• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Onderzoek van uw galwegen

Print 

Uw behandelend arts heeft u verwezen naar de afdeling Radiologie voor een onderzoek van een vernauwing in uw galwegen. Het onderzoek duurt tussen de 60-90 minuten. Soms is het nodig dat u licht in slaap wordt gebracht. U merkt dan niets van het onderzoek. Het duurt dan wel iets langer. U wordt opgenomen in het ziekenhuis.

 

Hulpmiddelen bij het onderzoek

Tijdens het onderzoek van uw galwegen bekijkt de radioloog de binnenkant van uw lichaam. Hij gebruikt hiervoor röntgenapparatuur en een echoapparaat. Een echoapparaat ‘kijkt’ met geluidsgolven in uw lichaam. Dit doet geen pijn. U kunt de geluidsgolven niet horen of voelen. We gebruiken een beetje röntgenstraling om in uw lichaam te kunnen kijken. De radioloog kan de afbeeldingen bekijken op een beeldscherm. Deze laatste techniek wordt ‘doorlichten’ genoemd.

Sommige lichaamsdelen zijn niet zonder meer zichtbaar voor het röntgenapparaat. Dit geldt ook voor uw galwegen. De radioloog gebruikt daarom bij dit onderzoek een jodiumhoudend contrastmiddel. Dit middel geeft soms bijwerkingen. Dit zijn lichte overgevoeligheidsreacties zoals roodheid, jeuk of blaasjes. Deze kunnen zich overal op uw lichaam voordoen. U merkt dit direct na het toedienen van het contrastmiddel of de volgende dag. Meestal trekken de bijwerkingen na een paar dagen weer weg.

Zijn de bijwerkingen niet na een paar dagen verdwenen en vertrouwt u het niet, neem dan contact op met uw behandelend arts en vertel dat u een radiologisch contrastmiddel heeft gekregen. Het is van belang dat de afdeling Radiologie ook weet dat de bijwerkingen bij u niet na een paar dagen verdwijnen. Bel daarom ook deze afdeling op het telefoonnummer (050) 361 21 69. Ook is het verstandig het te melden als u weer een radiologisch onderzoek met een jodiumhoudend contrastmiddel krijgt.

Voorbereiding

Het kan een enkele keer voorkomen dat er een bloeding of lekkage uit de galwegen naar de buikholte optreedt. Daarom wordt u uit voorzorg in het ziekenhuis opgenomen. U mag vanaf 4 uur voor het onderzoek niet meer eten, drinken en roken.

Mensen met astma, bronchitis en hooikoorts hebben vaak een allergie voor jodiumhoudende contrastmiddelen. Als u last heeft van 1 van deze aandoeningen, vertel dit dan aan de laborant of arts vóór het onderzoek. Doe dit ook als u overgevoelig bent voor medicijnen, jodiumhoudende contrastmiddelen of bepaald voedsel.

Voorbereidingen bij suikerziekte

U mag vanaf 4 uur voor dit onderzoek niets meer eten of drinken. Het kan daarom nodig zijn dat u contact opneemt met uw arts voor een eventuele aanpassing van uw dieet en/of insulinedosis voor de dag van het onderzoek.

Voorbereidingen bij medicijngebruik

Als u medicijnen gebruikt, dan mag u die voor het onderzoek innemen met een beetje water.

Gebruikt u antistollingmedicijnen zoals Sintrom of Ascal, overleg dan met de arts die ze heeft voorgeschreven of u er voor het onderzoek mee kunt stoppen.

Een controle van de stollingstijd van uw bloed is overigens altijd nodig, u nu tijdelijk stopt met uw antistollingsmedicijn of niet. Deze controle is bij het laboratorium van het Thoraxcentrum van het UMCG (Fonteinstraat 9), Een laborant neemt wat bloed van u af om de stollingstijd te controleren. U wordt daar 1 uur voor het onderzoek verwacht. De uitslag van deze controle kan betekenen dat het onderzoek niet door gaat. Dan overlegt u met uw arts.

Bij zwangerschap en borstvoeding

Ongeboren kinderen zijn gevoelig voor röntgenstraling. Bent u (mogelijk)zwanger, bel dan vóór het onderzoek de afdeling Radiologie op het telefoonnummer (050) 361 29 27. Soms wordt het onderzoek in overleg met uw behandelend arts uitgesteld. Uw lichaam neemt het jodiumhoudende contrastmiddel op. Het komt daardoor ook in uw moedermelk terecht. Het is daarom niet verstandig om de eerste 24 uur na het toedienen van het jodiumhoudende contrastmiddel borstvoeding te geven.

Het onderzoek

U krijgt eerst uitleg over het verloop van het onderzoek. Bij een onderzoek van de galwegen prikt de radioloog onder verdoving met een scherpe naald in uw galwegen. Het onderzoek begint met een echografie om te bepalen waar de radioloog precies moet prikken. De radiologisch laborant smeert een gel op uw buik om het geluid van het echoapparaat beter te geleiden. Daarna zoekt de radioloog de juiste plaats voor de punctie door met de zoekkop van het echoapparaat langzaam over uw buik te strijken. Als de juiste plaats is gevonden veegt de laborant de gel van uw buik en ontsmet uw huid. Daarna krijgt u een injectie voor een plaatselijke verdoving. Dit kan pijn doen. Om infecties te voorkomen, ligt u onder steriele doeken. De radioloog en de laborant dragen steriele kleding.

Als de verdoving werkt, maakt de radioloog een kleine opening in uw huid en prikt hierdoor uw galwegen aan met een naald. U moet uw adem even inhouden om te voorkomen dat de radioloog mis prikt. Zit de naald op de juiste plaats dan brengt de radioloog een dun draadje in door de naald. Dit is nodig om een dun slangetje, een katheter, langs te geleiden. Als de draad is ingebracht, verwijdert de radioloog de naald. Hij schuift daarna de katheter over de voerdraad in uw galwegen. Komt er gal terug uit de katheter, dan zit hij in uw galwegen. Als er geen gal uitkomt, schuift de radioloog de naald een stukje op tot er wel gal uit komt.

Vervolgens probeert de radioloog onder doorlichting om de katheter verder in te brengen in uw galwegen. Als dat is gelukt, vervangt hij de dunne katheter door een iets dikkere. Omdat de nieuwe katheter dikker is, kan het vervangen pijnlijk zijn. Om de galwegen goed zichtbaar te maken, spuit de radioloog via de katheter een contrastmiddel in en maakt vervolgens foto's. Omdat de katheter in uw galwegen blijft zitten, hecht de radioloog deze vast aan uw huid en krijgt u een verband. Omdat u verdoofd bent, voelt u niets van het hechten. De radioloog of radiologisch laborant bevestigt een zakje aan de katheter om de gal op te vangen.

Het kan nodig zijn om de katheter na een paar dagen verder op te schuiven. Soms moet er een 'stent' wordt geplaatst. Dit een soort gaasbuisje van metaaldraad. Dit gaas is samengevouwen in een dunne katheter en wordt op de plek van de vernauwing geplaatst. De stent wordt losgemaakt en zet dan uit. Hierdoor wordt de vernauwing permanent opengeduwd. Ook een katheter met een ballonnetje kan de vernauwing oprekken.

Na het onderzoek

Na afloop van het onderzoek gaat u terug naar de afdeling waar u bent opgenomen. Hier krijgt u ook te horen wanneer u weer naar huis mag. U kunt gedurende enkele dagen een weeïg gevoel hebben in de buik. Hierover hoeft u zich geen zorgen te maken. Het is verstandig het rustig aan te doen als u weer mag opstaan. Uw arts vertelt u wanneer u weer mag opstaan.

Uitslag

U krijgt de uitslag van het onderzoek van uw arts. Die vertelt u ook wanneer en hoe u de uitslag krijgt.

Vragen

Heeft u vóór, tijdens of na het onderzoek nog vragen, dan kunt deze gerust stellen. U kunt ook bellen tussen 8.00 en 9.30 uur. Belt u daarvoor met het algemene UMCG-nummer, bereikbaar via (050) 361 61 61. Zij kunnen u doorverbinden met de juiste persoon.