• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Contrastnefropathie

Print 

Het UMCG volgt -op grond van wetenschappelijke overwegingen- een wat liberaler beleid dan veel andere ziekenhuizen als het gaat om maatregelen ter preventie van contrastnefropathie ten gevolge van het gebruik van röntgencontrastmiddelen.

Indien uw patiënt een combinatieonderzoek zal ondergaan, waarbij ook een diagnostische of 'contrast-enhanced' CT-scan zal worden gemaakt (en dus röntgencontrastmiddel wordt toegediend), dan is het noodzakelijk om in de aanvraag een recente eGFR te vermelden. De waarde mag niet ouder zijn dan 1 jaar.

Wanneer een geldige eGFR ontbreekt, zal aan het verzoek tot een diagnostische CT geen gehoor worden gegeven.

De indicaties voor hydratie zijn:

  • M. Kahler of M. Waldenström met uitscheiding van lichte ketens in de urine
  • eGFR < 30 ml/min. Eventueel acetylcysteine/theophylline bijgeven.
  • in geval van een eGFR tussen 30 en 45 ml/min:
    • bij diabetes mellitus
    • bij 2 van de volgende risicofactoren: perifeer vaatlijden, hartfalen, leeftijd >75 jaar, anemie (Ht < 0,39 bij mannen, < 0,36 bij vrouwen), symptomatische hypotensie, verminderd effectief circulerend volume, diuretica, NSAID-gebruik.

Bij een eGFR > 45 ml/min is geen hydratiebeleid noodzakelijk; patiënten met een eGFR tussen 45 en 60 ml/min zullen naderhand wel worden gecontroleerd op de nierfunctie.

Het door ons gehanteerde hydratieprotocol bestaat in principe uit  1 liter NaCl 0,9% intraveneus vóór en 1 liter NaCl 0,9% intraveneus ná het onderzoek, voor zover de conditie van de patiënt dit toelaat.  [NB. In geval van prehydratie vervalt de noodzaak tot het drinken van 1 liter water voorafgaand aan een FDG-PET-scan.]

De verantwoordelijkheid voor de hydratie ligt bij de aanvrager/behandelaar. Vooraf zullen wij contact opnemen met de aanvrager over datum en tijdstip waarop de scan zal worden verricht, zodat u uw maatregelen kunt nemen.

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram