• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

DHOPE-DCD trial

Print 

Een gerandomiseerd, vergelijkend onderzoek om de effectiviteit van hypotherme geoxygeneerde perfusie van de lever te vergelijken met de standaard koude bewaarmethode in het voorkomen van vernauwingen in de galwegen van de lever na transplantatie wanneer de donor lever afkomstig is van een donor overleden aan een hartstilstand.

Achtergrond

Bij een levertransplantatie is het onvermijdelijk dat de donor lever een periode buiten het lichaam is. In die periode is er geen bloedvoorziening en loopt de lever schade op. De huidige bewaarmethode is erop gericht om de lever te beschermen tegen die schade door de lever te bewaren in een speciale koude beschermende vloeistof. Hoe lager de temperatuur, hoe minder zuurstof en voedingsstoffen de lever nodig heeft. Daarnaast wordt de lever zo kort mogelijk buiten het lichaam bewaard.

De galwegen in de lever zijn namelijk erg gevoelig voor de schade die de lever oploopt in de periode dat deze buiten het lichaam is. In die periode kunnen de kleine bloedvaten die naar de galwegen lopen beschadigd raken. Als dat gebeurt, is er een grotere kans op complicaties van de galwegen na de transplantatie. Bij levers die gedoneerd zijn na een hartstilstand is deze kans groter dan bij levers die gedoneerd zijn na hersendood.

Nieuwe methode: DHOPE

Er is een nieuwe methode ontwikkeld om de lever beter te bewaren tijdens de periode dat deze buiten het lichaam is. Met de nieuwe methode krijgt de lever zuurstof en voedingsstoffen. De lever wordt doorspoeld met de bovengenoemde speciale koude vloeistof. Aan de vloeistof wordt zuurstof toegevoegd door een ‘kunstlong’. Het doorspoelen van de lever noemen we ‘perfusie’. Deze methode noemen we ‘koude, zuurstofrijke perfusie’. In het Engels heet deze methode ‘duale hypothermic oxygenated perfusion’ (DHOPE).

Uit eerder onderzoek is gebleken dat de kleine bloedvaten die naar de galwegen lopen door DHOPE beschermd worden. De verwachting is dat DHOPE de kans verkleint op complicaties aan de galwegen na transplantatie. Bij mensen zijn kleine studies uitgevoerd die deze verwachting versterken. Sinds een aantal jaar wordt hypotherme perfusie met succes op kleine schaal gebruikt bij lever transplantatie bij patiënten in de Verenigde Staten, in Zwitserland en in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) in Nederland. In het UMCG is er vorig jaar een kleine studie uitgevoerd naar DHOPE met uitstekende resultaten. Er zijn aanwijzingen dat levers na DHOPE minder schade hebben dan met de huidige methode van bewaren. Bovendien is DHOPE beschreven als een veilige toepassing en zijn er geen nadelige effecten gezien. Echter was dit een kleine studie waardoor er niet goed onderzocht kon worden wat de effectiviteit is van DHOPE. Deze studie zal daarover meer duidelijkheid geven.

Doel en studieopzet

Deze studie bestudeert de effectiviteit van DHOPE in het verminderen van galwegcomplicaties na transplantatie. De studie duurt ongeveer twee jaar en er gaan 156 patiënten meedoen. De nieuwe DHOPE methode vergeleken met de huidige methode waarbij een lever koud wordt bewaard op ijs. Het is een gerandomiseerd onderzoek. Dit betekent dat de kans is 1 op 2 (50%) dat de lever met DHOPE wordt bewaard of met de huidige methode wordt bewaard. De arts heeft hierop geen invloed. Het is multicenter studie met Rotterdam en Leiden samen. Zij zullen iets later starten, na de lokale goedkeuring van de studie door de desbetreffende METc’s. Ook centra in de UK gaan meedoen. Hierdoor wordt het totaal aantal van 156 proefpersonen eerder bereikt en duurt het minder lang voordat de resultaten van het onderzoek bekend zijn.