•  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Keel-, Neus- en Oorheelkunde

Print 

​​Manon Zwakenberg

Wie ben je?

Mijn naam is Manon Zwakenberg. Oorspronkelijk kom ik uit Raalte en ruim 10 jaar geleden ben ik naar Groningen verhuisd om hier te gaan studeren. Eerst een half jaar bewegingswetenschappen en daarna geneeskunde. Tijdens de studie heb ik coschappen gelopen in het Martini Ziekenhuis, het MST in Enschede en op verschillende locaties in Suriname. Voor mijn afstuderen heb ik nog een klein jaartje gereisd. Ik houd van lekker eten, tuinieren en op zijn tijd wat bier brouwen. Ook hoop ik binnenkort een motor te kopen; dat staat al een hele tijd op mijn to-do lijstje.

Waarom heb je voor deze opleiding gekozen?

KNO is een mooi vak. Het was toevallig mijn allereerste coschap en ik dacht meteen: hé, dat kan wel eens wat voor mij zijn! Daarom heb ik in mijn 2e masterjaar nogmaals het coschap gelopen. Er heerst een prettige sfeer op de werkvloer. Bovendien is de patiëntengroep zeer divers. Wij zien de allerkleinsten, maar ook mensen op hoge leeftijd. Soms presenteren patiënten zich met relatief ‘simpele’ problematiek, maar daarnaast leveren we ook heel complexe patiëntenzorg. Het leuke vind ik dat we de patiënten die wij op de poli zien zelf kunnen opereren. Kortom, het vak is snel, dynamisch en uitdagend.

 

Bernard van der Laan

Wie bent u?

Mijn naam is Bernard van der Laan, ik ben in Bussum opgegroeid. In Utrecht heb ik geneeskunde gestudeerd en ook mijn opleiding tot KNO-arts gevolgd. Tijdens mijn opleiding ben ik ook gepromoveerd op de gevoeligheid van plaveiselceltumoren in het hoofd-halsgebied voor Methotrexaat. Aansluitend aan mijn opleiding heb ik een twee jarig klinisch fellowship verkregen van het KWF om mij te specialiseren in de hoofd-hals oncologie. Voor deze vervolgopleiding heb ik in verschillende ziekenhuizen stage gelopen, zoals in het Antonie van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam en het Mount Sinai Hospital/Princess Margaret Cancer Centre in Toronto, Canada. Mijn hobby’s zijn sporten zoals roeien, racefietsen, schaatsen, toerskiën, mennen en zeilen, dus lekker veel buiten zijn.

Waarom hebt u ervoor gekozen opleider te worden?

In 2003 ben ik plaatsvervangend opleider geworden samen met het toen zittende afdelingshoofd/opleider. Toen ik in 2005 afdelingshoofd ben geworden werd ik ook opleider. Mijn belangrijkste taak als afdelingshoofd is om de kwaliteit van de patiëntenzorg, het onderwijs en het onderzoek binnen de afdeling KNO hoog te houden. Maar bijna nog belangrijker is het om nieuwe KNO-artsen op te leiden, omdat zij de artsen zijn die in de toekomst de KNO-heelkunde verder zullen brengen om de beste zorg voor de patiënt te kunnen garanderen.

Waarom heb je voor Groningen gekozen?

Groningen is gewoon een heel leuke stad om te wonen en werken.

Hoe is het om AIOS te zijn?

Ik ben nog maar kort als AIOS aan het werk, dus veel ervaring heb ik nog niet. Voordat ik startte als AIOS bij de KNO heb ik 2,5 jaar als promovendus en ANIOS op dezelfde afdeling gewerkt. Ik ben blij dat ik de mogelijkheid heb gekregen om deze opleiding te mogen volgen. Mijn eerste ervaringen in de kliniek zijn dat er veel op je af komt. De dagen zijn best lang en druk en je hebt verantwoordelijkheden waar je nog niet aan gewend bent, maar het is vooral ook leuk. Over het algemeen zijn de patiënten dankbaar en het voelt het fijn als je de zaken goed regelt en op orde hebt. Ik heb het gevoel dat ik al veel geleerd heb in mijn eerste weken op de zaal.

Wat was je eerste indruk van je opleider?

Bernard van der Laan weet veel en heeft operatieve vaardigheden die ik mezelf graag eigen zou willen maken. Hij komt rustig en serieus over, maar kan op onverwachte momenten juist heel grappig uit de hoek komen.

Hoe is je relatie met je opleider nu?

Goed. Hij is, naast dat hij mijn opleider is, ook mijn promotor. In Groningen op de KNO is het de gewoonte dat je naast je opleiding tot KNO-arts ook een promotietraject afrondt.

Wat is het belangrijkste dat je tot nog toe geleerd hebt als AIOS?

Je moet je niet teveel onder druk laten zetten, het is belangrijker om goed werk af te leveren. Je kunt maar een ding tegelijk.

Welke doelen heb je voor jezelf gesteld?

Ik wil graag promoveren op het onderwerp Narrow Band Imaging. Daarnaast wil ik over 5 jaar een goede KNO-arts zijn. In mijn ogen is een goede KNO-arts collegiaal, de kennis moet up-to-date zijn en goede operatieve vaardigheden zijn vanzelfsprekend onmisbaar. Iedere KNO-arts heeft zijn eigen specifieke aandachtsgebied. Ik weet nog niet waar ik mij graag in wil specialiseren, dus ik ben heel benieuwd hoe zich dat uiteindelijk zal vormen tijdens de opleiding. Een ander doel is dat ik naast het werk ook graag fijne dingen doe in mijn vrije tijd.

Welke tip wil je anderen die nog AIOS moeten worden geven?

Stel prioriteiten en ga ervoor als je iets wilt!

Wanneer en waarom heeft u voor Groningen gekozen?

Toen ik opgeleid was tot KNO-arts-oncoloog ben ik gevraagd om Chef de Clinique KNO te worden in het UMCG met als klinisch aandachtsgebied de hoofd-hals oncologie.

Hoe bevalt het opleiden van jonge artsen?

Het is ontzettend inspirerend om met jonge collega’s te werken die nog aan het begin van hun carrière staan. Door continu gestimuleerd te worden om uit te leggen waarom je iets doet dwing je jezelf er toe om na te denken waarom je iets op een bepaalde manier doet. Dus niet alleen omdat ik het zo geleerd hebt tijdens mijn eigen opleiding, want dat hoeft nu niet altijd het beste te zijn voor de patiënt.

Wat was de eerste indruk die u had van deze AIOS?

Manon is een zeer vrolijke arts-assistent die ongelofelijk enthousiast is over de KNO. Zij heeft voor dat ze bij ons in opleiding kwam 2,5 jaar lang onderzoek gedaan naar slijmvliesafwijkingen op de stembanden. Zij heeft in die periode zoveel ervaring opgedaan met het uitvoeren van de flexibele scopie van de stembanden dat ze veel mooiere beelden kan maken dan ik zelf. Daarbij zijn ook de meeste patiënten heel positief over haar ondanks de nare diagnostiek welke ze bij hen moet uitvoeren. Dit komt door haar vriendelijke maar toch doortastende manier van werken. Daarbij is haar onderzoeksopzet heel complex, dat wil zeggen dat verschillende patiënten in verschillende onderdelen van de studie participeren. Manon weet de patiënten heel goed te volgen en te motiveren om mee te blijven doen aan dit belangrijke wetenschappelijke onderzoek.

Hoe is de relatie met deze AIO nu?

Manon is net begonnen aan haar opleiding, maar ook de onderzoekers op onze afdeling draaien een dag in de week mee op de polikliniek en diensten. Dan leren ze het vak alvast kennen en is de binding van de onderzoeker met de afdeling goed geborgd, zodat de relevantie van het onderzoek duidelijk wordt. Daarom kennen we elkaar al goed en dat bevordert de relatie en het vertrouwen van wat een nieuwe arts-assistent al kan.

Wat probeert u uw AIOS mee te geven?

Liefde voor de KNO maar vooral aandacht voor de patiënt, zij moeten het vertrouwen hebben dat ze bij ons in goede handen zijn met hun probleem.

Hoe is de onderlinge (werk-)verhouding?

We gaan op een gemoedelijke en collegiale manier met elkaar om waarbij vertrouwen een belangrijke factor is.

Welke tip zou u toekomstige AIOS willen meegeven?

Volg je hart, doe wat je leuk vindt en dan komt het beste in je naar boven.​​

Afdeling

De Keel-, Neus- en Oorheelkunde staat sinds jaar en dag bekent als een dynamisch, gevarieerd en uitdagend vakgebied. De polikliniek wordt afgewisseld met het operatiecentrum en patiënten van alle leeftijden met klachten van zowel de keel, de neus als de oren passeren de revue. De Keel-, Neus- en Oorheelkunde wordt in al haar facetten, van laryngologie tot hoofd-halschirurgie en van cochleaire implantaties in de otologie tot open rhinoplastieken in de rhinologie, in het UMCG beoefend. Negen KNO-artsen en achttien arts-assistenten is de afdeling Keel-, Neus- en Oorheelkunde van het UMCG rijk. De staf superviseert de arts-assistenten met veel enthousiasme met een zeer prettige opleidingsfeer tot gevolg.

De opleiding tot KNO-arts duurt in Groningen vijf jaar en volgt het landelijke, modulaire opleidingsprogramma ENTER. De vijf jarige specialisatie kan vooraf worden gegaan door een tweejarig traject waarin wetenschappelijk onderzoek wordt verricht. Uiteindelijk kan dan na zeven jaar het gehele traject resulteren in een promotie en een registratie als KNO-arts. We zijn trots op onze topreferente-, topklinische- en algemene KNO-zorg, wetenschappelijk onderzoek en opleiding in onderlinge samenhang en de prettige werksfeer op onze KNO-afdeling.

Opleider

Prof. dr. B.F.A.M. van der Laan

Prof. dr. B.F.A.M. van der Laan

Opleider (plaatsvervangend)

dr. G.B. Halmos

dr. G.B. Halmos

Direct naar

Volg ons op sociale media

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram