•  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Aandachtspunten bij medicatie tegen afstoting

Print 
  • Het aantal en de dosering van de medicijnen tegen afstoting zal per persoon verschillen. Meestal gebruikt u een combinatie van de volgende medicijnen: Cyclosporine (Neoral) of Tacrolimus (Prograft), Cellcept (Mycoteolaat-mofetil) en Prednisolon.
  • De dosering van de medicijnen tegen afstoting kan alleen veranderd worden door de cardioloog en de verpleegkundig specialist van het harttransplantatieteam.
  • Als u binnen een kwartier na de inname van bovenstaande medicijnen moet braken, neem dan nogmaals dezelfde dosering in.
  • Bij langdurige misselijkheid kunt u de huisarts vragen naar een zetpil om de misselijkheid te onderdrukken, zodat u in ieder geval de medicijnen tegen afstoting in kunt nemen. Bij langdurig braken altijd de huisarts raadplegen, of het transplantatieteam van het UMCG.
  • Als u uw medicijnen vergeten bent in te nemen, zorg er dan voor dat u zo snel mogelijk de gemiste hoeveelheid inneemt. Is het echter bijna weer tijd voor de volgende hoeveelheid van hetzelfde medicijn, ga dan verder volgens schema. Nooit een dubbele hoeveelheid innemen. Bij twijfel eerst overleggen met uw huisarts of met het transplantatieteam van het UMCG.
  • Bepaalde medicijnen kunnen de werking van bovengenoemde medicijnen beïnvloeden. Dit kan het geval zijn bij bepaalde pijnstillers, antibiotica en anti-schimmelmedicijnen. Bij uw huisarts is bekend welk middel voor u het meest geschikt is. Verder wordt geadviseerd om geen grapefruitsap of St. Janskruid te gebruiken omdat deze middelen de medicijnspiegel van de Neoral en Prograft beïnvloeden.
  • Verminder of STOP NOOIT op eigen initiatief met uw medicijnen tegen afstoting. Dit kan afstotingsreacties tot gevolg hebben. 

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram