• Tekstgrootte

Anesthesiologie

Print 
Anesthesiologie

“Groningen is een prachtig ziekenhuis met veel mogelijkheden. Omdat het verzorgingsgebied zo groot is krijg je te maken met ziektebeelden die je ergens anders niet zo snel ziet.”

Anesthesioloog Götz Wietasch.

Eline Mooyaart

Naam en specialisme?

Eline Mooyaart, 2de jaar AIOS Anesthesiologie

Wie ben je?

Geboren en getogen Groningse, geneeskunde gestudeerd in Leiden. Daarna via Leiderdorp en Den Haag weer terug verhuisd naar het Noorden. Hobbies zijn zeilen en hockey. Ik ben verslaafd aan het lezen van met name engelse thrillers, de paperback whodunnits.

Waarom heb je voor deze opleiding gekozen?

Tijdens mijn bijbaan als student op de intensive care raakte ik gefascineerd door de mogelijkheid om patiënten met behulp van apparatuur en medicatie in leven te houden tot het lichaam van de patient het zelf weer kon doen. Dat is Anesthesie ten voeten uit: een combinatie van fysiologie, farmacologie en techniek, waarbij soms snel handelen en beslissen nodig is, om de patient in leven te houden tijdens de operatie, na een trauma of op de intensive care.

Anesthesiologie

Götz Wietasch

Naam, functie + specialisme?

Dr. J.K. Götz Wietasch, anesthesioloog, opleider en universitair hoofddocent

Wie bent u?

Ik ben in Duitsland geboren, getogen en opgeleid (Berlijn, Duisburg, Göttingen en Bonn). Hobby's zijn zeilen en schaatsen, passies zijn houtbewerking (in de breedste zin) en koken.

Wanneer en waarom heeft u voor Groningen gekozen?

Dit was een beetje toeval, samen met mijn jonge gezin wilde ik in 2004 voor een sabbatical naar het buitenland om mij o.a. verder te bekwamen in levertransplantaties. Er was een mogelijkheid in de VS maar dit kon helaas niet zo snel als wij wilden. Tegelijkertijd deed zich een mogelijkheid in Groningen voor en dit was toch een beetje liefde op het eerste gezicht. Een prachtig ziekenhuis, een goed functionerend en collegiaal team dat top zorg levert en een leuke en gezellige stad. Wat wil je nog meer?

Waarom heb je voor Groningen gekozen?

De opleiding in Groningen stond goed aangeschreven. Daarbij wilde ik eigenlijk al een poosje terug naar het Noorden.

Hoe is het om AIOS te zijn?

Druk! Zoveel indrukken, leermomenten, feedback, zelfstudie, commentaar, aanmoediging, oeps en eureka momenten. Maar zo veel genoegdoening wanneer je op een werkdag terugkijkt en je realiseert dat hetgeen je die dag hebt gedaan je een week/maand/jaar geleden nog niet kon en nu wel.

Wat was je eerste indruk van je opleider?

Zijn vermogen om me binnen 5 minuten na aanvang van mijn sollicitatiegesprek op mijn gemak te stellen. Zijn oorbel was ook wel opvallend.

Hoe is je relatie met je opleider nu?

Zijn deur staat altijd open, hij is zeer goed benaderbaar. En het is duidelijk dat hij plezier heeft in het opleiden van AIOS.

Wat is het belangrijkste dat je tot nog toe geleerd hebt als AIOS?

Je hoeft niet alles al te kunnen, daarom is het een opleiding. Net als je rijbewijs: iedere les een stapje verder, net zolang tot het CBR denk dat je iig geen grote brokken zult maken op de weg. Dan krijg je je papiertje en kun je, met behulp van alle vaardigheden, tips en truuks die je tijdens je rijlessen hebt gehad zelf de weg op om zo ervaring op te doen.

Welke doelen heb je voor jezelf gesteld?

Goede balans vinden tussen vrije tijd en werk.

Welke tip wil je anderen die nog AIOS moeten worden geven?

Realiseer je dat ieder specialisme zijn eigen sleur heeft en dat dat niet verandert. Kies op basis van wat je zelf wel of niet wilt en kunt en niet op basis van de verwachtingen die je van jezelf hebt.

Waarom hebt u ervoor gekozen opleider te worden?

In 2006 deed zich de mogelijkheid voor om plaatsvervangend opleider te worden. Naar mijn eigen historie en ambitie kijkend realiseerde ik mij hoe goed deze taak bij mij CV aansluit en dat ik er al heel veel ideeën over had hoe dit verder vorm te geven.

Hoe bevalt het opleiden van jonge artsen?

Uitermate goed. Het doorgeven van eigen kennis en kunde aan volgende collegae is voor mij toch een van de essenties van het arts-zijn.

Wat was de eerste indruk die u had van deze AIOS?

Enthousiast, veel motivatie en ambitie en sociaal vaardig

Hoe is de relatie met deze AIOS nu?

Goed op instruerend en toenemend adviserend niveau

Wat probeert u uw AIO's mee te geven?

Belang van zelfreflectie, stellen van doelen en het vinden van oplossingen.

Hoe is de onderlinge (werk-)verhouding?

Eline zit op dit moment in haar perifere jaar. Maar wij hebben regelmatig contact door haar activiteiten in de assistentenvereniging en opleidingsgroep

Welke tip zou u toekomstige AIO's mee willen geven?

Wat kan je, wat kan je niet? Wat wil je, wat wil je niet? Maak keuzes en ga ervoor!

Afdeling

Ruim zestig anesthesiologen en vijftig assistenten in opleiding tot anesthesioloog werken in het UMCG. Een belangrijk werkterrein voor ons is het Operatiecentrum met dertig operatiekamers. Hier vinden alle vormen van ingrepen plaats, variërend van laagcomplex op de Dagbehandeling tot hoogcomplexe ingrepen als transplantaties, intrathoracale chirurgie en behandeling van polytrauma patiënten. Daarnaast werken onze anesthesiologen op de Postoperatieve Care Unit, de Pre-operatieve Polikliniek, het Mobiel Medisch Team en het Pijncentrum.

Het leerklimaat en de samenwerkingscultuur bij ons zijn goed en veilig, met enthousiaste en laagdrempelig toegankelijke opleiders en leraren. We hebben een aantrekkelijke werkomgeving met voldoende potentie tot individuele ontwikkeling. Naast de mogelijkheid je in één van de negen aandachtsgebieden te verdiepen, hebben we diverse onderzoeksprogramma’s. Daarnaast besteden we veel aandacht aan onderwijs en opleiding. Landelijk staan we bekend om onze bijdragen aan het postacademisch onderwijs in de vorm van simulatietrainingen – we beschikken over een hypermodern geoutilleerd Skillslab en cursorisch onderwijs op het gebied van de moeilijke luchtweg.

Je bent van harte welkom vrijblijvend te komen kijken! Maak een afspraak via (050) 361 10 59.

Opleidingsplaats

Specialisme Anesthesiologie
Duur 5 jaar
Opbouw 2 jaar perioperatieve basis, 2 jaar speciële anesthesiologie met stages, 1 jaar praktijkvoorbereiding
Plaats Groningen, jaar 2 perifeer ziekenhuis: Heerenveen, Zwolle, Leeuwarden, Almelo, Deventer
Vacatures Er is een permanente vacature voor aios anesthesiologie. Ieder half jaar is er een sollicitatieronde.
Verdiepingsstages

Algemene anesthesiologie
Intensive Care (+)
Pijn en palliatieve geneeskunde
Kinderanesthesiologie
Thoraxanesthesiologie
Neuroanesthesiologie
Obstetrische anesthesiologie
Urgentiegeneeskunde
Wetenschap

AIOS worden gestimuleerd deel te nemen aan één van de onderzoeksprogramma’s.

Opleider

G.J.K. Wietasch

G.J.K. Wietasch (Götz)

Opleider (plaatsvervangend)

M. Yntema

M. Yntema (Martine)

Duitser, Europeaan maar vooral ook Groninger

Interview Marc Snoeck en Götz Wietasch

Ja, vind ik leuk, zei Götz toen ik hem vroeg om geïnterviewd te worden voor A&I. Om vervolgens een goed moment te vinden in onze drukke agenda’s viel niet mee, maar er was op 13 oktober een mooi moment: in de auto, op weg van Almelo terug naar Groningen. Zo ken ik Götz: druk en zegt nooit nee. We tutoyeren omdat we elkaar kennen vanuit het Concilium. We spreken over de opleiding, even over Europa en over zijn aandachtsgebieden in de anesthesie.

Je werkt nu al weer zo’n 6 jaar in Groningen. Hoe kwam je daar zo terecht?

Ik kom vanuit Duitsland, uit Bonn. Ik ben daar opgeleid en heb aansluitend een aantal jaren academisch gewerkt. Ik heb daar veel geleerd, maar wilde me toch graag wat verder ontwikkelen. Na de geboorte van mijn zoontje was er voor ons een ideaal moment om naar iets anders te gaan kijken, buiten Duitsland. Ik was van plan om naar Amerika te gaan, naar Pennsylvania of naar Houston in Texas, maar op dat moment bleek daar geen plaats. Toen ben ik op zoek gegaan naar alternatieven en toevallig was men in Groningen op zoek naar mensen. Het UMCGroningen is een groot ziekenhuis en een transplantatiecentrum. Het plan was om een jaar te blijven maar het beviel me zozeer dat ik er nu nog steeds werk. Groningen heeft mij mooie mogelijkheden gegeven om mezelf verder te ontwikkelen.

Je bent nu opleider, was dat op voorhand een van je ambities?

Nee, het opleiderschap kwam bij toeval op mijn pad. Ik wilde in Groningen cardioanesthesie en levertransplantaties gaan doen. Toen er in de cardiogroep een plekje kwam, had ik het aan de ‘algemene’ kant zo leuk, dat ik op dat moment even paste. Met het vertrek van de opleider ontstond er een vacature. Ik vond opleiden altijd leuk en realiseerde me dat veel aspecten van wat ik eerder had gedaan met opleiding te maken hadden. In zoverre was het dus een logische stap om voor het opleiderschap te gaan. Men heeft mij vervolgens veel ruimte gegeven om de juiste positie te vinden en mijn eigen stijl aan het opleiderschap te geven.

Geef je nog genoeg anesthesie naar je zin?

Ja en nee, ik bedoel, ik vond de cardioanesthesie altijd leuk en misschien wil ik er op een later moment nog een keer over nadenken om terug te gaan, maar op dit moment past het niet. De transplantatieanesthesie doe ik op dit moment nog steeds en dat blijf ik ook doen. Ik vind dat leuk en het is goed te combineren. Wat voor mij wel een punt is, is dat ik meer op de OK zou willen staan om ‘direct’ op te leiden en graag minder tijd aan administratieve dingen kwijt zou willen zijn. Met de modernisering zijn er veel kleine en grote veranderingen waarvan de invoering veel tijd en energie heeft gekost. Dit begint nu steeds beter te lopen en daarom kan ik me meer op mijn klinische taken bezinnen. Op dit moment sta ik twee dagen per week op de OK en op termijn liefst weer meer. Tijdens de diensten komen daar dan nog de levertransplantaties bij. Ik vind het een zeer mooie mix moet ik zeggen.

Waaraan merk je dat de nieuwe opleiding beter gaat lopen?

Het loopt meer vanzelfsprekend; zeker nog niet ingesleten, maar dat komt uiteindelijk wel. Groningen is altijd een opleidingsinrichting geweest waar de opleiding sterk vanaf de basis werd vormgegeven. De modernisering is ook vanaf de basis opgepakt. Karel Kuizenga had een goed begin gemaakt, dus het was voor mij niet zo moeilijk om de draad op te pakken en het verder uit te bouwen. Samen met Martine Yntema, nu ook mijn rechterhand, heb ik het nieuwe opleidingsplan geïntroduceerd. De aios beleefden daar niet altijd plezier aan; zij voelden zich bij tijd en wijle proefkonijnen en zeiden: “moet dit nou allemaal?” De generatie die de modernisering heeft meegemaakt is inmiddels zo’n beetje klaar. Als we het nu over opleidingsvernieuwing hebben dan krijgen we als reactie: “hoezo nieuw, dat doen we toch al.” Je ziet dat er rust is gekomen omdat veel van de vernieuwingen inmiddels goed ingeburgerd zijn. Op details moet er zeker nog het een en ander bijgeschaafd worden, maar over het algemeen loopt het goed.

Sluiten de vernieuwingen aan op je eigen visie over opleiden?

Als ik tien jaar terugkijk, toen bevond ik me natuurlijk nog in het Duitse systeem, dan heerste er wel een andere cultuur. Nu, hier in Nederland, in Groningen, bestaan er duidelijke cultuurverschillen in vergelijking met toen. Bepaalde zaken zoals een open overlegstructuur zijn hier gewoon en is er een vlakke of bijna niet hiërarchische structuur. Dat zijn zeker dingen die ik in het Duitse systeem gemist heb. Maar aan de andere kant mis ik hier toch ook weer dingen zoals bijvoorbeeld het maken van duidelijke afspraken. In het begin ben ik soms geschrokken hoe brutaal en assertief mensen kunnen zijn. Ook met opleiden; soms moet je ook kunnen zeggen: “prima dat je dit zo vindt maar ik vind dat je het zo moet doen.” Aan sommige mensen moet je gewoon minder ruimte geven zodat ze de juiste weg gaan. Ik kom uit een systeem waar je zeer vroeg eigen verantwoordelijkheid kreeg, met weinig directe supervisie. Het is de combinatie van de twee die goed is, die van eigen verantwoordelijkheid maar ook duidelijke supervisie zoals hier in Nederland.

En sluit de moderne opleiding naar jouw zin voldoende aan op de praktijk en op de anesthesiologische ontwikkelingen van de anesthesie in Nederland?

Ik denk wel dat het voldoende aansluit maar we moeten oppassen dat we niet te passief worden. Als anesthesiologen hebben we een sleutelpositie binnen het moderne ziekenhuis en die positie moeten we niet prijsgeven. Dat vond ik persoonlijk beter in het Duitse systeem. Prima dat anderen zich er mee willen bemoeien, maar eh, ik geloof in kerntaken van de anesthesie, zoals de pijnbestrijding, de acute geneeskunde en de intensive care. Die horen op ons bordje. Ik vind het jammer als ik zie dat de anesthesiologen zich terugtrekken op de OK. Goed, dat kan, ik vind dat we daar ongelijk in hebben. Ik hoop dat we onze aios dat duidelijk kunnen maken en ze kunnen motiveren om het vak breed te houden.

Wordt dit ingegeven door de regelgeving van de overheid of van de MSRC?

Neen, de regelgeving staat er los van. Binnen de NVA vertalen we de regels tot een langdurig traject van vernieuwing met daarin de modernisering van de opleiding. Uitgangspunt is dat de anesthesie de peri-operatieve zorg in de breedste zin omvat. Ik vind het een te simpele route om ons op de OK terug te trekken, ook al zou dit financieel het meest interessant zijn. Het hangt echt af van wat wijzelf ervan maken. Dat is onze eigen verantwoordelijkheid, daar kunnen we niemand anders de schuld van geven. Als het toch gebeurt dan doen wij het gewoon niet goed.

Zijn er genoeg onderzoeksmogelijkheden in Groningen?

Ja, toch wel. Dat heeft te maken met de veranderingen binnen onze afdeling. De komst van professor Michel Struys heeft de wetenschap op onze afdeling een boost gegeven. Inmiddels zijn er met professor Toni Absalom en professor Thomas Scheeren zelfs drie hoogleraren in de anesthesiologie en er zijn onderzoekslijnen opgezet op het gebied van farmacodynamiek en –kinetiek, neurowetenschappen en hemodynamiek. Er is ruimte om mensen goed te begeleiden; studenten, maar zeker ook aios tijdens hun opleiding. Zij kunnen deelnemen aan een project en hoeven het niet helemaal zelf op te zetten. In het strakke kader van de opleiding is het onrealistisch om een heel onderzoeksproject op te zetten, dus je moet researchlijnen hebben waar aios gemakkelijk in kunnen stappen en die hebben we inmiddels in Groningen. Daar ben ik heel blij mee, mede omdat ik hiermee zelf ook weer meer mogelijkheden heb om research te doen. Buiten de bovengenoemde researchlijnen doen we onderzoek op het gebied van opleiding en onderwijs in goede samenwerking met het Wenckebach Instituut.

Wat zijn je eigen aandachtsgebieden voor onderzoek?

Mijn persoonlijke toekomst op het gebied van research ligt bij de levers en bij de circulatoire fysiologie. Cardiac output meting door middel van de transpulmonaire indicator dilution techniek en point of care monitoring van leverfunctie door middel van ICG zijn hier voorbeelden van. Echt klinisch onderzoek want dat vind ik één van de speerpunten van de anesthesie. Wij kunnen binnen de anesthesie niet concurreren met mensen die basale research doen, daar moet je echt fulltime mee bezig zijn, anders doe je dit niet professioneel. De samenwerking met andere disciplines is wel erg belangrijk. In Groningen heb ik bijvoorbeeld ervaren dat de multidisciplinaire samenwerking binnen het levertransplantatieteam erg succesvol is.

Ik hoor het, je blijft voorlopig nog wel in Groningen.

Ja, ik vind het een hartstikke mooie plek; “een pronkjewail in golden raand” zoals je het hier zegt. Misschien niet altijd met een gouden randje, maar ja. Je hebt in Groningen heel veel mogelijkheden om jezelf te ontwikkelen en het is een prachtige plek om met jonge mensen bezig te zijn, mensen te enthousiasmeren. De stad is groot en levendig genoeg om er privé prettig te leven. Ik heb mijn promotie in Göttingen gedaan en dat is een beetje een vergelijkbare stad. Dus een echt academisch centrum met een prettige sfeer en daar kan ik erg van genieten.

Wil je nog een wens uitspreken over de opleiding?

Kijk, ik denk dat het zo is dat AIOS actief bezig moeten blijven met het maken van hun eigen opleiding. Maar dat geldt voor ons precies zo. Wij moeten duidelijk ons enthousiasme laten zien en ik denk dat we daarmee de jonge generatie voor het vak motiveren en enthousiasmeren. Het is jammer dat er in Nederland te weinig anesthesiologen opgeleid worden; daar zullen vast politieke redenen achter zitten. Als er veel anesthesiologen en anesthesiologische onderzoekers uit het buitenland nodig zijn dan is er iets fundamenteel mis.

Proef ik daar weer een lichte kritiek op onszelf, geloof je dan niet in Europa, in het open Europa?

Ja, ik denk dat er in Nederland, in vergelijking met andere europese landen, een zeer goede, degelijke opleiding anesthesiologie is, maar te krap. Hier moeten wij vanuit de wetenschappelijke vereniging een actief beleid in voeren.

Ik zie mezelf of mijn eigen geschiedenis minder als Duitser die in Nederland werkt dan als Europeaan. We werken allemaal in Europa, we worden in Europa opgeleid en het zou niet zoveel uit moeten maken waar, als de technische mogelijkheden en de middelen maar aanwezig zijn en bij de beoordeling van anesthesiologen in opleiding uitgegaan wordt van het behalen van competenties en vaardigheiden. Het gaat natuurlijk allereerst om het vak zelf dat veel meer in houdt dan alleen op de OK staan, de anesthesioloog moet zich bezig houden met de peri-operatieve zorg in de ruimste zin.

“Het kan altijd beter”

Interview met anesthesioloog Götz Wietasch

Door Erik Heeg en Joukje Koehoorn

Een belangrijke schakel in het traject dat een levertransplantatiepatiënt doorloopt, is de anesthesioloog.
Is de anesthesioloog alleen betrokken tot aan de deur van OK 19 of gaat het verder? Misschien wel véél verder?
We spreken hierover met Dr. Götz Wietasch, één van de groep anesthesiologen in het UMCG die zich hebben toegelegd op levertransplantaties.

Wie Götz Wietasch hoort praten zal zich niet verbazen dat hij is geboren in Duitsland. “In Berlijn om precies te zijn, maar ik ben opgegroeid in Duisburg,” licht Wietasch toe. Zijn vader was daar scheepsbouw-docent.
Wietasch studeerde Geneeskunde in Göttingen. Tijdens de studie deed hij promotieonderzoek: “Dat is gebruikelijk in Duitsland, het is ‘sehr effektiv’. Het vraagt een grote persoonlijke inspanning, maar na zeven jaar had ik zowel mijn MD als mijn Phd afgerond.”
Het promotieonderzoek van Wietasch was multidisciplinair opgezet met een kindercardioloog, een thoraxchirurg en een anesthesioloog. De promotie is uiteindelijk afgerond op de kindercardiologie met als onderwerp ‘intracardiale shunt-detectie met behulp van indocianide groen (ICG)’.

Mooiste combinatie

Tijdens deze samenwerking kwam Wietasch voor het eerst echt in contact met het vak Anesthesiologie en wat hij ervan zag beviel hem goed.
Wietasch liep coschappen in Bremenhaven. Voor het keuzecoschap koos hij de Kindergeneeskunde. “Ik heb Kindergeneeskunde altijd leuk gevonden, maar ik heb ook altijd zeker geweten dat dat het niet zou worden. Mijn keuzecoschap was dus een goede manier om bij de Kindergeneeskunde in de keuken te kijken. En het was nuttig, je hebt in andere vakgebieden natuurlijk ook met kinderen te maken.”
Wietasch vertrouwt ons toe dat hij destijds heeft overwogen om MDL-arts te worden, “maar in de periferie was dat niet mijn ding. Ik wilde graag weer onderzoek doen.”
Op dat moment kwam er een vacature voor anesthesioloog in Bonn. “Dat leek me een strak plan. Bovendien zat in Bonn inmiddels ook de anesthesioloog waarbij ik in Göttingen promotieonderzoek had gedaan. We konden zo ons oude onderzoek weer oppakken.”

Nog steeds is Wietasch enthousiast over zijn vak: “Het is voor mij de mooiste combinatie van techniek, fysiologie, mathematiek, pharmacologie; een combinatie van basisvakken en direct contact met de patiënt. Perioperatief gaat het vaak om het actief handelen en daarbij altijd hardop redeneren, altijd verklaren waarom je iets doet. Daarnaast is het ook een vak met ruimte voor creativiteit, niet alleen op de OK maar ook met betrekking tot onderzoek. Als anesthesioloog kun je ‘out of the box’ denken,” legt hij uit.

Stap naar Groningen

Toen in 2003 hun zoon werd geboren vonden Wietasch en zijn echtgenote het tijd voor een volgende stap. “Ik zag een vacature in Groningen voor algemeen anesthesioloog. In het sollicitatiegesprek werd wel al duidelijk dat hier ook mogelijkheiden bij het leverteam zullen zijn. In Bonn deed ik voornamelijk cardiovasculaire anesthesiologie, maar was ik ook betrokken bij levertransplantatie; we deden daar 20 tot 30 OLT’s per jaar.”
En dus verhuisde het gezin 2004 naar Groningen. Zijn echtgenote is mariene bioloog en software ontwikkelaar. “Het wad is hier in het Noorden interessant maar veel werk is er niet op haar gebied en dus heeft werkt ze nu op de afdeling ICT in het UMCG.” Hun zoon is inmiddels een rasechte Hollander, die vloeiend Duits spreekt (andersom kan natuurlijk ook).
“Groningen is een prachtig ziekenhuis met veel mogelijkheden” vertelt Wietasch. “Omdat het verzorgingsgebied zo groot is krijg je te maken met ziektebeelden die je ergens anders niet zo snel ziet.”

Expertise in huis houden

Na de beginperiode in het UMCG werd Wietasch opgenomen in het leverteam van de Anesthesiologie. “Binnen de anesthesiologie heb je verschillende werkgebieden, zoals lever, thorax, kinderen, pijn, intensive care en het mobiel medisch team. Met deze clustering houden we de expertise in huis.
Bij de levers zijn we met een vaste groep van gemiddeld 5 anesthesiologen. Het is een leuke en enthousiaste groep. De dienstbelasting is groter dan normaal, en een beetje ouderwets, maar het werkt wel goed. Je ben altijd oproepbaar tijdens je dienst en als het slecht uitkomt sta je 8-9 uur op de OK voor het reguliere dagprogramma en kun je daarna een hele OLT meemaken. Maar het is voor ons geen optie om je tijdens een procedure te laten aflossen door iemand anders; bij elke overdracht van een patiënt gaat er informatie verloren. Ook hier gaat het erom de expertise te behouden, kwaliteit en veiligheid zijn heel belangrijk,” aldus Wietasch.

Het ICG-onderzoek waarop Wietasch is gepromoveerd is ook nu weer actueel. Met deze betrekkelijk simpele meetmethode kan een voorspellende waarde worden gegeven over de leverfunctie na transplantatie en daardoor kun je beter inspelen op complicaties. De IC-meting wordt perioperatief gedaan na de transplantatie. Binnenkort verschijnt hierover een artikel in Liver Transplantation.
Ook doet Wietasch onderzoek met Thomas Scheeren, de anesthesioloog die afkomstig is uit Düsseldorf/Rostock en die nu ook in het UMCG werkt.

Samen ‘ja’ of samen ‘nee’

De groep leveranesthesiologen is een bijzonder enthousiaste groep professionals, die niet alleen op de OK bij de patiënt betrokken is, maar ook in het voor- en natraject.
De anesthesiologen zien een patiënt doorgaans tegen het eind van de screening van het OLT-traject.
Wietasch: “Soms worden we al eerder gevraagd door de MDL- of de kinderkliniek, of we even willen meekijken. Maar meestal komen we pas echt in beeld tegen de afronding van de screening, als de essentiële onderzoeken zijn gedaan en de patiënt volledig in kaart is gebracht. We spreken de patiënt uitgebreid. Wat mij hierbij opvalt is dat de gemiddelde noorderling snel bereid is tot acceptatie; ‘wat moet dat moet’. Ouders van kinderen stellen wel veel vragen, maar dat is ook logisch. Naar aanleiding van dit gesprek en onderzoek maken wij een inschatting van de perioperatieve risico’s. Maar we kijken ook naar andere eventuele kanttekeningen bij een transplantatie. Wij zijn niet alleen ‘dienstverlenend’ als anesthesiologen tijdens de OK, maar we maken ook daadwerkelijk deel uit van het multidisciplinaire overleg (vrijdagbespreking) waarbij je samen ‘ja’ of ‘nee’ zegt tegen een transplantatie. Je draagt samen als groep een besluit, en dat is erg leuk.”
Hiermee is dus de prangende vraag beantwoord: houdt de betrokkenheid van de anesthesiologie op bij de deur van OK 19? Nee dus. De patiënt staat immers centraal en niet de transplantatie.

Op de OK

Toch nog even achter de OK-deur kijken: hoe is de samenwerking tussen chirurgen en anesthesisten op de OK? Wietasch: “De samenwerking op de OK is uitermate goed; we zijn op elkaar ingespeeld als team en dit functioneert prima. Ben je nieuw, dan zul je actiever moeten zijn, meer vragen, maar als je eenmaal aan elkaar gewend bent en elkaar vertrouwt, dan werkt het natuurlijker en dus beter.”

De anesthesiologen werken ook nauw samen met het studenten-leverteam. Als een leverstudent voor het eerst de OK binnenstapt, wordt hij of zij opgevangen en ingewerkt door de anesthesioloog. Wietasch: “De student kan zo goed documenteren, als wij het hem geleerd hebben. Dit is zeer belangrijk. Eigenlijk vind ik de periode dat de studenten in het team zitten iets te kort, vaak maar twee jaar. Hierdoor heb je minder continuïteit binnen het team. Maar ik begrijp ook wel dat ze minder tijd hebben door het nieuwe curriculum. Maar over het algemeen loopt het goed. Het is een groep studenten die een actieve keuze heeft gemaakt, en die daardoor beter functioneren. “

Tekort

Even zet Wietasch zijn andere ‘pet’ op, namelijk die van opleider van de vakgroep sinds 2008. “We hebben op dit moment 3,3 fte tekort binnen de vakgroep Anesthesiologie. Dit is een steeds groter worden probleem, want er zijn niet genoeg anesthesiologen in Nederland. Inmiddels is onder druk van het NVA (Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie) het aantal landelijke opleidingsplaatsen bijgesteld maar het duurt wel 10 jaar voordat dit daadwerkelijk effect heeft.”
Hoe het zover heeft kunnen komen? Wietasch: “Enerzijds is er een aantal jaren geleden bezuinigd op het aantal opleidingsplaatsen voor anesthesiologen. Destijds konden er genoeg anesthesiologen vanuit het buitenland aangetrokken worden. Dit is meegenomen in de berekening van opleidingsplaatsen - bespaard het de overheid toch 6 ton opleidingskosten. Maar het is eigenlijk een onethische situatie, want wij als Nederland zuigen zo andere landen leeg. Anderzijds is er een vergrijzing binnen het vakgebied gaande, dus er gaan velen weg maar komen weinig voor terug.”

Altijd beter

Ideeën omtrent de toekomst heeft Wietasch in overvloed: “Willen we onszelf verbeteren dan moeten we elkaar nog meer aanspreken op medisch handelen. Binnen een kleine groep gaat dat goed en moet dat ook kunnen. Verder wordt het de hoogste tijd dat wij het papieren documenteren afschaffen. Maar dat gaat ook zeker gebeuren.”
Het credo van Wietasch is dan ook: “Het kan altijd beter”. En daarmee doelt hij op al zijn ‘petten’.

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram