• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

De protonenprofessor

Print 
20 december 2017

​​Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) begint volgende maand met een nieuwe soort bestraling voor kankerpatiënten: protonentherapie. De belichaming van deze samenwerking tussen fysica en geneeskunde is Stefan Both, de eerste ‘protonenprofessor’ van Nederland.

Door Freek Schueler

Both is werkzaam op de afdeling radiotherapie van het UMCG, waar momenteel één van de eerste protonentherapiecentra van Nederland in aanbouw is. Vriendelijke ogen schuilen achter een strakke bril. Het lijkt alsof het voor hem allemaal erg onwennig is. En dat is het ook. Hij verhuisde twee maanden geleden naar Nederland vanwege zijn nieuwe functie. Eerste indruk? ‘Voor alles is een regeltje.'

Van oorsprong is hij Roemeens, maar hij omschrijft zichzelf als ‘pretty global’. Na zijn studie natuurkunde verhuisde hij naar de Verenigde Staten om te gaan werken als consultant medische fysica, waarna hij doorschoof naar de universiteit van Pennsylvania. Sinds twee maanden is hij werkzaam als hoogleraar aan de RUG.

‘Ik was prettig verrast door al het fantastische werk dat hier al is gedaan. Ik identificeer mezelf enorm met het doel en de visie van deze afdeling.’ Ofwel: hij gaat de splinternieuwe protonentherapie in Groningen verder ontwikkelen.

Protonentherapie?

Kankerbehandeling kan je opsplitsen in drie methodes: chirurgie, chemotherapie en radiotherapie. Voor dat laatste werd normaal gesproken krachtige röntgenstraling gebruikt. Die tast het DNA van de kankercellen aan, waardoor ze afsterven. Helaas worden daarbij echter niet alleen kankercellen aangetast. Onderweg naar de tumor wordt ook gezond weefsel aangetast.

De nieuwe protonentherapie vuurt geen elektromagnetische stralen op de tumor af, maar protonen – deeltjes uit de atoomkern. ‘Protonen zijn uniek! Ze laten hun energie immers pas los aan het einde van de weg die ze afleggen.’

En dat maakt het mogelijk om de tumor met een grote mate van nauwkeurigheid te behandelen. Denk aan een minuscule kogel die halverwege het lichaam blijft hangen: alle achterliggende weefsels blijven intact.

Ook de weefsels die de protonen doorkruisen voordat ze bij het tumorweefsel aankomen, worden minder beschadigd in vergelijking met conventionele radiotherapie. Dat is vooral belangrijk bij kinderen. Omdat bij hen de omliggende weefsels nog in ontwikkeling zijn, kan vooral bij deze groep protonentherapie een uitkomst zijn.

Protonentherapie past daarmee naadloos binnen het Healthy Ageing speerpunt van het UMCG. Door reductie van het aantal bijwerkingen kan het bijdragen aan meer gezonde jaren.

Technologie

Het idee achter protonentherapie is niet nieuw. Al een halve eeuw terug werd het mogelijke voordeel van protonen onderkend. Maar de technologie erachter heeft zich de afgelopen decennia sterk ontwikkeld. Het UMCG gaat een techniek gebruiken die ‘pencil beam scanning’ wordt genoemd. Die maakt het mogelijk om de precieze vorm van de tumor in 3D te ‘tekenen’ met een potlood van straling. Zo wordt alleen het tumorweefsel bestraald.

Fantastisch natuurlijk. Maar de precisie van de therapie is tegelijkertijd een valkuil. Simpel gezegd zorgt een relatief kleine verandering van omstandigheden al voor een grote afwijking. Zo’n verandering van omstandigheden kan natuurlijk een andere patiënt zijn, of zelfs aan een ander orgaan binnen eenzelfde patiënt, maar ook de afstelling van de machines. Ook bewegende organen, zoals de longen, zijn door de precisie moeilijker te behandelen.

De uitdaging is om de therapie geschikt te maken voor elk deel van het lichaam en voor alle patiënten. Maar zover zijn we nog niet.

Behandeling

Dat komt deels omdat de behandelingen nu nog erg kostbaar zijn. De benodigde machines die zijn doorgaans een paar verdiepingen hoog. In die machine is een ‘couch’, waar de patiënt op komt te liggen en een ‘snout’, waar de straling uitkomt. Nieuw in het UMCG is dat de ‘couch’ niet alleen horizontaal en verticaal beweegt, maar ook kan draaien en kantelen zodat er vanuit alle hoeken kan worden bestraald.

Rol van Both

Both is geen arts. ‘Mijn rol wordt beperkt door de grenzen van mijn vak’, vertelt hij. Hij houdt zich bezig met de technologische vooruitgang in de radiotherapie en adviseert over die zaken waar behandelende artsen minder verstand van hebben.

Een voorbeeld hiervan is adaptive radiation therapy: stralingstherapie waarbij de bestralingsgebieden op dagelijkse basis kunnen worden aangepast aan de situatie en tumorgrootte van dat moment. Samen met collega’s die zich onder andere richten op het probleem van bestraling bij bewegende organen, ontwikkelen ze ​hulpmiddelen en instrumenten voor in de kliniek en geven ze artsen uitleg en advies over de te gebruiken hulpmiddelen.

Alles om maar te zorgen dat de arts ook daadwerkelijk de patiënt behandelt zoals hij de patiënt bedoelt te behandelen. Both: ‘Het is niet altijd zo dat wat je ziet op de computer, ook is wat er binnenin de patiënt gebeurt. Wij overbruggen de kloof tussen de mogelijkheden van de technologie en de klinische eisen.’

Boths belangrijkste doel is het optimaal benutten van de eigenschappen van de protonen. Daar heeft hij voorlopig in Groningen nog zijn handen vol aan. En al die regeltjes hier? ‘Er zijn plussen en minnen, maar over de hele linie zijn het toch vooral plussen’, zegt Both.

Dit artikel werd geschreven voor de Universiteitskrant Groningen en is 27 november 2017 reeds op www.ukrant.nl gepubliceerd.


Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram