•  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Röntgenonderzoek van de dunne darm

Print 

​​Uw arts heeft u voor onderzoek van uw dunne darm verwezen naar de afdeling Radiologie voor een röntgenonderzoek. We maken daarbij röntgenafbeeldingen van uw dunne darm.

Hulpmiddelen bij het onderzoek

Een röntgenopname is een afbeelding van de binnenkant van uw lichaam.  De radioloog bekijkt de afbeelding direct op een beeldscherm. Om deze afbeelding te maken, gebruikt de radioloog een beetje röntgenstraling. En een contrastmiddel. Uw dunne darm is anders niet te zien op de röntgenafbeelding. Het contrastmiddel is bariumpap. Bariumpap is wit en heeft geen smaak. De pap heeft geen bijwerkingen en uw lichaam neemt de pap niet op.

Voorbereiding

De bariumpap geeft vlekken. Neem daarom extra ondergoed en een hemd of t-shirt mee te nemen, voor het geval er pap op uw kleren komt. De vlekken zijn goed uitwasbaar.

Uw darmen moeten goed leeg zijn. U krijgt daarom een recept voor het laxeermiddel X-Praep. U kunt het middel afhalen bij uw apotheek. U moet door X-Praep vaak naar de wc. en u kunt last krijgen van darmkrampen. Uw urine kan een aantal dagen een rode verkleuring hebben. Lees voor gebruik de bijsluiter.

U mag op de dag voor het onderzoek na uw ontbijt niet meer gewoon eten en drinken. U krijgt een speciaal dieet. Dit dieet en het schema voor het innemen van de X-Praep staan hieronder. Het dieet en het schema krijgt u ook bij uw afspraakbrief.

 OntbijtNormaal
 12.001 heldere gelatinepudding of 1 glas limonade
13.001 glas helder vruchtensap, limonade of water
 14.001 glas helder vruchtensap, limonade of water
15.00Weeg uzelf en neem zoveel ml X-Praep als uw gewicht in kilo's. U neemt dus 50 ml X-Praep als u 50 kilo weegt, 60 ml als u 60 kilo weegt, enzovoort. Neem nooit meer dan 75 ml. Als u zwaarder bent dan 75 kilo, neemt u dus 75 ml.
 16.001 glas helder vruchtensap, limonade of water
 17.001 heldere gelatinepudding, of gefiltreerde bouillon en 1 glas helder vruchtensap, limonade of water.
 18.001 glas helder vruchtensap, limonade of water
 19.001 glas helder vruchtensap, limonade of water
 20.001 glas helder vruchtensap, limonade of water
 21.001 glas helder vruchtensap, limonade of water
 22.001 glas helder vruchtensap, limonade of water

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toegestane dranken:

  • appelsap
  • druivensap
  • bessensap
  • Roosvicee
  • limonadesiroop
  • koffie met weinig suiker
  • thee met weinig suiker
  • gefiltreerd sinaasappelsap
  • gefiltreerde bouillon

Niet toegestaan: koolzuurhoudende dranken en melkproducten.

Op de dag van het onderzoek mag u niet ontbijten. U mag wel drinken: twee glazen heldere vruchtensap, limonade of water. Ook als het onderzoek pas 's middags gebeurt. Om de periode waarop u nuchter moet blijven zo kort mogelijk te houden, is het onderzoek meestal `s ochtends.

Bij medicijngebruik

Uw medicijnen kunt u normaal innemen, ook op de dag van het onderzoek. Hou er wel rekening mee dat u waarschijnlijk diarree krijgt door de voorbereidingen voor dit onderzoek. Dat kan betekenen dat uw bloed niet alle werkzame stoffen uit uw medicijnen opneemt. Dit geldt ook voor de anticonceptiepil. Neem bij twijfel contact op met de arts die u heeft doorverwezen voor dit onderzoek.

Bij suikerziekte

Als u suikerziekte heeft, hou dan rekening met het suikergehalte van X-Praep. Dat is 0,65 gram per ml. Als dat nodig is, kunt u contact opnemen met uw behandelend arts. Neem eventueel contact op met uw arts voor een aanpassing van uw dieet en/of insulinedosis voor de dag van het onderzoek.

Bij stoma’s

Heeft u een dikkedarmstoma, dan kunt u de voorbereidingen normaal volgen. U kunt het beste een grotere stomazak met kraan te gebruiken. Deze kunt u krijgen van de stomaverpleegkundige. Heeft u een dunnedarmstoma, volg ook dan de dieetrichtlijnen, maar dan zonder het laxeermiddel.

Bij zwangerschap en borstvoeding

Ongeboren kinderen zijn gevoelig voor röntgenstraling. Bent u (mogelijk) zwanger, bel dan vóór het onderzoek contact de afdeling Radiologie op (050) 361 22 81. Soms wordt het onderzoek in overleg met uw behandelend arts uitgesteld. Uw lichaam neemt het barium uit de pap niet op. Het komt dus niet in uw moedermelk. U kunt dus gewoon borstvoeding geven.

Het onderzoek

U krijgt in de onderzoekskamer uitleg over het onderzoek. U krijgt daarna de bariumpap door een slangetje dat via uw mond of neus naar uw maag gaat. Het inbrengen van het slangetje is niet pijnlijk maar wel onprettig: u gaat kokhalzen. We schuiven het uiteinde van het slangetje op tot voorbij de maag. Ligt het slangetje op de goede plaats, dan plakken we het vast aan uw neus of mond. Via dit slangetje stroomt het middel in uw darmen. U merkt hier weinig van merken.

De radioloog maakt nu röntgenafbeeldingen van elk deel van uw dunne darm. Hij vraagt u soms of u anders wil gaan liggen. Ook drukt hij regelmatig op uw buik, om het contrastmiddel verder door uw darmen te laten stromen. Hij kan zo uw dunne darm in helemaal afbeelden. Het duurt 15-30 minuten voordat de contrastvloeistof de overgang van de dunne darm naar de dikke darm heeft bereikt. Als deze overgang in beeld is gebracht, blijft u nog even op de tafel liggen. Intussen beslist de radioloog of de röntgenafbeeldingen gelukt zijn. is dat zo, dan is het onderzoek klaar. De radioloog maakt de slang los en haalt hem er voorzichtig uit. Dit is niet pijnlijk, maar wel onprettig: u moet kokhalzen.

Als de afbeeldingen in een keer zijn gelukt, duurt het onderzoek ongeveer 45 minuten.

Na het onderzoek

U kunt zich wassen in de onderzoekskamer als er bariumpap gemorst is. Na het onderzoek kunt u weer normaal eten en drinken. Uw ontlasting is door het contrastmiddel 1-2 dagen wit . Dit is onschuldig. Drink 1-2 dagen extra veel om te zorgen dat de bariumpap snel uw lichaam verlaat. Het contrastmiddel heeft geen bijwerkingen. Het kan echter wel indikken in uw dikke darm, wat bij patiënten met een trage stoelgang voor verstopping kan zorgen. U kunt dan het beste veel te drinken. En een laxeermiddel kopen, als dat nodig is.

Uitslag

U krijgt de uitslag van het onderzoek van uw behandelend arts. Hij vertelt u ook wanneer en hoe u de uitslag krijgt.

Vragen

Heeft u vóór, tijdens of na het onderzoek nog vragen, dan kunt deze gerust stellen. U kunt ook bellen tussen 8.00 en 9.30 uur naar het nummer (050) 361 29 27.

​​​​​​