•  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Non-Hodgkin-lymfoom (lymfklierkanker)

Print 

Non-Hodgkin lymfoom is een verzamelnaam voor vele verschillende vormen van lymfklierkanker. Deze vormen van lymfklierkanker hebben alleen met elkaar gemeen, dat zij een variant zijn van het Hodgkin lymfoom. Ze worden daarom aangeduid als ‘Niet-Hodgkin-lymfoom’ (afgekort NHL).

De ziekte komt op alle leeftijden voor, maar vooral bij mensen die ouder zijn dan 45. Bij een deel van de patiënten is de ziekte volledig te genezen.

Oorzaak

De oorzaak van Non-Hodgkin lymfoom is niet bekend. Wel staat vast dat bij alle vormen van deze kwaadaardige aandoening cellen zijn betrokken die afstammen van cellen die een rol spelen bij de afweer.

Klachten

Een deel van de patiënten met Non-Hodgkin lymfoom heeft weinig klachten. Deze patiënten gaan met een opgezette lymfklier naar de huisarts. De zwelling in de hals, boven het sleutelbeen of onder de oksel is pijnloos en wordt maar langzaam groter.
De patiënten die wel klachten krijgen, kunnen afhankelijk van de plaats van het Non-Hodgkin lymfoom last krijgen van:

  • maag- of buikpijn
  • huidafwijkingen
  • neus- en keelklachten
  • benauwdheid
  • verwardheid
  • onbegrepen ernstig gewichtsverlies
  • ernstig nachtzweten
  • onbegrepen koorts

Onderzoek en diagnose

De arts stelt de diagnose Non-Hodgkin lymfoom door een stukje weefsel (biopt) uit de afwijkende lymfklier of uit een andere aangedane plek in uw lichaam te nemen. Dit gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving. De patholoog onderzoekt dit stukje weefsel vervolgens op afwijkende cellen.

Als vast staat dat u Non-Hodgkin lymfoom heeft, vindt vervolgens verder onderzoek plaats om vast te stellen waar in uw lichaam de ziekte nog meer aanwezig is en in welk stadium de ziekte zich bij u bevindt. Dit onderzoek wordt ook wel stadiëringsonderzoek genoemd. Het onderzoekt bestaat uit:

  • het stellen van vragen over uw ziektegeschiedenis (afnemen anamnese);
  • lichamelijk onderzoek;
  • bloedonderzoek;
  • röntgenfoto van hart en longen;
  • CT-scan van hals, borst en buik;
  • (soms) FDG lichaamsscan (PET-onderzoek) of PET/CT-scan;
  • beenmergonderzoek;
  • afhankelijk van de plaats van Non-Hodgkin lymfoom krijgt u aanvullende testen.

Uit het weefselonderzoek blijkt welk type (zeer agressief tot zeer mild) en soort Non-Hodgkin lymfoom u heeft. Uw hematoloog informeert u over welke soort u heeft.

Om te kunnen vaststellen welke behandeling voor u het meest geschikt is bepaalt de arts ook uw ‘risicoprofiel’. Dit profiel wordt bepaald door:

  • het stadium van de ziekte;
  • de grootte van het gebied waarin zich de aangedane lymfklieren bevinden (de lymfklierlokalisatie);
  • uw leeftijd en algemene conditie;
  • uw bloeduitslagen.

De behandeling

Meestal bestaat de behandeling uit chemotherapie, maar in sommige gevallen kan ook afgewacht worden. Omdat er verschillende soorten Non-Hodgkin lymfoom zijn, zijn er ook verschillende behandelvormen. Bovendien kan de behandeling per soort Non-Hodgkin lymfoom ook per patiënt verschillen. Uw behandelend hematoloog vertelt u welke behandeling u krijgt en geeft u er uitleg over.