•  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Blaasspoeling bij blaaskanker

Print 

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​Bij een blaasspoeling krijgt u vloeibare medicijnen die de groei van kankercellen in de blaas remmen. Deze behandeling is bedoeld om ervoor te zorgen dat de blaaskanker minder snel terugkomt. En om de kans dat tumoren in de spier van de blaas groeien kleiner te maken.

Wanneer geven we een blaasspoeling?

We geven blaasspoeling bij blaaskanker​. Dat doen we alleen als de tumor of tumoren niet zijn ingegroeid in de spierwand. We geven de spoeling na een TURT-operatie. Welke soort en hoeveel blaasspoelingen u krijgt, hangt af van de kenmerken van de tumor. En van of u eerder een blaastumor heeft gehad.

Soorten blaasspoeling

Bij blaastumoren waarbij de kans klein is dat ze terugkomen, geven we meestal 1 blaasspoeling met het anti-kankermedicijn mitomycine binnen 24 uur na de operatie. Dit noemen we ‘risicogroep 1’- tumoren.

Bij blaastumoren waarbij de kans groter is dat ze terugkomen, ‘risicogroep 2’-tumoren, geven we aanvullende blaasspoelingen met het anti-kankermedicijn​ mitomycine of BCG-medicijnen volgens een vast schema. De behandeling duurt een half jaar tot 3 jaar.

BCG staat voor Bacillus Calmette-Guérin en is een vaccin gemaakt van verzwakte tuberculosebacteriën. Als deze behandeling aanslaat, wordt het afweersysteem actief gemaakt. Het werkt dan het ontstaan van nieuwe tumoren en ingroei in de spierwand van de blaas tegen.

Bij blaastumoren in de zogenaamde 'risicogroep 3', die een grote kans op terugkomen hebben, geven we ook meerdere blaasspoelingen volgens een vast schema. Dit gebeurt altijd met BCG-spoeling.

Als tijdens de behandeling blijkt dat een bepaalde spoeling bij u niet helpt, kunt u soms een ander soort spoeling krijgen. Of een andere behandeling om de blaaskanker tegen te gaan. Uw arts bespreekt dit dan met u.

Schema mitomycine-blaasspoeling   

 

afspraak week
 mitomycine  1
 mitomycine   2
 mitomycine  3 
 mitomycine  4 
 mitomycine  5 
 mitomycine  6
 mitomycine  10
 cytoscopie  12
 mitomycine  10
 cytoscopie  12
 mitomycine  10
 cytoscopie  12
 mitomycine  14
 mitomycine  18
 mitomycine  22
 cytoscopie  24
 mitomycine  26
 mitomycine  30
 mitomycine  34
 cytoscopie  36
 mitomycine  38
 mitomycine  42
 mitomycine  46
 cytoscopie  48
 mitomycine  50

 

In week 24 overleggen we met u of we het spoelschema verlengen tot 1 jaar

Schema BCG-blaasspoeling  
afspraak week
 BCG  1
 BCG   2
 BCG  3 
 BCG  4 
 BCG  5 
 BCG  6
 mogelijk cystoscopie   en cytologie/biopten  11
 BCG  13
 BCG  14
 BCG  15
 cystoscopie en cytologie  24
 BCG  26
 BCG  27
 BCG  28
 cystoscopie en cytologie  37
 cytoscopie en cytologie  50
 BCG  51
 BCG  52
 BCG  53
 cytoscopie en cytologie  1 jaar + 13 weken
 cystoscopie en cytologie  1 jaar + 26 weken
 cystoscopie en cytologie  1 jaar + 39 weken
 cystoscopie en cytologie  2 jaar

 

In week 50 overleggen we met u of we het spoelschema verlengen met 1 of 2 jaar. Als dat zo is, krijgt u elke 6 maanden 3 weken lang 1 keer per week een spoeling.

Verloop behandeling

U krijgt een spoeling met vloeibare medicijnen in uw blaas via een slangetje in de plasbuis. Zo’n slangetje heet een katheter. Als de spoeling in uw blaas zit, halen we de katheter weer weg. De spoeling blijft ongeveer 1 uur in uw blaas, zodat de medicijnen goed kunnen inwerken. U mag in die tijd niet plassen.

Na 1 uur gaat u naar de wc om de spoeling uit te plassen. De eerste keer dat u een blaasspoeling krijgt, plast u in het ziekenhuis. Als alles goed gaat, kunt u de volgende keren direct naar huis nadat u de spoeling heeft gekregen. U kunt dan thuis plassen. Als u wel eens urine verliest, blijft u ook tijdens de opvolgende behandelingen in het ziekenhuis.

Een blaasspoeling inbrengen duurt in totaal ongeveer 30 minuten. Hoelang u blaasspoelingen krijgt en hoeveel, hangt af van de tumor, of deze wegblijft en van hoe goed u de behandeling verdraagt. Uw krijgt hiervoor een schema van uw arts.

​​

Na de behandeling

Het is belangrijk dat u de eerste 24 uur na de blaasspoeling extra drinkt. Dit om de medicijnen goed uit uw blaas te spoelen en de kans op een infectie en andere bijwerkingen te verkleinen. Het duurt even voordat u de spoeling helemaal uitgeplast heeft. Gebruik in de eerste 2 dagen na de behandeling een condoom als u seks heeft. Dit om een ander niet bloot te stellen aan resten van de medicijnen. Deze kunnen irritatie aan de slijmvliezen geven.

Probeer te voorkomen dat de blaasspoeling of urine op uw huid komt. Dit kan roodheid en pijn geven. Spoel na het uitplassen van de spoeling uw penis of vagina goed af met lauw water. Blijf dit de eerste 2 dagen na de behandeling telkens na het plassen doen.

De eerste 2 dagen na de behandeling kunt u het beste zittend plassen en de wc daarna 2 keer met de deksel dicht doorspoelen. Maak de wc-bril elke keer direct daarna schoon met schoonmaakdoekjes voor éénmalig gebruik. Als er urine naast de wc komt, maak dit dan ook meteen schoon. Kleding, zoals ondergoed of handdoeken waar spoeling of urine op is gekomen, kunt u gewoon in de wasmachine wassen.

Bijwerkingen

Blaasspoelingen kunnen bijwerkingen geven. Die zijn de dag na de spoeling weer over. Veel drinken helpt. Mogelijke bijwerkingen zijn:

  • vaker het gevoel hebben dat u moet plassen
  • een branderig gevoel of pijn in de blaas en plasbuis
  • uw plas niet goed kunnen ophouden
  • bloed of weefseldeeltjes in uw plas
  • huiduitslag

Controles

In het 1ste jaar na de blaasspoeling heeft u elke 3 maanden een controle. U krijgt dan een cystoscopie. Dit is een kijkonderzoek van de blaas. Ook onderzoeken we regelmatig uw urine op kwaadaardige cellen. Na dit jaar bespreekt u met uw arts hoe vaak u in de volgende jaren terugkomt voor controles.

Voorbereiden

U krijgt een brief met informatie van ons. Hierin staat hoe u zich op de behandeling voorbereidt. Zo mag u vanaf 6 uur voor de blaasspoeling niet meer drinken, bijvoorbeeld. Plastabletten moet u na de behandeling innemen, en niet daarvoor.