• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Omgaan met hardloopblessures

Print 
25 september 2017



De 4 Mijl koorts stijgt gestaag. In de stad word je links en rechts ingehaald door lopers die trainen voor dit jaarlijkse evenement. Sportarts Steef Bredeweg (UMCG) en Running Girl Kelly Sandys schrijven in aanloop naar de 4 Mijl wekelijks een blog over hardlopen. Deze week bespreken ze de stelling: blessures horen bij hardlopen. Steef vanuit de wetenschap, Kelly vanuit de praktijk.


Volgens onderzoek van Consument en Veiligheid raakt per jaar ongeveer 30 tot 40 procent van alle hardlopers geblesseerd. Dit komt omdat hardlopen een zware belasting voor het lichaam is. Een half uurtje joggen leidt tot ruim één miljoen kilogram extra belasting voor het lichaam!

De meeste blessures ontstaan in de knie, gevolgd door het onderbeen en de voet. Veel voorkomende blessures zijn pijn rond de knieschijf (patellofemorale pijnsyndroom), shin splints (been- of botvliesirritatie), achillespees, plantaire fasciopathie (hielspoor) en de lopersknie, waarbij je pijn hebt aan de buitenzijde van de knie (iliotibiaal band syndroom). Veel blessures ontstaan geleidelijk en een derde van de lopers heeft dezelfde blessure al eerder gehad. Dit doet de vraag rijzen of het überhaupt verstandig is om te beginnen met hardlopen. Of horen blessures er een beetje bij?

Steef

“Pijntjes en blessures horen een beetje bij de hardloopsport. Dit heeft alles te maken met de grote belasting van spieren, pezen, botten en gewrichten. Niet ieder pijntje hoef je er echter van te weerhouden om te gaan lopen. Maar hoe onderscheid je een pijntje van een serieuze blessure?”
 

“Loop nooit door de pijn heen”

“In de sportmedische praktijk maken we vaak gebruik van een zogeheten VAS-schaal om pijn en irritatie te meten. Deze loopt van 0 tot 10, waarbij 0 geen last betekent en 10 de meest erge pijn die je je kunt voorstellen. Verdwijnt een pijntje of irritatie na het hardlopen snel en is die de volgende ochtend niet of nauwelijks meer aanwezig , dan kun je gerust doorgaan met lopen. Blijft hij langer aanwezig dan is het verstandig om de volgende twee trainingen aan te passen qua tijdsduur en intensiteit. Loop op rustig tempo de helft van wat je voorgenomen had. Loop nooit door de pijn heen! Een beetje pijn is fijn, maar blijf goed luisteren naar je lichaam.”

“Is de pijn bij de volgende training nog steeds aanwezig, dan is het verstandig om twee trainingen over te slaan en in de tussentijd minder belastende sporten te beoefenen (wandelen, fietsen, zwemmen). Bouw hierna het hardlopen weer rustig op. Blijft de pijn bestaan, neem dan wat langer rust, bijvoorbeeld twee tot drie weken en blijf wandelen, fietsen en zwemmen. Houdt de pijn ook daarna aan, vraag dan advies aan een sport- of huisarts of (sport)fysiotherapeut.”

Kelly

“Zoals Steef aangeeft, horen pijntjes in het lijf er af en toe nou eenmaal bij. Het is de kunst om te ontdekken wanneer en waarom de pijn ontstaat en of er ook echt iets aan de hand is. Een logboek kan daarbij helpen. Noteer bijvoorbeeld een tijdje na elke training hoe je je voelt en of iets in het lichaam pijn doet. Doe dat ook de ochtend erop. Zo krijg je zicht op wat inspanning en nachtrust met je lijf en de pijntjes doen. Misschien ontdek je sneller of er echt iets aan de hand is en kun je met duidelijke klachten naar de sport- of huisarts of (sport)fysiotherapeut.”


“Houd een logboek met pijntjes bij”

“Wees vooral niet eigenwijs als het gaat om pijn voor, tijdens of na het hardlopen. Veel lopers gaan maar door en door, ondanks dat ze aangeven pijn te hebben. Dit onder het mom van: ‘het gaat vanzelf wel weer over’. Loop niet onnodig lang rond met pijntjes en blessures. Wees eerlijk tegen jezelf en doe een stap terug als dit nodig is. Liever drie weken rustiger aan dan uiteindelijk drie maanden niets mogen doen.”

  de VAS-schaal                 de VAS-schaal

           

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram