• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Hartklepaandoening

Print 

De hartkleppen in het hart zorgen ervoor dat het bloed de goede kant op stroomt door op het juiste moment open en dicht te gaan. De kleppen zijn opgebouwd uit twee of drie dunne klepbladen. Als de hartklep goed werkt dan sluiten de klepbladen perfect en gaan ook volledig open.

Door verschillende oorzaken kan een hartklep minder goed gaan functioneren. De klep kan vernauwd raken of gaan lekken. De meeste klepafwijkingen komen voor in de linker harthelft. Bij een niet goed werkende hartklep kan er in de loop der tijd schade aan het hart ontstaan doordat het hart harder moet pompen. Na verloop van tijd kan hartfalen ontstaan.

Afbeelding van het hart


Oorzaak en klachten

Hartklepafwijkingen kunnen aangeboren zijn of ontstaan door ziekte of ouderdom.

  • Aangeboren - De klepbladen kunnen met elkaar vergroeid zijn, of de kleppen zijn te groot of te klein.
  • Ontsteking - Acuut reuma en bacteriële infecties laten littekens achter op de klep; de klepdelen kunnen aan elkaar gaan kleven, vernauwd raken of gaan lekken.
  • Ouderdom - De kleppen kunnen gaan verkalken (sclerose), waardoor de soepelheid verdwijnt en ze hard en stug worden. Hierdoor kan de klep gaan lekken of er kan een vernauwing optreden.


Afhankelijk van hoe ernstig de klep is aangetast, kunt u klachten krijgen als:

  • kortademigheid;
  • pijn op de borst;
  • onregelmatige hartslag;
  • vermoeidheid en duizeligheid bij inspanning.


Klepafwijkingen geven vaak pas in een laat stadium klachten. Klepafwijkingen die geen klachten veroorzaken hoeven niet altijd te worden behandeld. Het komt echter voor dat klepafwijkingen een risico vormen als er nog geen klachten zijn. In dat geval is behandeling wel noodzakelijk. Daarom is het belangrijk een klepafwijking regelmatig te laten controleren, ook als u geen lichamelijke klachten heeft.

Behandeling

  • Medicijnen - Bij kleplekkage worden soms medicijnen gegeven die ervoor zorgen dat het hart minder hard hoeft te werken. Bij ritmestoornissen worden soms ook antistollingsmiddelen voorgeschreven om te voorkomen dat er bloedpropjes ontstaan.
  • Operatie - Bij een ernstige klepaandoening en/of wanneer de hartfunctie achteruitgaat, kan een operatie nodig zijn. Er wordt dan een nieuwe klep ingebracht of de bestaande klep wordt gerepareerd. Dit gebeurd door middel van een open hart operatie.
  • Hartkatheterisatie – Bij patiënten met een te hoog operatie- risico kan met behulp van hartkatheterisatie een nieuwe hartklep geïmplanteerd worden, of op een lekkende hartklep kan een Clip geplaatst worden zodat de klep minder lekt. 
  • Behandeling ter voorkoming van endocarditis - Bij alle klepaandoeningen bestaat het risico van een infectie aan het hart. Door een ontsteking op een andere plek in het lichaam kunnen bacteriën via de bloedbaan in het hart terechtkomen en zich nestelen op de binnenbekleding van het hart (het endocard) en de kleppen. Deze infectieziekte heet endocarditis. Tot voor kort werd om die reden bij ingrepen waarbij bacteriën in het bloed kunnen komen, zoals tandheelkundige ingrepen en sommige chirurgische ingrepen, antibiotica gegeven aan alle hartkleppatiënten. De richtlijnen zijn inmiddels veranderd. De antibiotica wordt nu aan een beperkte groep patiënten gegeven (met name patiënten met een klepprothese en patiënten die eerder endocarditis hebben gehad). Als u een hartklepafwijking heeftt, kunt u aan uw cardioloog vragen of u bij bepaalde ingrepen antibiotica moet krijgen.


[Een deel van deze informatie is afkomstig van de Nederlandse Hartstichting.]