• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Bloed van mannen bevat grotere concentraties enzym dat COVID-19 helpt cellen te infecteren

Print 
11 mei 2020

Ontdekking kan verklaren waarom mannen met hartfalen vaker aan coronavirus lijden dan vrouwen

Uit een groot onderzoek onder enkele duizenden patiënten blijkt dat mannen hogere concentraties angiotensineconverterend enzym 2 (ACE2) in hun bloed hebben dan vrouwen. Aangezien ACE2 het coronavirus helpt om gezonde cellen te besmetten, kan dit helpen verklaren waarom mannen vatbaarder zijn voor COVID-19 dan vrouwen.

Het onderzoek, dat vandaag in het European Heart Journal is gepubliceerd, toont ook aan dat patiënten met hartfalen die medicatie namen waarin het renine-angiotensine-aldosteronesysteem (RAAS) wordt afgeremd, zoals angiotensineconverterend enzymremmers (ACE) of angiotensine-receptorblokkers (ARB’s), geen hogere concentraties ACE2 in hun bloed hadden. Adriaan Voors, hoogleraar Cardiologie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen, leidde het onderzoek. “Het staken van deze geneesmiddelen bij COVID-19-patiënten, zoals in eerdere rapporten werd gesuggereerd, wordt niet ondersteund door onze bevindingen.”

Uit recent onderzoek is gebleken dat RAAS-remmers de concentraties ACE2 in plasma – het vloeibare deel van bloed – zouden kunnen verhogen, waardoor het risico op COVID-19 voor patiënten met hart- en vaatziekten die deze geneesmiddelen innemen, zou toenemen. Het huidige onderzoek wijst erop dat dit niet het geval is, hoewel er uitsluitend is gekeken naar ACE2-concentraties in plasma, niet in weefsels zoals longweefsel. Bovendien kan het onderzoek geen definitief bewijs leveren voor de effecten van RAAS-remmers bij patiënten met COVID-19. De conclusies van het onderzoek zijn hoofdzakelijk beperkt tot patiënten met hartfalen. Deze patiënten hadden geen COVID-19, waardoor de onderzoekers geen direct verband tussen het ziekteverloop en de ACE2-plasmaconcentraties konden aantonen.

Verschillen in biomarker profielen

Voors en zijn collega's bestudeerden al vóór de uitbraak van het coronavirus de verschillen in ziektemarkers in het bloed tussen mannen en vrouwen. De resultaten werden vlak na het begin van de pandemie gepubliceerd. De eerste auteur van het onderzoek, Dr. Iziah Sama van het UMC Groningen, zegt: “We deden onderzoek naar verschillen in biomarker profielen tussen mannen en vrouwen. Toen we ontdekten dat vooral ACE2 veel hoger was bij mannen dan bij vrouwen, besefte ik dat dit mogelijk kon verklaren waarom mannen meer risico liepen om te overlijden aan COVID-19 dan vrouwen.”

De onderzoekers hebben ACE2-concentraties gemeten in bloedmonsters van twee groepen patiënten met hartfalen uit 11 Europese landen. De eerste groep bestond uit 1485 mannen en 537 vrouwen. Deze indexcohort was bedoeld om de hypotheses en onderzoeksvragen van de onderzoekers te testen. Vervolgens bevestigden de onderzoekers hun bevindingen in een tweede groep van 1123 mannen en 575 vrouwen, de validatiecohort. De mediane (gemiddelde) leeftijd van de deelnemers aan de indexcohort was 69 jaar voor mannen en 75 jaar voor vrouwen. In de validatiecohort was dit respectievelijk 74 en 76 jaar.

Verhoogde ACE2-concentratie bij mannen

Toen de onderzoekers een aantal klinische factoren bestudeerden die een rol konden spelen in de concentraties ACE2, waaronder het gebruik van ACE-remmers, ARB’s en mineralocorticoïde-receptorantagonisten (MRA’s), en een voorgeschiedenis van chronische obstructieve longziekte (COPD), bypassoperatie (CABG) en atriumfibrillatie, ontdekten zij dat het mannelijke geslacht de sterkste voorspeller van verhoogde ACE2-concentraties was. In de indexcohort werden ACE-remmers, ARBS en MRA’s niet geassocieerd met grotere ACE2-plasmaconcentraties; in de validatiecohort werden ACE-remmers en ARB's geassocieerd met lagere ACE2-concentraties, terwijl de MRA’s slechts matig geassocieerd waren met hogere concentraties.

“Zover wij kunnen vaststellen is dit het eerste substantiële onderzoek dat de samenhang tussen ACE2-plasmaconcentraties en het gebruik van RAAS-blokkers bij patiënten met hart- en vaatziekten onderzoekt. We hebben geen bewijs gevonden dat ACE-remmers en ARB's in verband konden worden gebracht met verhoogde ACE2-plasmaconcentraties. Mogelijk was er zelfs een associatie met lagere concentraties ACE2, zoals vastgesteld in het validatiecohort, maar dit kon in het indexcohort niet worden bevestigd,” aldus Voors.

Behandeling met MRA niet staken

“Het effect van MRA’s op ACE2-concentraties is niet duidelijk, omdat de geringe concentratiestijging in de validatiecohort niet werd waargenomen in de indexcohort. Onze bevindingen wijzen er niet op dat MRA’s moeten worden gestaakt bij patiënten met hartfalen die COVID-19 krijgen. MRA's zijn een zeer efficiënte behandeling voor hartfalen en de hypothetische gevolgen bij virale besmetting wegen niet op tegen de bewezen voordelen," verklaarde hij.

ACE2 wordt niet alleen in de longen, maar ook het hart, de nieren en de weefsels in de wanden van bloedvaten aangetroffen. In de testikels worden bijzonder hoge waarden gemeten. De onderzoekers speculeren dat de enzymregulering in de testikels deels een verklaring zou kunnen zijn voor de hogere concentraties ACE2 bij mannen, en waarom zij vatbaarder zijn voor COVID-19.

De beperkingen van het onderzoek waren onder andere dat de onderzoekers alleen concentraties van ACE2 in plasma, niet in weefsels, hebben gemeten, zodat zij niet met zekerheid kunnen stellen dat de concentraties in het bloed overeenkomen met die in weefsels. De opvatting is dat het de concentratie ACE2 in de longweefsels is die belangrijk wordt geacht voor de virale infectie van de longen, niet de concentraties ACE2 in het bloed.

Het onderzoek verschijnt op donderdag 14 mei in een speciale editie van het European Heart Journal  over COVID-19 en hart- en vaatziekten.

 Praktisch
Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram