• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Samenvattingen van de lezingen

Print 

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​

De pandemie lijkt bijna voorbij, maar er zijn nog wel hordes tot de finish te nemen  

Spreker:

Prof. dr Bert Niesters, klinisch viroloog bij de afdeling medische microbiologie en infectiepreventie

Samenvatting

We zitten nu met z’n allen ongeveer 20 maanden in de pandemie. Sommigen hebben de virusinfectie met SARS-CoV-2 aan den lijve of in hun omgeving meegemaakt. Met alle gevolgen van dien. Ruim 220 miljoen mensen zijn wereldwijd besmet; 4,5 miljoen mensen overleden. Tenminste dit zijn de cijfers die we officieel hebben geregistreerd! Ondertussen er is veel bereikt om het virus te kunnen bestrijden. Vaccins zijn ontwikkeld en worden nu massaal ingezet en er zijn (data 20 augustus) 4,93 miljard doses toegediend, waarbij nu 24,4% van de wereldbevolking volledig is gevaccineerd.
Het gaat dus wel de goede kant op, maar het is ook eerlijk om enkele kanttekeningen te plaatsen. Het virus muteert regelmatig en we hebben gemerkt dat eerst de alfa-variant en nu de delta-variant, snel om zich heen kan grijpen. De nu gebruikte vaccins beschermen hier wel tegen, maar zijn niet optimaal. Ook de duur van de bescherming is nog onzeker. Maar we zien ook wel dat de kans dat volledig gevaccineerde personen in het ziekenhuis komen veel kleiner is, dan niet of onvolledig gevaccineerde personen.
Uiteindelijk zullen wij met het coronavirus moeten blijven leven, net zoals dit met andere verkoudheidsvirussen is gebeurd. En dan moeten we nog kijken hoe de volgende epidemieën zich zullen ontwikkelen. De vraag is dan bijvoorbeeld komt er een nieuwe griepgolf en hoe gaat het met andere luchtweginfecties dit jaar. En in al die omstandigheden zal het coronavirus het prima vinden als we met velen bij elkaar komen. We zijn tenslotte nu eenmaal tot elkaar veroordeeld.

Te dik en toch ondervoed: het belang van 'verborgen honger'  

Sprekers:

Samenvatting

Te dik óf ondervoed, te veel óf te weinig voeding: op het eerste gezicht zijn dit tegenstellingen. Overgewicht en ondervoeding zijn niet altijd uitersten, maar vaak twee kanten van dezelfde medaille. Twee kanten die veel vaker tegelijkertijd voorkomen dan we tot nu toe dachten. Dit blijkt uit onderzoek in het UMCG, en uit het noordelijk gezondheidsonderzoek Lifelines. Bij mensen met overgewicht wordt gemakkelijk over het hoofd gezien dat er daarnaast ook sprake is van voedingstekorten, de zogenaamde ‘verborgen honger’, terwijl juist die tekorten voor veel gezondheidsschade zorgen.

De bestrijding van overgewicht is terecht een speerpunt bij preventie en behandeling van de ‘ouderdomskwalen’, zoals suikerziekte, en hart- en vaatziekten. Bij deze aandoeningen wordt vooral gedacht aan welvaart en een overvloed aan voedsel. Bij ondervoeding wordt gedacht aan armoede en voedselschaarste.
De wereldgezondheidsorganisatie (WHO) signaleert het toenemende belang van het gelijktijdig voorkomen van over- en ondervoeding in ontwikkelende economieën. Lifelines en onderzoek bij patiënten in het UMCG laten zien dat ‘verborgen honger’ geen ver-van-mijn-bed show is, maar ook bij ons belangrijk is voor gezondheid en welzijn.

Meer aandacht voor ’verborgen honger’ is dus van belang. Dit vraagt een aanpak die niet alleen kijkt naar de zichtbare buitenkant van overgewicht: geen ’ieder pondje gaat door het mondje’, maar ‘je gaat het pas zien als je het doorhebt’.
In het UMCG wordt daaraan momenteel gewerkt in het kader van GLIM (Groninger Leefstijl Interventie Model), een nieuw zorgpad dat is ontwikkeld voor een systematische aanpak van leefstijlbegeleiding voor patiënten.

Goede zorg voor de mantelzorger  

Sprekers:

  • Prof. dr. Mariët Hagedoorn, afdeling gezondheidswetenschappen, sectie gezondheidspsychologie
  • Prof. dr. Sytse Zuidema, afdeling huisartsgeneeskunde en ouderengeneeskunde.

Samenvatting

In Nederland zorgt 1 op de 3 volwassenen voor een naaste met een chronische ziekte of beperking. Alhoewel veel mantelzorgers deze taak uit liefde op zich nemen, is het zorgen voor een naaste vaak ook erg belastend. Veel mantelzorgers raken overbelast of hebben depressieve klachten. Vanzelfsprekend zijn er vele factoren die een rol spelen in de ervaren belasting, zoals bijvoorbeeld de aard van de zorgtaken en de intensiteit ervan, en de steun van andere familieleden en professionals die beschikbaar is. Samenwerking tussen mantelzorger en professionele zorg is hierbij belangrijk om het langer vol te houden.
 
In de lezing gaan beide sprekers in op zowel de positieve ervaringen van de mantelzorger als de problemen die ze ervaren, de beschikbare ondersteuningsmogelijkheden en op de mogelijkheden voor professionele zorg (thuis en in het verpleeghuis). 
 
Prof. dr. Hagedoorn is hoogleraar gezondheidspsychologie. Ze onderzoekt hoe patiënten en hun naasten samen omgaan met chronische en/of levensbedreigende ziekte. In haar presentatie gaat ze in op de ervaringen van mantelzorgers, en mogelijkheden om mantelzorgers te ontlasten en ondersteunen om overbelasting te voorkomen.

Prof. dr. Zuidema is specialist ouderengeneeskunde en hoogleraar ouderengeneeskunde en dementie. Dementie is een verzamelnaam van allerlei ziekten die gepaard gaan met problemen in het geheugen en dagelijks functioneren. Wanneer de ziekte voortschrijdt en de regie bij de persoon met dementie afneemt zullen deze naasten steeds meer de rol als mantelzorger op zich nemen. Hij zal dit toelichten aan de hand van praktijkervaring thuis en in het verpleeghuis en wetenschappelijk onderzoek over samenwerking tussen mantelzorg en professionele zorg.

Lymfeklierkanker, CAR-T-celtherapie  

Sprekers:

  • Drs. Jaap van Doesum, internist-hematoloog
  • Dr. Tom van Meerten, internist-hematoloog

Samenvatting

Kankersoorten van het bloed en het lymfekliersysteem staan op nummer 5 van de meest voorkomende kankersoorten in Nederland bij zowel mannen als vrouwen.
De meest voorkomende kankersoort van het bloed en het lymfekliersysteem is het diffuus grootcellig B-cel lymfoom, een agressieve vorm van  het non-Hodgkin Lymfoom. Onbehandeld zullen patiënten op korte termijn overlijden, met immunochemotherapie geneest 60%. Dit betekent dat 40% niet geneest en de prognose somber is voor hen.
Sinds kort is er een nieuwe behandeling beschikbaar voor patiënten met de ziekte diffuus grootcellig B-cel lymfoom die niet op immuno-chemotherapie hebben gereageerd.
Deze behandeling is chimeer-antigeenreceptor-T-celtherapie (CAR T-celtherapie). Bij CAR-T-celtherapie worden de afweercellen van de patiënt afgenomen en in het laboratorium genetisch aangepast.
Na deze genetische aanpassing worden de cellen opgekweekt en uiteindelijk via een infuus aan de patiënt toegediend. De aangepaste afweercellen ( = CAR T-cellen) zijn nu in staat de kanker te herkennen en te vernietigen. Met CAR-T-celtherapie  bereikt 40% van de uitbehandelde patiënten  alsnog een langdurige ziekte vrije periode.
Deze behandeling brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Zoals het overbruggen van de tijd tot het CAR-T-cel product klaar is voor toediening en de herkenning en behandeling van specifieke bijwerkingen, zoals cytokine-releasesyndroom of neurotoxiciteit.
Behandeling door een toegewijd, multidisciplinair team is hierbij noodzakelijk. Toekomstig onderzoek dient zich te richten op uitbreiding van de CAR-T-celtherapie naar andere ziektebeelden en verhoging van het percentage patiënten waarbij je met CAR-T-celtherapie een langdurige Ziekte vrije periode bereikt.

Microbioom: de rol van de darmbacteriën bij ziekte en gezondheid  

Sprekers:

  • Prof. dr. Rinse Weersma, maag, darm-leverarts
  • Drs. Marjolein Klaassen, onderzoeker bij de afdeling Interne Geneeskunde

Samenvatting

Omstreeks 1880 beschreef de Oostenrijkse kinderarts Theodor Escherich voor het eerst dat micro-organismen onderdeel van het menselijk lichaam zijn. Bacteriën, gisten en schimmels, die op en in het menselijk lichaam leven. Deze duizenden soorten micro-organismen worden samen het microbioom genoemd en leven vooral in uw darm. Ook komen ze op uw huid voor.

Het microbioom in uw darm, het darmmicrobioom, helpt u met het verteren van uw voedsel en het activeren van uw immuunsysteem. Op deze manier bent u beter beschermd tegen infecties.

De laatste tientallen jaren hebben nieuwe technieken het gemakkelijker gemaakt om de samenstelling van het microbioom te bestuderen. Op deze manier is ontdekt, dat als de samenstelling van het ‘gezonde’ microbioom is verstoord, dit een rol kan spelen bij het ontstaan van ziekten zoals suikerziekte en darmziekten. Een voorbeeld hiervan is de ziekte van Crohn.

Er wordt vaak gesproken over de ‘gezonde darmflora’, maar we beginnen nu pas langzaam aan te begrijpen wat een ongezonde of gezonde darmflora eigenlijk is. Baanbrekend onderzoek vanuit het UMCG in samenwerking met Lifelines levert hieraan een belangrijk bedrage.
Deze kennis helpt ons beter te begrijpen hoe bijvoorbeeld een dieet, probiotica (levende bacteriën) of poeptransplantaties kunnen bijdragen aan de behandeling of preventie van ziekte.

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram