•  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Elektroconvulsietherapie (ECT)

Print 

Het UCP biedt elektroconvulsietherapie (ECT). Vroeger werd dit ook wel (elektro)shocktherapie genoemd. U leest hier informatie over de behandeling, mogelijke bijwerkingen en risico’s.

Voor wie

Als u ernstig depressief bent en andere behandelingen helpen niet, dan kunt u in aanmerking komen voor ECT. Voor de therapie gelden landelijke richtlijnen. Deze houden onder meer in dat u eerst drie of vier behandelingen met medicijnen moet hebben gehad. Naast uw behandelend psychiater beoordeelt een tweede psychiater of u voor ECT in aanmerking komt. Deze beoordeelt of de medicijnbehandelingen goed zijn uitgevoerd en of de juiste dosis medicijnen is voorgeschreven. Is dit niet het geval, dan krijgt u eerst opnieuw een behandeling met medicijnen. Is uw situatie levensbedreigend en kan het effect van de medicijnen niet worden afgewacht, dan krijgt u meteen ECT.

Wat is elektroconvulsietherapie

Bij elektroconvulsietherapie wordt er een epileptische aanval bij u opgewekt die ongeveer dertig seconden duurt. Epileptische aanvallen hebben een positief effect op een depressie. Hoe dit komt, is niet helemaal duidelijk. De epileptische aanval wordt opgewekt door een serie korte stroomstootjes (shocks) die totaal gemiddeld twee tot vier seconden duren. De stroomstootjes krijgt u via uw hoofd toegediend.

Tijdens de behandeling bent u onder narcose. Ook krijgt u spierverslappende middelen toegediend zodat u geen stuiptrekkingen heeft.

Voor een goed resultaat is het belangrijk dat u een aantal malen shocks krijgt toegediend. Meestal is dit twee keer per week. Gemiddeld zijn er twaalf behandelingen nodig. Vaak treedt er na vier tot zes behandelingen verbetering op.

Verloop van de behandeling

Voor deze behandeling wordt u meestal opgenomen op opname depressie van het UCP.

Voorbereiding

De arts verricht eerst een lichamelijk onderzoek om te bekijken of er extra voorzorgsmaatregelen nodig zijn. Bijvoorbeeld het aanpassen van uw medicijnen. De anesthesist onderzoekt u om te beoordelen of u veilig narcose kunt krijgen. Als het nodig is, wordt u ook door andere specialisten onderzocht.

Op de dag van de ECT moet u nuchter blijven omdat u onder narcose gaat. Dit betekent dat u vanaf 24.00 uur niets meer mag eten, drinken of roken.

De behandeling

U krijgt de shocks toegediend in een behandelkamer op de Operatieve Dagbehandeling van het UMCG.

In de behandelkamer wordt u aangesloten op apparatuur waarmee uw lichamelijke toestand wordt bewaakt. De psychiater bepaalt de plaatsen waar de elektroden op uw hoofd worden gezet. Soms is het nodig dat uw huid op die plaatsen wordt geschoren.

Via een infuus krijgt u het narcosemiddel en het spierverslappende middel toegediend. Als u in slaap bent, wekt de psychiater met stroomstootjes een epileptische aanval bij u op. U merkt hier niets van.

Na de behandeling brengen een verpleegkundige en de anesthesist u naar de uitslaapkamer waar u na enkele minuten ontwaakt. Ter observatie blijft u nog even hier. Regelmatig worden uw bloeddruk en hartslag gemeten. Als u goed wakker bent, brengt een verpleegkundige u terug naar uw afdeling.

Bijwerkingen

Na de behandeling kunnen de volgende bijwerkingen optreden:

  • Verwardheid, dit is meestal na een half uur weer over.
  • Hoofdpijn, misselijkheid en lichte spierpijn. U kunt hier medicijnen voor krijgen. De klachten zijn dan vaak snel verdwenen.
  • Geheugenklachten. Deze klachten komen veel voor. Vooral nieuwe dingen kunt u moeilijk onthouden. Het kan ook zijn dat u dingen die kortgeleden gebeurt zijn, bent vergeten. De geheugenklachten verdwijnen meestal binnen drie maanden na beëindiging van de behandeling. Uw geheugen blijft verder goed werken en ook andere hersenfuncties als creativiteit en intelligentie worden niet aangetast door de behandeling.


Risico’s

Aan narcose zijn risico’s verbonden. U gaat voor de behandeling meerdere malen kort onder narcose. De anesthesist beoordeelt het risico en zal dit zoveel mogelijk proberen te beperken.

Door de stroomstootjes stijgen uw hartslag en bloeddruk gedurende korte tijd. Hierdoor bestaat er een kleine kans op hartritmestoornissen. Mensen met hart- en vaatziekten hebben hier een groter risico op. Tijdens de behandeling worden uw hartslag en bloeddruk nauwkeurig bewaakt.

Na de behandeling

Na de ECT is het nodig dat u medicijnen blijft gebruiken om terugval te voorkomen. Ook kan het nodig zijn dat u (therapeutische) begeleiding houdt. ​