• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Acute verwardheid (delirium)

Print 

Een delirium is een plotseling optredende verwardheid. Deze verwardheid is tijdelijk en komt meestal door een lichamelijke ziekte. Als de lichamelijke toestand verbetert, neemt de verwardheid af. De periode van verwardheid kan variëren van uren tot dagen en soms zelfs weken. Het is belangrijk zo snel mogelijk de oorzaak van de verwardheid te ontdekken en te behandelen.

Oorzaken

Een delirium kan verschillende oorzaken hebben. De meest bekende is overmatig drankgebruik. Maar ook iemand die nooit alcohol drinkt, kan een delirium krijgen. De oorzaak is dan vaak een operatie, ziekten aan het hart of de longen, ontstekingen of stoornissen in de stofwisseling. Een hersenschudding, medicijngebruik, stress en angst kunnen bijdragen aan het ontstaan of verergeren van een delirium. Oudere patiënten hebben een grotere kans om acuut verward te raken.

Symptomen of kenmerken

De volgende symptomen zijn kenmerkend voor een delirium:

  • In gesprekken lijkt niet alles door te dringen. De patiënt zakt nu en dan weg en kan zijn aandacht er niet bij houden.
  • De patiënt is soms onrustig en probeert bijvoorbeeld uit bed te stappen.
  • Het geheugen functioneert minder goed. Iets wat u net heeft verteld, kan even later weer vergeten zijn.
  • De patiënt ziet dingen die er niet zijn. Dit kunnen bekende personen zijn, maar ook beestjes. Ook herkent de patiënt u soms niet of de patiënt ziet u voor een ander aan.
  • De patiënt kan angstig worden en vanuit die angst  agressief reageren.

Al deze verschijnselen zijn niet voortdurend even duidelijk aanwezig. Vooral ’s avonds en ’s nachts neemt de verwardheid toe.

Behandeling

Het Universitair Centrum voor Ouderengeneeskunde (UCO) heeft voor de behandeling van acute verwardheid twee mogelijkheden. Op de polikliniek kan de patiënt binnen één werkdag beoordeeld. Daarnaast in de consultendienst. Dit betekent dat de afdeling waar de patiënt is opgenomen bij acute verwardheid direct een beroep kan doen op de deskundigheid van het UCO.

Verward in de thuissituatie

Uw partner, familielid of iemand anders uit uw naaste omgeving is plotseling verward geworden. Als uw huisarts geen oorzaak kan vinden voor de verwardheid, kan hij gebruik maken van de diagnostische mogelijkheden van het UCO. De patiënt kan vaak dezelfde dag nog onderzocht worden op de polikliniek van het UCO.

Het onderzoek op de polikliniek bestaat uit het beoordelen van de verwardheid en het zoeken naar de mogelijke oorzaak. Bij oude mensen kunnen ziekten zich anders voordoen dan bij jongeren. De arts houdt daar tijdens het onderzoek rekening mee. Daarnaast noteert een verpleegkundige de aanvullende informatie die de begeleider van de patiënt geeft. Na het onderzoek wordt nog een hartfilmpje gemaakt, wordt er bloed geprikt en eventueel een röntgenfoto gemaakt. De patiënt wordt het gehele traject begeleid door een verpleegkundige. Aan het einde van het onderzoek krijgt u direct de resultaten. Ook wordt er dan contact opgenomen met de huisarts. Als de verwardheid zeer ernstig is of als de patiënt geen partner of directe mantelzorger heeft, wordt samen met de huisarts naar tijdelijke opvangmogelijkheden gezocht. Naast een goede begeleiding, wordt direct de onderliggende ziekte behandeld. Ook kan het zijn dat er tijdelijk medicijnen worden voorgeschreven om de symptomen te verlichten.

Als u hier thuis nog vragen over heeft, neem dan eerst contact op met uw huisarts. Deze kan eventueel doorverwijzen naar het UCO.

Verward in het ziekenhuis

Uw partner, familielid of iemand anders uit uw naaste omgeving is vanwege een ziekte, ongeval of operatie opgenomen in het UMCG. U merkt dat uw naaste niet direct reageert zoals u gewend bent. Dat komt doordat hij of zij lijdt aan acute verwardheid (delirium).

De behandeling bestaat uit het opheffen van de lichamelijke oorzaak. Vaak krijgt de patiënt ook medicijnen tegen de verwardheid en de onrust. Om te voorkomen dat de patiënt uit bed valt of infuusslangen verwijdert, moet deze soms worden  vastgebonden in bed met ‘onrustbanden’. Dit wordt van tevoren met u besproken. In noodsituaties kan het echter voorkomen dat de patiënt wordt vastgebonden voordat er met u overleg heeft kunnen plaatsvinden. De situatie wordt dan zo snel mogelijk met u besproken.

Als u in deze situatie nog vragen heeft kunt contact opnemen met de afdelingsverpleegkundige van de afdeling waar uw partner of familielid is opgenomen. Deze verpleegkundige kan als dat nodig is contact opnemen met de afdeling Geriatrie of het Universitair Centrum Psychiatrie.

Wat u zelf kunt doen

Als uw naaste ongewoon reageert, zeg dan wie u bent en (bij opname in het UMCG) wat u komt doen. Herhaal dit zonodig.

  • Noem de dag en de plaats. Bijvoorbeeld: “Het is vandaag dinsdag 28 oktober. Als uw naaste is opgenomen in het ziekenhuis, zegt dan: Je bent in het UMCG op de afdeling….” Vertel ook waarom hij of zij daar is. Bijvoorbeeld: “Je bent gisteren aan je heup geopereerd”.
  • Spreek in duidelijke korte zinnen.
  • Stel eenvoudige vragen. Bijvoorbeeld: “Heb je lekker geslapen?” en niet: “Heb je lekker geslapen of ben je veel wakker geweest?”
  • Het is beter voor uw naaste wanneer u niet meegaat in de waanideeën of de dingen die hij/zij ziet of hoort, maar die er niet zijn. Spreek niet tegen, maar probeer wel duidelijk te maken dat u iets anders ziet. Heeft dit geen effect, beëindig dan uw pogingen. Maak er geen ruzie over.
  • Bezoek is belangrijk, maar liever niet te veel mensen tegelijk. Ga ook aan één kant van het bed zitten. Dit werkt minder verwarrend.
  • U hoeft niet steeds te praten. Het is vaak al goed dat u er bent.
  • Heeft uw naaste een hoorapparaat of kunstgebit, let er dan op dat hij of zij deze ook draagt. Overleg hier eerst wel over met de verpleegkundige.
  • Plaats altijd een goed zichtbare klok of wekker met verlichte cijfers in de buurt van uw naaste zodat deze op elk moment van de dag goed kan zien hoe laat het is. Neem eventueel een wekker mee van huis als uw naaste is opgenomen.
  • Is uw naaste opgenomen in het ziekenhuis, dan kunt u een foto van uzelf of een ander vertrouwd iemand meenemen om op het nachtkastje te zetten.