• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Nieuwe kennis rondom moeder-kindbinding en daarbij de uitdagingen voor zorgverleners

Print 
Datum: 28 september 2020
Tijd: 14:30
Locatie: Aula Academiegebouw Rijksuniversiteit Groningen
Adres: Broerstraat 5 te Groningen
Promotor: prof.dr. M.Y. Berger en prof.dr. F.G. Schellevis

Elke Tichelman: Mother-to-infant bonding: determinants and impact on child development. Challenges for maternal health care

Elke ​Slagt-Tichelman richtte zich in haar proefschrift op moeder-kindbinding: de emotionele band die een moeder ervaart ten opzichte van haar kind. Het is een band die zich al tijdens de zwangerschap ontwikkelt en die stabiel blijft tot de kindertijd. Deze band tussen moeder en kind vertegenwoordigt de gevoelens ten opzichte van het kind uitsluitend vanuit het perspectief van de moeder. Het doel van haar proefschrift was om enkele mechanismen rondom moeder-kindbinding beter te begrijpen. Een ander doel was om kennis over de overgang naar het moederschap en de moeder-kindbinding te vergaren, die praktisch bruikbaar is voor zorgverleners. Ze heeft nieuwe kennis gegenereerd over moeder-kindbinding en enkele mechanismen rond moeder-kindbinding ontrafeld.

Haar bevindingen ondersteunen de theorie dat moeder-kindbinding een proces is dat vroeg in de zwangerschap begint en postnataal doorgaat. Er is nu meer bewijs dat suboptimale moeder-kindbinding bijdraagt aan gedrags- en emotionele problemen van kinderen. Slagt-Tichelman vond in de literatuur dat depressieve symptomen geassocieerd zijn met minder goede postnatale moeder-kindbinding. Synthetische oxytocine toediening tijdens de baring is niet geassocieerd met gedrags- en emotionele problemen van kinderen, noch met moeder-kindbinding of met postnatale angst. Niettemin wordt het in geringe (bijna verwaarloosbare mate) geassocieerd met postnatale depressieve symptomen. Bij vrouwen met een hoog risico op een postpartumdepressie is de klinische relevantie echter de moeite waard om verder te onderzoeken. Slagt-Tichelman raadt aan om bij aanstaande moeders met een hoog risico op een depressie of met depressieve symptomen terughoudend te zijn met het toedienen van synthetische oxytocine tijdens de baring. Het inleiden van de baring door middel van synthetische oxytocine-toediening dient strikt op medische noodzaak plaats te vinden.

Bovendien werd aangetoond dat open vragen niet vaak worden gebruikt om de overgang naar het moederschap vroeg in de zwangerschap te adresseren. De onderwerpen moeder-kindbinding en ondersteuning werden niet vaak besproken tijdens het eerste bezoek aan de verloskundige in de zwangerschap. Deze resultaten benadrukken dat zorgverleners vroeg in de zwangerschap meer open vragen kunnen stellen, en dit juist ook bij vrouwen die zwanger zijn van het tweede, derde of opeenvolgend kind bespreekbaar te maken. Slagt-Tichelman raadt zorgverleners in de dagelijkse praktijk aan om de moeder-kindbinding en de overgang naar het moederschap al vroeg tijdens de zwangerschap aan de orde te stellen en dit tijdens de zwangerschap te blijven doen. Er zijn echter nog geen goed passende interventies in de zwangerschap om moeder-kindbinding te optimaliseren of als er al in de zwangerschap ontdekt wordt dat er psychische klachten zijn zoals depressie. Interventies zoals groepseducatie gericht op binding en gehechtheid zijn tot nu toe het meest belovend gebleken om moeder-kindbinding te optimaliseren.

Curriculum Vitae

Elke Slagt-Tichelman (1977) studeerde Verloskunde aan de Kweekschool voor Vroedvrouwen in Kerkrade. Van 1999 tot 2008 werkte ze als verloskundige in verschillende Nederlandse verloskundige praktijken en in een Zweeds ziekenhuis, waar ze vrouwen en hun partners ondersteunde bij de overgang naar ouderschap, en in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen (WZA). Sinds 2008 werkt ze als docent aan de Verloskunde Academie Amsterdam Groningen. Van 2015 tot 2020 deed ze een promotieonderzoek in samenwerking de afdeling Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen en de afdeling Verloskundige Wetenschap, Amsterdam Public Health onderzoeksinstituut, Amsterdam Universitair Medisch Centrum. Tijdens haar promotieonderzoek is zij opgeleid tot epidemioloog B van de Epidemiologische Vereniging in Nederland. De titel van haar proefschrift luidt: “Mother-to-infant bonding: determinants and impact on child development. Challenges for maternal health care.”

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram