• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Epistemic injustice: waarom de kennis en ervaring van patiënten onderschat wordt

Print 
27 februari 2019

Blog Mirjam Plantinga, Leidende Coalitie Patiëntenparticipatie ​

Tijdens de tweede Wetenschapsdag van het Zorginstituut Nederland kwam de term ‘epistemic injustice’ ter sprake. Epistemic injustice is een vorm van onrecht die mensen wordt aangedaan wanneer iemands kennis of ervaring wordt onderschat. Thema van de Wetenschapsdag was burger- en patiëntparticipatie en ‘epistemic injustice’ werd als valkuil hierbij genoemd. Wat blijkt namelijk? Als een dokter een misstand aankaart in de zorg, wordt hier eerder actie op ondernomen dan wanneer een patiënt dit aankaart. Dit komt door een vooroordeel ten opzichte van patiënten: hun kennis en ervaring wordt (onbewust) als minder waardevol of betrouwbaar geacht dan die van dokters en dat komt burger- en patiëntparticipatie niet ten goede.

Het bestaan van vooroordelen is mij niet vreemd. In mijn onderzoek naar het bevorderen van een gezonde leefstijl had ik al kennisgemaakt met de vooroordelen ten op zichte van mensen met overgewicht (mensen met obesitas zijn lui en dom en hun overgewicht is hun eigen schuld). Maar het bestaan van een algemeen vooroordeel ten opzichte van patiënten, dat was nieuw voor mij. Omdat er een manier bestaat om je eigen vooroordelen inzichtelijk maken, nam ik direct de proef op de som. En u raadt het antwoord al: schuldig.​

Een impliciete associatie test, zoals deze, maakt vooroordelen inzichtelijk. Veel van de mensen die zeggen geen vooroordelen te hebben (zoals ikzelf), blijken die namelijk onbewust of impliciet wel degelijk te hebben (ook ik). Een impliciete associatie test geeft een beeld van iemands impliciete voorkeur voor bijvoorbeeld ras, gewicht, geslacht of gezondheid. Voor het testen van de impliciete voorkeur ten aanzien van gezondheid moet je laten zien dat je gezonde mensen en mensen met een handicap van elkaar kunt onderscheiden. Een plaatje van iemand in een rolstoel, een blind iemand of een stel krukken sleep je dan naar de categorie ‘gehandicapt’ en een plaatje van iemand die aan het wandelen of skiën is naar de categorie ‘gezond’. Vervolgens maak je onderscheid tussen synoniemen voor goed of slecht en tot slot moet je keuzes maken over verschillende combinaties van ‘gezond’ of gehandicapt’ en ‘goed’ of ‘slecht’. En dat allemaal in zo kort mogelijke tijd.

Uit mijn test blijkt dat mijn reactie op de combinatie ‘gezond’ en ‘goed’ sneller is dan op de combinatie ‘gehandicapt’ en ‘goed’, wat aangeeft dat ik een impliciete voorkeur heb voor ‘gezond’ (net als 78% van de mensen die de test hebben gedaan). Ook mijn reactie op de combinatie ‘dun’ en ‘goed’ blijkt sneller te zijn dan op de combinatie ‘dik’ en ‘goed’, wat een impliciete voorkeur voor ‘dun’ impliceert (een voorkeur die 75% van de mensen die de test heeft gedaan blijkt te hebben).

Zelf denk ik geen expliciete voorkeur voor of verschil in waardering tussen de verschillende groepen te hebben. Ik ben in ieder geval van mening dat ik die niet zou moeten hebben. Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik voor mezelf als persoon wel degelijk een voorkeur heb voor het behoren tot een bepaalde groep (namelijk dun en gezond boven dik en gehandicapt). En deze persoonlijke voorkeur (die in de resultaten van de impliciete associatie test tot uiting komt en bij de meeste mensen voor blijkt te komen) komt natuurlijk ergens vandaan.

De voorkeuren die uit de impliciete associatie test naar voren komen zijn beïnvloed door wat de maatschappij als ideaal beschouwt. Slank zijn en ‘healthy ageing’ of gezond ouder worden dat is immers de norm die we dagelijks voorgespiegeld krijgen en waar we met zijn allen naar moeten streven. Het paradoxale van het streven naar gezond ouder worden is dus dat we hiermee vooroordelen creëren die niet bijdragen aan de realisering van ons ideaal. Stigmatisering van overgewicht is een groot probleem en draagt niet bij aan het terugdringen van obesitas en het hebben van vooroordelen ten opzichte van mensen met een handicap draagt niet bij aan het gezond ouder worden van deze groep.

Tijdens de Wetenschapsdag werden door de deelnemers meerdere synoniemen voor ‘epistemic injustice’ naar voren gebracht, zoals: kennis onrechtvaardigheid, kennis discriminatie, blinde vlekken, vooringenomenheid, onterechte onderschatting van kennis(inbreng), vormen van kennen onrecht aandoen, onrecht door domheid, dokter dominantie en HAMburger (Hard Afwijzen Mening burger). Het was goed om na te denken over wat epistemic injustice betekent. Pas wanneer we ons bewust zijn van onze vooroordelen kunnen we voorkomen dat we in de valkuil van epistemic injustice stappen en zorgen dat de kennis en ervaring van patiënten de waarde toegekend wordt die het verdient. Ik ga mijn best doen, doet u met me mee?​

Op de hoogte blijven van ontwikkelingen op het gebied van patiënt participatie? Abonneer u dan op deze blog op kijk voor meer informatie op meedoen.umcg.nl.​​

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram