• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

‘Ik weet nu nog beter hoe ik patiënten kan motiveren’

Print 
22 november 2018
​​​

Goed eten en drinken is van wezenlijk belang als je ziek bent. Het helpt je voor en na een behandeling om aan te sterken en kan bijdragen aan je herstel. Maar dit klinkt makkelijker dan het is. Dat weten voedingsassistenten Anja en Natascha als geen ander. Zij voorzien patiënten dag in dag uit van drinken en eten. Hoe ga je om met patiënten die voeding weigeren of die wel willen eten maar totaal geen eetlust hebben? Tijdens de cursus Motiverende Gespreksvoering kregen ze tips en adviezen.​​​​

De cursus bestond uit drie bijeenkomsten en werd gegeven door trainers van het Wenkebach Instituut: expertisecentrum voor Communicatie, Leiderschap,  Assessment en Samenwerking. Een van de trainers is Nelly Hazen. ‘We hebben al vaker cursussen motiverende gespreksvoering gegeven voor zorgprofessionals maar niet voor voedingsassistenten. Een interessante doelgroep want zij staan dichtbij de patiënt en hebben de belangrijke taak om hen van voeding te voorzien. Dat dat heel ingewikkeld kan zijn, blijkt wel uit onderzoek naar de voedingstoestand van patiënten in ziekenhuizen. Die verslechtert vaak en dat kan genezing in de weg staan.’

De kunst van motiveren

​​‘Wat goed dat u een slok water neemt’

​​

Voedingsassistenten Anja en Natascha (respectievelijk 30 en 10 jaar voedingsassistent) werken op de afdeling Cardiologie en Short Stay en vragen zich tijdens hun werk vaak af hoe ze mensen die heel ziek zijn en soms al tijden slecht eten en drinken toch kunnen stimuleren om iets tot zich te nemen. Dat vergt kennis over de toestand en de persoon van de patiënt. Stimuleer je die met een grapje of heeft hij iets anders nodig om te gaan eten? Of om die ene hap of slok extra te nemen?

De cursus gaf handvaten. Anja: ‘Gisteren kwam ik vlak na de cursus bij een patiënt die moeilijk dronk. Hij had net een slok water gehad. Toen zei ik: “Wat goed dat u een slok heeft gedronken.” Normaal was ik daar misschien aan voorbij gegaan. Maar nu sta ik daar even bij stil.’​

Blij dat u eet

​​​‘Ik leerde op een andere manier vragen stellen’​​

​​

Natascha knikt. Zij komt ook regelmatig patiënten tegen die weinig tot niet eten en/of drinken. ‘Ik heb geleerd dat je daar op meerdere manieren mee om kan gaan. Als een patiënt tegen me zegt dat het hem niet is gelukt om zijn bord leeg te eten, dan kan ik zeggen: “ik kom straks terug en hoop dat u dan nog een paar happen heeft gehad”. Maar ik kan ook aangeven dat ik heel blij ben dat hij wat heeft gegeten. Dat motiveert misschien wel meer om de volgende keer nog een hap te nemen.’ 

Anja: ‘Wat ook kan helpen, is om op een andere manier een vraag te stellen. Bijvoorbeeld niet: “Heeft het u gesmaakt” maar “Hoe heeft het gesmaakt?” En daarna: “Wat heeft u gesmaakt?” Als je weet wat een patiënt lekker vindt, kan je daar bij een volgende maaltijd rekening mee houden.’ Natascha: ‘Je kan ook vragen wat de patiënt thuis gewend is te eten of waar hij van geniet. Daarvoor moet je wat meer tijd nemen. Om dat gesprek aan te gaan.’​

Nieuwsgierig zijn

Nelly beaamt dit. ‘Daar zit het verschil tussen “gewoon je werk doen” en nieuwsgierig zijn. Echt willen weten hoe het de patiënt vergaat. Als je zelf niet gemotiveerd bent om het anders te doen, kan je een ander ook niet motiveren.’

Natascha: ‘Ik ben blij dat ik heb meegedaan aan de cursus en zou het heel leuk vinden om over een jaar weer één te volgen waarin we stof herhalen en nog wat uitgebreider samen kunnen oefenen. Want het is best moeilijk hoor, om wat je leert ook toe te passen.’​

Routines doorbreken

‘Voedingsassistenten weten zoveel over de patiënt’​​​

Anja knikt. ‘Het is goed om situaties die je al jaren op dezelfde manier aanpakt van een andere kant te bekijken. Maar dat is niet gemakkelijk. Je hebt een routine ontwikkeld die je niet zomaar doorbreekt. Daarvoor moet je blijven oefenen. Ik moet telkens nog nadenken wat ik nu ga vragen en hoe ik dat het beste kan doen. Soms gaat dat goed en soms ook niet. Laatst werd een patiënt boos op mij. Hij moest eigenlijk wel gaan eten omdat hij anders niet sterk genoeg zou zijn voor een zware operatie. Maar hij bleef weigeren. Dat vind ik moeilijk. Hoe ik daar dan mee om moet gaan. En hoe ver mijn taak gaat.’

‘Dat vergt vaardigheden die dan weer niet hebben geoefend’, merkt Nelly op. Ook zij heeft veel geleerd van de cursus voor voedingsassistenten. ‘Zij hebben heel veel kennis over de voedingstoestand van de patiënt, welke patiënt wel wat extra motivatie en stimulatie kan gebruiken en hoe je dit kan oppakken. Ze hebben aangegeven dat zij graag volwaardig onderdeel uitmaken van multidisciplinaire teams van artsen, verpleegkundigen en diëtisten. Ik kan me voorstellen dat er veel kennis verloren gaat als zij niet betrokken zijn.’

Nooit te laat

In het UMCG wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe scholing voor voedingsassistenten, waar motiverende gespreksvoering een vast onderdeel van moet worden. ‘Dat lijkt me heel goed’, zegt Anja. ‘Dan krijg je van jongs af aan de kennis hierover mee. Voor mij is dat na dertig jaar werken al wat moeilijker.’ Maar je leert altijd weer wat, hebben Anja en zij gemerkt. Daar is het nooit te laat voor.


De cursus motiverende gespreksvoering duurde drie dagdelen. Vragen die o.a. aan de orde kwamen, waren: wat is motiverende gespreksvoering, hoe kan het jou helpen zodat de patiënt beter of anders gaat eten en drinken? Hoe kan je maaltijden aanbieden zodat een patiënt gestimuleerd wordt en jij meer informatie van hem krijgt? Hoe herken je bezwaartaal en hoe reageer je hierop? Tijdens de lessen werd veel geoefend en na elke bijeenkomst kregen de deelnemers een opdracht mee waarmee ze in de praktijk konden oefenen. De inhoud van de cursus is tot stand gekomen door gesprekken met voedingsassistenten, (hoofd)verpleegkundigen en diëtisten en in samenwerking met het Healthy Ageing Team van het UMCG. Heb je vragen over de cursus? Neem dan contact op met healthy.a​Contact​​



​​​​​

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram