•  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Röntgenonderzoek hartlongslagader

Print 
​​

​Uw arts heeft u verwezen naar de afdeling Radiologie voor een röntgenonderzoek van uw hartlongslagader. Het onderzoek duurt ongeveer een uur.

Hulpmiddelen bij het onderzoek

Een röntgenopname is een afbeelding van de binnenkant van uw lichaam. Voor de opname gebruikt de radioloog een kleine hoeveelheid röntgenstraling. 

Met een jodiumhoudend contrastmiddel maken we uw hart-longslagader zichtbaar met röntgenstralen. Dit middel geeft soms lichte overgevoeligheidsreacties zoals roodheid, jeuk of blaasjes. Deze kunnen overal op uw lijf voorkomen. U merkt dit direct na het toedienen van het middel, of de volgende dag. Meestal trekken de bijwerkingen na een paar dagen weer weg.

Zijn de bijwerkingen niet na een paar dagen verdwenen en vertrouwt u het niet, neem dan contact op met uw arts. Vertel  dat u een jodiumhoudend contrastmiddel heeft gekregen. De afdeling Radiologie moet ook weten dat de bijwerkingen niet na een paar dagen verdwijnen. Bel daarvoor het telefoonnummer (050) 361 23 05. Als u weer een keer een onderzoeke met een jodiumhoudend contrastmiddel heeft, kunt u dit het beste melden.

Voorbereiding

Voor dit onderzoek moet u nuchter zijn. Dit betekent dat u 4 uur voor het onderzoek niets mag eten, drinken en roken.

Mensen met astma, bronchitis en hooikoorts zijn vaak allergisch voor jodiumhoudende contrastmiddelen. Heeft u 1 of meer van deze aandoeningen? Vertel het de laborant of arts vóór het onderzoek. Laat het ook weten als u overgevoelig bent voor bepaalde medicijnen, jodiumhoudende contrastmiddelen of bepaald eten.

Bij suikerziekte

U mag 4 uur voor dit onderzoek niets meer eten of drinken. Neem eventueel contact op met uw arts voor een aanpassing van uw dieet en/of insulinedosis voor de dag van het onderzoek.

Bij medicijngebruik

Als u medicijnen gebruikt, hoeft u hier voor dit onderzoek niet mee te stoppen. Neem ze in met een beetje water of thee zonder melk en suiker.

Dit geldt niet voor antistollingmedicijnen als Sintrom of Ascal. Gebruikt u antistollingmedicijnen, overleg dan met de arts die ze heeft voorgeschreven of u er voor het onderzoek mee kunt stoppen. Een controle van de stollingstijd van uw bloed is altijd nodig. De aanvragende arts zorgt hiervoor. Een laborant komt langs op de afdeling om wat bloed af te nemen. De uitslag kan een reden zijn om het röntgenonderzoek niet door te laten gaan. Uw arts vertelt u wat er dan verder gebeurt.

Bij zwangerschap en borstvoeding

Ongeboren kinderen zijn gevoelig voor röntgenstraling. Bent u (mogelijk) zwanger,, neem dan vóór het onderzoek contact op met de afdeling Radiologie. Soms wordt het onderzoek in overleg met uw arts uitgesteld. Uw lichaam neemt het jodiumhoudende contrastmiddel op. Het komt daardoor ook in uw moedermelk terecht. Het is daarom niet verstandig borstvoeding te geven in de eerste 24 uur nadat u het jodiumhoudend contrastmiddel heeft gekregen.

Het onderzoek

U krijgt eerst uitleg over het verloop van het onderzoek.
Daarna gaat u op de onderzoekstafel liggen. We brengen een dun slangetje in, om het contrastmiddel in uw ader te brengen. U krijgt deze katheter waarschijnlijk in uw lies.  De huid in uw lies wordt ontsmet. Daarna krijgt u een verdovingsprik die even pijn kan doen. Vervolgens maken we een kleine opening in uw huid en prikken we de slagader aan met een naald. Dit kan een drukkend gevoel in uw lies geven. De radioloog schuift nu de katheter door de naald in de slagader en brengt het einde van de katheter naar uw hartlongslagader. Dit merkt u nauwelijks.

Om in de longslagader te komen, gaat de katheter door uw hart. Heel soms kan dit uw hart ontregelen en kunt u hartkloppingen krijgen. Daarom bewaken we uw hart met een hartfilm (ECG). U krijgt daarvoor een aantal plakkers op uw liif. Die zijn aangesloten op een hartbewakingsapparaat.

Als de katheter op de goede plaats ligt, spuiten we het contrastmiddel in en maken we röntgenafbeeldingen. Het contrastmiddel zorgt voor een warm gevoel in uw hoofd, keel en buik. Dit gaat snel weer over. U krijgt aanwijzingen over hoe u moet liggen. Ook vragen we uw adem in te houden als we een afbeelding maken. Als alle opnames zijn gemaakt, verwijdert de radioloog de katheter.

Daarna verbinden we de wond, door het gaatje in de lies 10-15 minuten dicht te drukken en tegelijkertijd het verband aan te leggen. Dit verband blijft 24 uur zitten. Soms wordt een angio-sealgebruikt. Dit is een soort lijmpropje dat het prikgat afdicht. Dit wordt weer met een pleister afgesloten. Welke methode gebruikt wordt hangt af van onder meer uw leeftijd en stollingstijd.

Er is een kleine kans dat het inbrengen via de lies niet lukt. Dan brengen we de katheter via de arm in. De radioloog legt u op dat moment uitleggen wat er gaat gebeuren.

Na het onderzoek

Na het onderzoek gaat u terug naar de afdeling waar u bent opgenomen. Bij een drukverband: om nabloeden te voorkomen, moet u de eerste 6 uur na het onderzoek bedrust houden, waarvan u 2 uur op uw rug blijft liggen. Het is belangrijk dat de lies van het been waarin is geprikt zoveel mogelijk gestrekt blijft. Na 6 uur mag u uit bed, tenzij de radioloog u iets anders heeft verteld. Het is verstandig het rustig aan te doen. Na 24 uur mag het drukverband eraf. Het laat eenvoudig los tijdens het douchen of met een beetje wasbenzine of ether.

Bij een angio-seal moet u 4 uur bedrust houden, waarvan u de eerste 2 uur op uw rug blijft liggen. U krijgt een kaart met instructies. Als het wondje gaat bloeden, waarschuw dan de verpleegkundige. U kunt op de plaats waar de katheter is ingebracht een blauwe plek krijgen. Deze trekt vanzelf weer weg en kan geen kwaad.

Uitslag

U krijgt de uitslag van het onderzoek van uw behandelend arts. Die vertelt u ook wanneer en hoe u de uitslag krijgt.

Vragen

Heeft u vóór, tijdens of na het onderzoek nog vragen, dan kunt deze gerust stellen. U kunt ook tussen 8.00 en 9.30 uur bellen naar het nummer (050) 361 23 05.