• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Röntgenonderzoek nieren, urineleiders en blaas

Print 

Uw behandelend arts heeft u doorverzen voor een röntgenonderzoek van uw nieren, urineleiders en blaas.

Hulpmiddelen

Een röntgenafbeelding is een afbeelding van de binnenkant van uw lichaam. Om deze te maken gebruikt de radioloog een beetje röntgenstraling. Ook werkt hij bij dit onderzoek met een jodiumhoudend contrastmiddel, om uw nieren, urineleiders en blaas zichtbaar te maken met röntgenstralen. Dit middel geeft soms lichte overgevoeligheidsreacties zoals roodheid, jeuk of blaasjes. Deze kunnen zich overal op uw lichaam voordoen. U merkt dit direct nadat u het contrastmiddel krijgt, of de volgende dag. Meestal trekken de bijwerkingen na een paar dagen weg.

Zijn de bijwerkingen niet na een paar dagen weg en vertrouwt u het niet, neem dan contact op met uw behandelend arts. Vertel hem dat u een radiologisch contrastmiddel heeft gekregen. De afdeling Radiologie moet ook weten dat de bijwerkingen niet na een paar dagen verdwijnen. Bel daarom de afdeling op het nummer (050) 361 02 53. Meld dit ook als u nog een keer een onderzoek krijgt waarbij met een jodiumhoudend contrastmiddel wordt gewerkt.

Voorbereiding

Mensen die last hebben van astma, bronchitis en hooikoorts zijn vaak ook allergisch voor jodiumhoudende contrastmiddelen. Als u last heeft van één van deze aandoeningen, vertel het de laborant of arts vóór het onderzoek. Vertel ook of u overgevoelig bent voor medicijnen, jodiumhoudende contrastmiddelen of bepaald voedsel.

Het is belangrijk dat uw darmen goed leeg zijn. U krijgt daarom een recept voor het laxeermiddel X-praep via de post. U kunt dit middel afhalen bij uw apotheek. U moet hierdoor vaak naar de wc en u kunt last krijgen van darmkramp. Uw urine kan ook een aantal dagen een onschuldige rode verkleuring hebben. Leest u voor gebruik van X-Praep eerst de bijsluiter. U volgt een speciaal dieet. Hierin staat ook wanneer u de X-Praep neemt.

Ontbijt Normaal

12.00 1 heldere gelatinepudding of 1 glas limonade

13.00 1 glas helder vruchtensap, limonade of water

14.00 1 glas helder vruchtensap, limonade of water

15.00 weeg uzelf en neem zoveel ml X-praep uw gewicht in kilo's. Dat wil zeggen: u neemt 50 ml X-praep als u 50 kilo weegt, 55 ml als u 55 kilo weegt, 60 ml als u 60 kilo weegt, enzovoort. Neem nooit meer dan 75 ml X-praep. Als u zwaarder bent dan 75 kilo neemt u dus 75 ml.

16.00 1 glas helder vruchtensap, limonade of water

17.00 1 heldere gelatinepudding, of gefiltreerde bouillon en 1 glas helder vruchtensap, limonade of water.

18.00 1 glas helder vruchtensap, limonade of water

19.00 1 glas helder vruchtensap, limonade of water

20.00 1 glas helder vruchtensap, limonade of water

21.00 1 glas helder vruchtensap, limonade of water

22.00 1 glas helder vruchtensap, limonade of water 

Toegestane dranken zijn:

  • appelsap
  • druivensap
  • bessensap
  • Roosvicee
  • limonadesiroop
  • koffie met weinig suiker
  • thee met weinig suiker
  • gefiltreerd sinaasappelsap
  • gefiltreerde bouillon

Niet toegestaan: alle koolzuurhoudende dranken en melkproducten.

Op de dag van het onderzoek mag u niet ontbijten. U mag wel drinken: 2 glazen helder vruchtensap, limonade of water.  Ook als het onderzoek pas tijdens de middag gebeurt. Om de periode waarin u nuchter moet blijven zo kort mogelijk te houden, is het onderzoek meestal `s ochtends.

Bij medicijngebruik

Uw medicijnen kunt u normaal innemen, ook op de dag van het onderzoek. Hou er echter wel rekening mee dat u waarschijnlijk diarree krijgt door de voorbereidingen. Dat kan betekenen dat uw bloed niet alle werkzame stoffen uit uw medicijnen opneemt. Dit geldt ook voor de anticonceptiepil. Neem bij twijfel contact op met de arts die u heeft doorverwezen voor dit onderzoek.

Bij suikerziekte

Als u suikerziekte heeft, is het belangrijk dat u rekening houdt met het suikergehalte  van X-Praep. Dat is 0,65 gram per ml. Neem eventueel contact op met uw behandelend arts. Ook voor een eventuele aanpassing van uw dieet en/of insulinedosis voor de dag van het onderzoek.

Bij stoma’s

Heeft u een dikkedarmstoma, dan kunt u de voorbereidingen normaal volgen. We raden aan om een grotere stomazak met kraan te gebruiken. Deze kunt u krijgen van de stomaverpleegkundige. Ook als u een dunnedarmstoma, heeft moet u de richtlijnen voor het dieet volgen. Maar dan zonder het laxeermiddel te nemen. 

Bij zwangerschap en borstvoeding

Ongeboren kinderen zijn gevoelig voor röntgenstraling. Bent u (mogelijk) zwanger, bel dan vóór het onderzoek de afdeling Radiologie op hte nummer (050) 361 02 53. Soms wordt het onderzoek in overleg met uw behandelend arts uitgesteld.
Uw lichaam neemt het jodiumhoudende contrastmiddel op. Het komt daardoor ook in uw moedermelk terecht. Het is daarom beter geen borstvoeding te geven tijdens in de eerste 24 uur nadat u het middel heb gekregen.

Het onderzoek

U krijgt in de onderzoekskamer eerst uitleg over het onderzoek. De laborant maakt daarna een röntgenafbeelding van uw buik om te zien of uw darmen goed leeg zijn. Eventuele stenen zijn daarop ook goed te zien. Om uw nieren zichtbaar te maken op de röntgenafbeelding krijgt u een contrastmiddel toegediend. De radioloog brengt hiervoor een infuusnaald in uw arm in. Deze naald plakt hij vast aan uw arm omdat het enige tijd in uw arm blijft zitten. Vervolgens koppelt hij een infuus met het contrastmiddel aan de infuusnaald. Als hij het contrastmiddel inspuit kunt u een warm gevoel in hoofd, keel en buik krijgen. Dit warme gevoel gaat na enkele minuten over. Het contrastmiddel gaat met uw bloed mee en komt na enkele minuten in uw nieren, urineleiders en uiteindelijk in uw blaas. De laborant maakt vervolgens meerdere afbeeldingen. Met deze opnamen beoordeelt de radioloog de vulling van uw nieren, urineleider en blaas en kijkt of er afwijkingen zijn. Zonodig maakt hij nog meer afbeeldingen. Het onderzoek duurt ongeveer 45 minuten, maar dat kan langer zijn bij meer afbeeldingen.

Na het onderzoek

Na het onderzoek mag u weer normaal eten en drinken. U moet door het contrastmiddel vaker plassen. Drink daarom extra, om het vocht aan te vullen.

Uitslag

U krijgt de uitslag van het onderzoek van uw behandelend arts. Hij vertelt u ook wanneer en hoe u de uitslag krijgt.

Vragen

Heeft u vóór, tijdens of na het onderzoek nog vragen, dan kunt deze gerust stellen. U kunt ook bellen tussen 8.00 en 9.30 uur naar het nummer (050) 361 29 27.

​​