• Tekstgrootte

Operatie

Print 

Tijdens de operatie verwijdert de chirurg de zieke lever in zijn geheel en vervangt deze door een donorlever. De operatie duurt zeven tot twaalf uren, maar dit verschilt per procedure. De lengte van de operatie is veelal afhankelijk van de ernst van de ziekte en eerdere buikoperaties.

Fase I

De eerste fase van de operatie bestaat uit het verwijderen van de zieke lever en is meestal het lastigste deel van de operatie. De buik wordt geopend via een snede onder beide ribbenbogen waarna de zieke lever voorzichtig wordt vrij gelegd. Nadat de aan en afvoerende bloedvaten van de lever en de galweg zijn vrijgelegd en doorgenomen, kan de zieke lever worden verwijderd. Hierbij wordt ook de galblaas verwijderd.

Fase II

Hierna volgt een fase van ongeveer een uur zonder lever. In deze fase worden eventuele bloedingen gestelpt. De aansluitpunten voor de aan- en afvoerende bloedvaten van de lever en de galweg worden klaargemaakt voor een verbinding met de donorlever. Voordat de donorlever met deze aansluitpunten wordt verbonden, wordt de nieuwe lever geïnspecteerd en klaargemaakt voor implantatie. Daarnaast wordt vaak nog een biopsie van de donorlever genomen zodat het leverweefsel beoordeeld kan worden.

Tijdens de implantatiefase verbindt de chirurg de donorlever eerst met de aansluitpunten van de aan- en afvoerende bloedvaten van de lever. Er wordt gestart met de aansluiting van de afvoerende leveraders. Meestal gebeurt dit rechtstreeks op uw eigen onderste holle ader. Soms wordt echter om technische redenen voor een andere aansluiting gekozen.
Nadat alle bloedvaten zijn verbonden en het bloed weer door de nieuwe lever stroomt, eindigt fase II.

Fase III

Deze fase begint met het aansluiten van de galweg. Het herstel van de galweg kan op twee manieren gebeuren:

  • De galweg van de donorlever wordt direct op uw eigen galweg aangesloten.
  • Als uw eigen galweg niet bruikbaar is voor een directe aansluiting, wordt de galweg van de donorlever aangesloten op een gedeelte van de dunne darm waarvoor een speciale lis wordt gemaakt (Roux en Y lis).

De chirurg verwijdert altijd de galblaas van de donorlever omdat deze galblaas geen zenuwvoorziening meer heeft en daardoor niet meer kan functioneren. U kunt goed leven zonder galblaas.
Soms wordt aan het eind van de operatie een slangetje (galdrain) in de galweg gelegd voor het aflopen van de gal. Op een later moment (na ongeveer 14 dagen of op indicatie) kan men in de galdrain een contrastvloeistof spuiten om foto’s van de galwegen te maken (cholangiogram). Ook wordt een aantal slangen voor het aflopen van wondvocht achtergelaten (redon drains).
Tenslotte wordt tijdens de operatie een slangetje (sonde) door uw neus ingebracht. De eerste dagen na de operatie krijgt u vloeibare voeding (sondevoeding) door dit slangetje. Soms wordt tijdens de operatie een slangetje via de buikwand ingebracht tot in de dunnedarm voor deze vloeibare voeding. Dit heet een jejunostomie.

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram