• Tekstgrootte
 Mijn UMCG  

Kans op volledig herstel na eerste psychose tweemaal zo groot met minder medicatie

Print 
12 juli 2013

Patiënten die meteen na een eerste psychose een strategie ondergingen van minder medicatie in plaats van de gebruikelijke onderhoudsbehandeling met antipsychotische medicijnen gedurende 18 maanden, bleken 7 jaar later meer dan tweemaal zo vaak volledig hersteld dan patiënten die een onderhoudsbehandeling hadden gekregen. 
 
Deze opmerkelijke bevindingen komen uit een studie van psychiater dr. Lex Wunderink, werkzaam bij GGZ Friesland en de Afdeling Psychiatrie van het UMCG. “Studies naar de behandeling van psychose worden meestal binnen twee jaar afgerond. Wij laten zien dat je patiënten veel langer moet volgen om echt inzicht in de effecten van medicijnen te krijgen”, aldus Wunderink. De resultaten van de studie zijn deze week in het toonaangevende tijdschrift JAMA Psychiatry gepubliceerd.

Het onderzoek

Na een eerste psychose werden 128 patiënten verdeeld in een groep die gedurende 18 maanden de gebruikelijke onderhoudsbehandeling met medicijnen tegen psychose kreeg, en een groep bij wie de dosering van deze medicijnen zo goed als mogelijk werd verminderd of zelfs geheel gestopt. Na deze 18 maanden bleek de dosisverminderingsstrategie te leiden tot tweemaal zoveel terugval: 42% van de patiënten in de verminderingsstrategie tegen 21% van de patiënten in de onderhoudsbehandeling vielen terug in anderhalf jaar. Verder waren er geen duidelijke voordelen van de verminderingsstrategie, behalve het feit dat 20% van de patiënten daadwerkelijk kon stoppen met de medicatie zonder terugval.

 Na 7 jaar bleek bij het volgen van 103 van de patiënten uit de oorspronkelijke studie, dat 40% van de patiënten volledig was hersteld die destijds de verminderingsstrategie hadden gehad. Dit was slechts bij 18% het geval in de groep die de onderhoudsbehandeling had gehad. Herstel is in dit geval een combinatie van twee factoren, het goeddeels verdwijnen van de symptomen en het herstel van dagelijks functioneren. De symptomen waren in beide groepen in gelijke mate afgenomen, maar de patiënten met de verminderingsstrategie waren vaker hersteld wat betreft hun dagelijks sociaal functioneren in werk, studie, relaties en dagelijks leven.  

Lange termijn

De studie van Wunderink laat zien dat een grote groep patiënten na een eerste psychose kan herstellen als de dosering van de medicijnen vroegtijdig wordt verminderd tot het haalbare. “Ik pleit voor een heroverweging van de behandeling van psychosen. In plaats van vooral te letten op de ernst van de symptomen en het risico op terugval moeten we meer gaan kijken naar het functioneren in het dagelijks leven. Dat is de uitkomst die er voor patiënten werkelijk toe doet. Ook is het duidelijk dat we meer studies moeten doen waarin we patiënten meerdere jaren volgen. Dat levert hele andere inzichten op”, vertelt Wunderink.  

Psychose

Een psychose is een aandoening die vaak begint op een leeftijd tussen de 15 en 30 jaar met een eerste psychotische episode, gekenmerkt door hallucinaties, wanen, onsamenhangend gedrag en/of spraak en verminderd doeltreffend functioneren. Vaak keren deze episodes meermalen terug, en is er tussen de episoden door sprake van verminderd initiatief en minder goed functioneren. Veel patiënten houden hier in meer of mindere mate hun gehele leven last van.  

Behandeling

Terwijl de symptomen van de psychotische episoden (stemmen horen, waanideeën) over het algemeen goed te behandelen zijn met antipsychotische medicijnen, geldt dat niet voor het initiatiefverlies en de afgenomen capaciteit om in het dagelijks leven te functioneren. Integendeel: de laatste jaren komen de nadelen van antipsychotica duidelijker aan het licht, en lijkt het erop dat de functionele mogelijkheden, het initiatief en de cognitieve vermogens kunnen lijden onder te hoge doseringen van deze medicatie. Anderzijds is ook aangetoond dat uitstel van de behandeling met medicijnen van een psychotische episode de prognose nadelig beïnvloedt.

Tussen klippen doorzeilen

Uit het onderzoek blijkt dat voor de behandeling van een psychose de psychiater dus tussen de klippen moet doorzeilen. Hij of zij moet tijdig medicijnen inzetten gedurende de actieve psychotische episode, maar waarschijnlijk de dosering ervan ook weer tijdig terugbrengen als de symptomen dat toelaten.

 Tot op heden was onduidelijk hoe lang medicatie moest worden voortgezet en of het meerwaarde had de dosering van de medicatie te verminderen. Dit onderzoek laat zien dat bij patiënten, die goed zijn hersteld van een eerste psychotische episode, de dosering van antipsychotica al vroeg moet worden verminderd, met het oog op het herstel van functioneren op lange termijn.

 De studie van Lex Wunderink, Roeline Nieboer, Durk Wiersma, Sjoerd Sytema en Fokko Nienhuis werd uitgevoerd door de Afdeling Psychiatrie van het UMCG en GGZ Friesland in samenwerking met 6 andere GGZ-instellingen en werd gefinancierd door Janssen-Cilag Nederland en GGZ Friesland.

Noot voor de pers

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de persvoorlichters van het UMCG, bereikbaar op telefoonnummer (050) 361 22 00. Persberichten van het UMCG zijn ook te raadplegen op www.umcg.nl. U kunt zich ook abonneren op de digitale nieuwsdienst van het UMCG. Kijk voor meer informatie onder 'nieuws' op www.umcg.nl.  Meer weten over het wetenschappelijk onderzoek van het UMCG? Kijk dan op www.kennisinzicht.umcg.nl. Volg het UMCG ook via Twitter: @umcg

 Praktisch
Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram