• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Levertransplantatietechnieken

Print 

De lever is een belangrijk orgaan. Bij ernstige leverziekten kan het nodig zijn om een lever te transplanteren. Hiervoor is een donorlever noodzakelijk. De meeste donorlevers zijn afkomstig van overledenen. Eén van de criteria voor overleden orgaandonoren is dat de hersendood moet zijn ingetreden. Ook zijn sinds 2002 de mogelijkheden om organen van hartdode donoren (non-heart-beating donor) voor transplantatie te gebruiken verbeterd. Dit heeft een uitbreiding van het aantal mogelijke donoren tot gevolg.
Vanwege het tekort aan geschikte donororganen wordt voortdurend gezocht naar alternatieven om toch het groeiend aantal mensen op de wachtlijst te kunnen transplanteren. Hiervoor is een aantal bijzondere technieken ontwikkeld waarover u in dit deel meer kunt lezen. Vooral op het gebied van de levende donoren valt in de toekomst groei van het donoraantal te verwachten. De artsen (MDL-arts en chirurg) zullen u zo goed mogelijk informeren over de situatie die op u van toepassing is.

Gereduceerde levertransplantatie

Als het kan wordt een donorlever volledig getransplanteerd. Maar het komt ook voor dat een donorlever te groot is voor de ontvanger, bijvoorbeeld als de donor een volwassene is en de ontvanger een kind. De donorlever wordt dan gereduceerd (verkleind) en wordt zodoende geschikt gemaakt voor de klein (re)ontvanger. De gereduceerde lever zal na transplantatie weer aangroeien tot een volwaardige lever.

Splitlevertransplantatie

Een andere techniek die kan worden toegepast is de splitlevertransplantatie. De donorlever wordt dan gesplitst in twee gedeelten. Het grote voordeel van deze techniek is dat twee ontvangers kunnen worden getransplanteerd met één donorlever. Het grote (rechter) deel kan worden getransplanteerd bij een volwassen ontvanger. Het kleine (linker) gedeelte is geschikt voor transplantatie bij een klein kind.

Dominotransplantatie

Bij een bepaalde ziekte, genaamde Familiaire Amyloidotische Polyneuropathie (FAP), produceert de lever een afwijkend eiwit. Een patiënt met FAP krijgt vanaf het 30e-40e levensjaar ziekteverschijnselen, vooral zenuwbeschadiging. Een levertransplantatie is dan de enige oplossing.
De uitgenomen lever van een patiënt met FAP functioneert echter - afgezien van de productie van het abnormale eiwit - volstrekt normaal en is dan ook goed geschikt voor transplantatie, een zogenaamde dominotransplantatie. Het enige probleem is dat de productie van het afwijkende eiwit na transplantatie gewoon doorgaat. Na verloop van tijd (waarschijnlijk meerdere jaren) kunnen daardoor bij de ontvanger van deze lever verschijnselen van zenuwbeschadiging ontstaan. De kans hierop wordt sterk beperkt door deze levers slechts toe te wijzen aan ontvangers die op het tijdstip van transplantatie reeds 60 jaar oud zijn. Ook patiënten die ouder zijn dan 50 jaar en een verhoogd risico hebben om op de wachtlijst te overlijden komen voor een domino-lever in aanmerking.

Leverdonatie door een levende donor

Een gezonde, levende volwassene (vaak een vader of een moeder) kan een klein deel van zijn of haar lever afstaan voor transplantatie van een kind. Een broer kan dit doen voor zijn zus, of andersom. De lever van de volwassen donor groeit weer aan tot het normale formaat en behoudt zijn functie. Het getransplanteerde deel van de lever groeit weer aan tot het normale formaat en behoudt zijn functie. Het getransplanteerde deel van de lever groeit in de ontvanger weer uit tot een normale grootte. In het UMCG is levertransplantatie met leverdonatie door een levende donor mogelijk, zowel bij kinderen als volwassenen.

Piggy back

Het toepassen van de zogenaamde Piggy back-techniek heeft in de afgelopen jaren geleid tot minder bloedverlies tijdens de levertransplantatie. Dit is een chirurgische techniek waarbij de eigen holle ader (vena cava) van de ontvanger in tact blijft.

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram