• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Contrastmiddelen: jodiumhoudende contrastmiddelen

Print 

Bij radiologische onderzoeken krijgt u vaak een jodiumhoudend contrastmiddel ingespoten via een bloedvat in uw arm. Dit zijn veilige middelen die slechts zelden bijwerkingen geven. Een enkele keer kunnen de volgende bijwerkingen zich voordoen:

  • U kunt, ook nog de volgende dag, last krijgen van rode huid, jeuk en/of galbulten. Meestal verdwijnen de klachten na één of enkele dagen.
  • Bij patiënten met slecht werkende nieren, suikerziekte of hart- en vaatziekten kan in bepaalde situaties een verslechtering van de werking van de nieren optreden. Uw arts zal voor het onderzoek nagaan of er een verhoogd risico is en zo nodig maatregelen nemen om dit risico te beperken. Het is mogelijk dat u bijvoorbeeld het advies krijgt om de dag voor het onderzoek extra te drinken.
  • Een heel enkele keer ontstaat een ernstige allergische reactie. Een dergelijke reactie ontstaat vaak binnen korte tijd na het toedienen van de injectie. Tijdens het maken van de scan wordt u goed in de gaten gehouden. Indien nodig kan een reactie direct behandeld worden.

Allergie

  • Als u hooikoorts of astma heeft of snel allergisch reageert, hoeft u niet bang te zijn voor een reactie op de contrastmiddelen. Ook in deze situaties zijn allergische reacties zeldzaam.
  • Als u in het verleden een allergische reactie op jodiumhoudende contrastmiddelen heeft gehad, is de kans op reactie bij de huidige middelen zeer klein. Alleen als u een zeer ernstige reactie heeft gehad, waarvoor behandeling noodzakelijk was, is het belangrijk om uit voorzorg medicijnen in te nemen. Deze medicijnen kunt u krijgen via uw behandelend specialist of via de afdeling Radiologie.
  • Een allergie voor jodium op de huid heeft geen verband met eventuele reacties op het contrastmiddel. In dit geval is het dus geen bezwaar als u een contrastmiddel toegediend krijgt.

Jodium bij schildklieraandoeningen

In jodiumhoudende contrastmiddelen is het jodium gebonden aan een andere stof. Er komt echter ook een kleine hoeveelheid vrij jodium in het lichaam terecht. Dit is van belang als u binnen een half jaar behandeld wordt met radioactief jodium voor een kwaadaardige aandoening van de schildklier. Het vrije jodium in het lichaam maakt ook dat diagnostisch onderzoek bij de afdeling Nucleaire Geneeskundige enige tijd niet mogelijk is. Meld het bij uw behandelend arts of bij de afdeling Radiologie als u weet dat dit (mogelijk) gaat gebeuren.

Soms veroorzaakt het jodium in het contrastmiddel een versnelde werking van de schildkier. Dit komt vooral voor als u al een te snel werkende schildklier heeft of hiervoor behandeld wordt. Meld het bij uw internist of huisarts als u tekenen heeft van een versnelde schildklierwerking (vermoeidheid, gewichtsverlies, niet verdragen van warmte, transpireren, nerveusheid, hartkloppingen).

Voorbereiding op een onderzoek met jodiumhoudende contrastmiddelen

  • Als u bepaalde medicijnen gebruikt is de kans op een verslechtering van de werking van de nieren groter. Neemt u contact op met uw arts als u plastabletten, metformine (bij suikerziekte) of zogenaamde NSAID’s gebruikt (bijvoorbeeld Diclofenac, Ibuprofen en Naproxen).
  • Neemt u contact op met uw arts als er zich sinds het maken van de afspraak voor het onderzoek het volgende heeft voorgedaan:
    • ernstige diarree of braken;
    • hoge koorts;
    • innemen van nieuwe medicijnen, die effect hebben op de werking van de nieren;
    • problemen met hart- of bloedvaten.

Contact

Als u reageert op het contrastmiddel en u vertrouwt het niet, neem dan contact op met uw huisarts. Vertel dat u een radiologisch contrastmiddel ingespoten heeft gekregen. Geef ook door aan de afdeling Radiologie dat u een allergische reactie heeft gehad zodat hierover een aantekening in uw dossier wordt gemaakt. Meld bij ieder volgend onderzoek waarbij contrastmiddel in de bloedvaten wordt ingespoten, dat u hier allergisch op reageert.