

Wat probeert u uw AIO's mee te geven?

Uiteraard liefde voor het vak. Maar ook verantwoordelijkheid voor eigen handelen en voor de eigen opleiding.

Hoe is de onderlinge (werk-)verhouding?

Omdat de aios de meeste tijd in het UMCG werkt en we een afdeling zijn met een grote polikliniek komen aios en opleiders elkaar dagelijks tegen. Alle stafleden hebben tenminste 1 dagdeel supervisie per week, en alle aios hebben gedurende de opleiding per week ook een aantal eigen algemene spreekuren. Wij zijn als opleidingsgroep open en altijd laagdrempelig benaderbaar voor de aios. Knelpunten proberen we zoveel mogelijk op te lossen.

Welke tip zou u toekomstige AIO's mee willen geven?

Haal zoveel mogelijk uit je opleiding, maar blijf je ook ontwikkelen na je opleiding. Heb ook oog voor de organisatie van de zorg. De oogheelkunde heeft de laatste jaren een enorme (technische) ontwikkeling doorgemaakt, en er gaat nog veel meer komen. Maar hou ondanks deze ontwikkelingen altijd oog voor de menselijke kant van het vak: de patient die met zijn/haar zorgen op je poli komt, en de impact van de klachten op het dagelijks functioneren.

Afdeling

Oogheelkunde is een breed vak dat verdeeld is in meerdere subspecialismen. Naast microchirurgisch is een belangrijk deel van het vak beschouwend. Er is veel samenwerking met andere specialismen zoals bijvoorbeeld endocrinologie, reumatologie, neurologie en kindergeneeskunde. De afdeling levert complexe oogheelkundige zorg en tweede lijnszorg. De patiëntenzorg is verweven met onderwijs en onderzoek. Een aantal aios doen promotieonderzoek.

Er zijn 15 aios in opleiding. De afdeling beschikt over de EyeSi waarmee operatieve vaardigheden virtueel geoefend worden. Jaarlijks doen de aios een landelijke kennistoets.

In 2010 verwierf de afdeling de tweede plaats van de Landelijke Opleidingsprijs van de Orde en KNMG

Opleider

Dr. J.W.R. Pott

Dr. J.W.R. Pott

Opleider (plaatsvervangend)

​Prof. Dr. N.M. Jansonius

Direct naar

Volg ons op sociale media

 

 

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram