• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

30 mln subsidie voor UMCG onderzoek naar veelbelovende kankerbehandeling

Print 
23 september 2020

​Een baanbrekende kankerbehandeling waarbij bloedcellen van een patiënt naar de Verenigde Staten worden gestuurd en weken later genetisch gemodificeerd aan de patiënt teruggegeven worden, kan nu helemaal in het UMC Groningen worden uitgevoerd. Opsturen naar de VS is dus niet meer nodig, met niet alleen grote tijdwinst, maar vooral kwaliteitswinst en een enorme kosterbesparing als gevolg. Zorginstituut Nederland en ZonMw kennen een subsidie van 30 miljoen toe aan onderzoek van het UMCG waaruit moet blijken of deze variant net zo succesvol is als de ‘VS-route’ en inderdaad de verwachte besparing oplevert.

Sinds eind vorig jaar kunnen uitbehandelde patiënten met lymfeklierkanker zeer succesvol behandeld worden met hun eigen T-cellen die buiten het lichaam genetisch gemodificeerd worden. De behandeling die in Nederland door enkele UMC’s gegeven wordt is zeer kostbaar, gemiddeld zo’n 330.000 euro per patiënt. Dat komt mede doordat het proces lang en ingewikkeld is.

Bij de patiënt worden T-cellen (een bepaald type witte bloedcellen) uit het bloed gehaald. Deze cellen, die een belangrijke rol spelen in de afweer van het lichaam tegen kankercellen, worden in een laboratorium genetisch aangepast: er wordt een zogeheten CAR aan de T-cel toegevoegd. Die CAR is een extra stukje DNA dat ervoor zorgt dat de T-cel (die na de behandeling een CAR-T-cel is geworden) de kankercellen herkent, en aanvalt. Het eigen afweersysteem van de patiënt wordt dus afgericht om de kankercellen uit te schakelen.

Het UMCG kan in de eigen ziekenhuisapotheek nu ook deze CAR (CAR staat voor chimeric antigen receptor) produceren. Daarmee wordt kostbare tijd gewonnen: de gehele procedure inclusief vervoer naar en van Amerika kostte gemiddeld 4 tot 6 weken, tijd die uitbehandelde patiënten vaak niet meer hebben. Dat kan nu worden verkort naar een kleine twee weken. Naast waardevolle tijdwinst levert dit naar verwachting ook kwaliteitswinst op. Doordat het oogsten en modificeren van de witte bloedlichamen op één plek plaatsvindt, kan er direct met de verse cellen worden gewerkt. Invriezen is dan niet meer nodig. Ook belangrijk is de kostenbesparing: de behandeling met de in eigen laboratorium geproduceerde CAR T-cellen kost naar verwachting zo’n 80.000 euro per patiënt, tegen 330.000 euro voor de behandeling met de commerciële CAR T-cellen. Het onderzoek is een samenwerking met Radboudumc, Erasmus MC en Amsterdam UMC. Ook in Rotterdam en Amsterdam zullen patiënten met CAR-T-cellen uit Groningen behandeld worden.
Volgens onderzoeksleider internist-hematoloog Tom van Meerten van de afdeling Hematologie van het UMCG is het onderzoek “een echte game-changer. Dit zijn uitbehandelde patiënten, met grote kans op verslechtering in de wachttijd. Van de patiënten die CAR T-celtherapie ondergaan, is ongeveer 40 procent na twee jaar nog steeds kankervrij. Dat is veel vergeleken met andere kankersoorten en behandelingen. Met productie door academische ziekenhuizen kunnen we veel sneller en beter behandelen.”

De tot voor kort experimentele behandeling is zó succesvol, dat deze sinds begin dit jaar aan alle patiënten met lymfklierkanker die hiervoor in aanmerking komen wordt gegeven. Bijna de helft is inmiddels kankervrij. De behandeling lijkt ook kansrijk voor patiënten met andere vormen van uitbehandelde kanker, maar studies moeten uitwijzen of dat zo is.

De methode CAR-T-celtherapie staat nog in de kinderschoenen. Wereldwijd zijn er maar enkele medische onderzoekscentra die de methode uitvoeren en er onderzoek naar doen. De verwachting is dat in de toekomst meer patiënten in aanmerking komen voor deze therapie. Wellicht ook als eerste optie, en niet pas nadat andere (chemotherapie)behandelingen mislukt zijn. Zonder subsidie is een onderzoek als dit lastig te financieren. Hiermee worden de hoge kosten van de behandeling gedurende het meerjarige onderzoek betaald. Meestal vormen juist die kosten de bottleneck in de financiering van onderzoek naar innovatieve zorg. De standaardbehandeling waarmee in het onderzoek wordt vergeleken, wordt betaald door de zorgverzekeraars.

Er doen 299 patiënten mee aan het onderzoek, dat zes jaar duurt. Aan het eind van het onderzoekstraject neemt het Zorginstituut binnen 6 maanden een standpunt in of de behandeling bewezen effectief is en daarmee direct via de basisverzekering kan worden vergoed. 

Verhaal van een patiënt

Op dinsdag 24 juli 2018 kreeg Pamela Botter, toen 35 jaar, via een infuus haar eigen T-cellen terug, die in Amerika genetisch waren aangepast. Afgericht om de kanker in haar lijf aan te vallen. Haar dokter had haar gewaarschuwd: als de behandeling aanslaat, kun je hier héél ziek van worden. Koorts, een zwaar ellendig gevoel. ’S Avonds sloeg de paniek toe: ik voel nog niets. “Midden in de nacht werd ik wakker met een temperatuur van boven de 39 graden. Ik kon wel uit m’n bed springen van blijdschap. Het dóet wat! Twee weken lang was ik heel ziek, ik weet er zelf niet veel meer van. Maar het deed het, de behandeling sloeg aan. Ik werd beter. Ik ben zo dankbaar, deze therapie heeft mijn leven gered. Ik ben nu twee jaar kankervrij. Het voelt als een geschenk.”

Pamela kreeg in 2016 te horen dat ze kanker had. Ze werd met succes behandeld in het plaatselijke ziekenhuis. Tenminste, dat leek zo. Want enkele maanden later was de kanker al weer terug. Mét een gen-afwijking die de non-hodgkin nóg agressiever maakte.  Nieuwe chemo’s en een stamceltransplantatie werden ingepland. Voor een scan ging ze naar het UMCG. “Het leek of het zo had moeten zijn. Ik kwam, een paar dagen later dan gepland, bij dokter Van Meerten om de uitslag van de scan te bespreken en hij zei: ‘Als je doorgaat met chemo’s en de stamceltransplantatie heb je 10 tot 15 procent overlevingskans. Maar er is een nieuwe, experimentele behandeling waarmee je overlevingskans stijgt naar 65 procent. Er komen maar een paar mensen voor in aanmerking en er is nét een plekje vrijgekomen.’ Ik hoefde niet na te denken. Dat wil ik. Maar ik moest nadenken. Verplicht. 48 uur. En toen zei ik uiteraard ja. Ik heb twee jonge kindjes, die waren toen 2 en 6. Natuurlijk wilde ik deze kans met beide handen aangrijpen.“


 

 Praktisch
Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram