• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Hartritme- en geleidingsstoornissen

Print 

Het hart trekt samen door een elektrische prikkel. Het normale hartritme heet het sinusritme. De gangmaker van het hart is de sinusknoop die in de wand van de rechterboezem zit. De hartspier trekt in rust gemiddeld met een frequentie van zestig tot zeventig slagen per minuut samen. Als iemand zich inspant kan het hart wel 150 tot 180 keer per minuut samentrekken.

Vanuit de sinusknoop verspreidt de elektrische prikkel zich over de boezems. Tussen de boezems en de kamers zit een tweede centrum: de AV-knoop. Deze houdt de elektrische prikkel heel even vast en verspreidt die dan bliksemsnel over de kamers. Als de elektrische prikkel verkeerd, te langzaam of te snel door het hart loopt, ontstaat een ritmestoornis. De grens tussen normaal en abnormaal is echter niet zo strikt. Er zijn diverse afwijkingen van het sinusritme die niet abnormaal zijn.

Afbeelding van het hart met sinusknoop

Soorten ritmestoornissen

Er bestaan tal van ritmestoornissen die op allerlei manieren van elkaar verschillen. De meeste ritmestoornissen zijn goed te behandelen. Soms zijn ze onschuldig en is er geen behandeling nodig, maar het kan ook voorkomen dat ze erg hinderlijk of zelfs levensbedreigend zijn.

Oorzaak en klachten

De belangrijkste oorzaken voor het ontstaan van ritme- en geleidingsstoornissen zijn:

  • ouderdom;
  • een te snel werkende schildklier;
  • een eerder doorgemaakt hartinfarct;
  • cardiomyopathie (hartspierziekte);
  • hartfalen;
  • een operatie aan het hart;
  • gebruik van bepaalde stoffen zoals tabak, alcohol en drugs.

Daarnaast kunnen ritmestoornissen aangeboren zijn. Er is dan een extra verbinding van de kamers terug naar de boezems.

Als gevolg van een ritmestoornis kunnen de volgende klachten optreden:

  • hartkloppingen;
  • hartbonzen;
  • hartoverslagen;
  • pijn op de borst;
  • kortademigheid;
  • duizeligheid;
  • hyperventilatie;
  • (neiging tot) bewusteloos raken.

Bijkomende klachten zijn transpireren, een onaangenaam gevoel en een gevoel van angst en misselijkheid.

Geleidingsstoornissen

Bij een geleidingsstoornis wordt ergens in het hart het stroomstootje opgehouden. Dit wordt vastgesteld op een hartfilmpje (ECG). Geleidingsstoornissen kunnen op verschillende plaatsen in het hart ontstaan. Geleidingsstoornissen ontstaan vaak bij het ouder worden. Toenemende stoornissen kunnen op een onvoorspelbaar moment leiden tot een lange pauze in de hartslag. Ook dan kunnen klachten optreden als pijn op de borst en duizeligheid. Als voorzorg kan het implementeren van een pacemaker nodig zijn.

Onderzoek en diagnose

Met een hartfilmpje (ECG) wordt het afwijkende hartritme vastgelegd. Dit kan ook met een holteronderzoek. Bij een holteronderzoek krijgt u voor een periode van een aantal dagen een kastje mee dat uw hartritme observeert. Met een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) wordt het hart via een hartkatheterisatie inwendig onderzocht.

Behandeling

  • Medicijnen - Vaak worden bloedverdunners, plaatjesremmers en hartritme- en prikkelverlagende medicijnen voorgeschreven.
  • Cardioversie - In bepaalde gevallen wordt onder narcose een elektrische schok toegediend om het normale hartritme te herstellen.
  • Ablatie - Met behulp van een katheter kan de arts een stukje hartweefsel wegbranden of bevriezen op de plek waar de ritmestoornis wordt veroorzaakt.
  • Maze-operatie - Met deze openhartoperatie maakt de chirurg een aantal ondiepe sneden in het hartweefsel van de boezem van het hart. Daardoor wordt de elektrische prikkel langs de boezemwanden weer in goede banen geleid. Tegenwoordig wordt ook wel gekozen voor een Maze-ablatie, als dat mogelijk is.
  • Longaderisolatie-ablatie door de thoraxchirurg (bij boezemfibrilleren). Tijdens een operatie brandt de chirurg een litteken in het hartweefsel op de plaats waar de ritmestoornis ontstaat.
  • Pacemaker of ICD - Dit zijn apparaatjes die in het lichaam worden geïmplanteerd en die het hartritme kunnen beïnvloeden.

[Een deel van deze informatie is afkomstig van de Nederlandse Hartstichting.]