• Tekstgrootte
 Mijn UMCG  

Onderzoekers UMCG ontrafelen genetische achtergrond inflammatoire darmziekten

Print 
21 juli 2015

Onderzoekers van het UMCG hebben 38 nieuwe gebieden in het DNA gevonden die betrokken zijn bij het ontstaan van inflammatoire darmziekten. Dit vonden zij in een wereldwijde studie, waarin voor het eerst genetische gegevens van grote aantallen individuen van verschillende etniciteiten met elkaar gecombineerd zijn. De gevonden genetische factoren geven meer inzicht in de biologische mechanismen die leiden tot de ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa. Deze bevindingen zijn vandaag gepubliceerd in het toonaangevende Nature Genetics. Rinse Weersma, hoogleraar maag-darm-leverziekten in het UMCG, leidde het grote internationale samenwerkingsverband dat deze studie uitvoerde.

Inflammatoire darmziekten

Onder inflammatoire darmziekten, kortweg IBD, vallen de ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa. Hierbij is er sprake van ontstekingen in de darm. In Europa lijden ongeveer 2.5 miljoen mensen aan IBD, waarvan 35.000 in Nederland. IBD wordt veroorzaakt door een overdreven reactie van het immuunsysteem op bacteriën in de darm. Waarom het immuunsysteem bij deze patiënten zo reageert, is echter nog niet duidelijk. Wel is bekend dat erfelijkheid en verschillende omgevingsfactoren zoals het dieet een rol spelen.

Genetische risicogebieden

De gebieden in het DNA die geassocieerd zijn met IBD worden loci genoemd, dit zijn gebieden op het genoom waarin 1 of meerdere genen kunnen liggen. Uit eerder onderzoek van het internationaal IBD genetics consortium, waar ook Weersma’s groep aan deelneemt, bleken al 163 loci geassocieerd te zijn met IBD. “Deze studie was echter verricht met alleen maar Europese individuen. We weten echter dat ook in andere delen van de wereld IBD steeds vaker voorkomt”, aldus Suzanne van Sommeren, MD-PhD student en gedeeld eerste auteur van het onderzoek. Daarom werden 10.000 niet-Europese individuen aan de Europese dataset toegevoegd. “We hebben binnen het consortium data uit Japan, Hong Kong, China, Zuid Korea, India en Iran verzameld”. Met in totaal bijna 100.000 individuen is deze studie dan ook de grootste genetische studie in IBD en de eerste die data van Europese en niet-Europese landen combineert. Om zo’n grote studie uit te voeren is een sterk samenwerkingsverband opgebouwd met verschillende groepen, met name de groep van Carl Anderson van het Sanger institute in Groot-Brittannië.

Door de genetische data van deze etnische groepen te combineren, werden nog eens 38 loci gevonden, waardoor van meer dan 200 loci bekend is dat ze met het ontstaan van IBD te maken hebben. “Deze loci kunnen als basis dienen voor verder onderzoek”, vertelt Van Sommeren. “Meer kennis over de genetische achtergrond geeft ook meer inzicht in welke eiwitten en biologische mechanismen betrokken zijn bij het ontstaan van IBD. Hierdoor kunnen we steeds gerichter proberen in deze mechanismen in te grijpen”.


Transetnische studie

Ondanks de grote genetische verschillen tussen populaties blijkt dat de genetische achtergrond van IBD grotendeels overeenkomt. “Blijkbaar zijn dus dezelfde genen belangrijk voor het ontstaan van IBD. Je kunt met speciale statistische methodes goed verschillende populaties combineren”, licht Van Sommeren toe. Enkele belangrijke “Europese” genen lijken echter niet belangrijk te zijn in deze populaties. “Dit zijn zeer interessante bevindingen en mogelijk komt dit doordat mensen in deze landen andere omgevingsfactoren hebben. Hier moet nog meer onderzoek naar gedaan worden. Dit kan door goed te kijken naar omgevingsfactoren zoals het dieet, roken en ook de samenstelling van de darmbacteriën”. Dit type onderzoek wordt inmiddels in Groningen in samenwerking met instituten in India, Iran en Japan opgezet.

Deze studie werd verricht in het kader van een MD-PhD traject van het UMCG en ondersteund door een VIDI beurs van NWO-ZonMw en een bijdrage van de Broad Medical Foundation USA aan prof. dr. Rinse Weersma.

 Praktisch
Volg ons op sociale media