• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

DCM (Gedilateerde Cardiomyopathie)

Print 

Cardiomyopathie betekent letterlijk 'ziekte van de hartspier'. Bij gedilateerde cardiomyopathie (DCM) is het hart vergroot en is de pompfunctie van het hart afgenomen. Om te begrijpen wat er bij DCM met het hart gebeurt, beschrijven we eerst hoe het hart onder normale omstandigheden werkt.

De werking van het normale hart

Het hart is een krachtige pomp die bestaat uit spierweefsel (ook wel myocard genoemd). Het hart is verdeeld in:

  • Twee boezems, waar het bloed het hart binnenstroomt
  • Twee kamers van waaruit het bloed het lichaam wordt ingepompt.


De rechterkant van het hart ontvangt zuurstofarm bloed en pompt dat naar de longen om zuurstof op te nemen en kooldioxide (een afvalproduct) af te geven. De linkerkant van het hart ontvangt zuurstofrijk bloed van de longen en pompt dit via de slagaders naar de rest van het lichaam. In het hart zitten vier kleppen die ervoor zorgen dat het bloed slechts één richting op kan stromen. De hartslag wordt vanuit een bepaald punt gestimuleerd, waardoor het hart samentrekt.

Hart 

                 Links: Het normale hart                                 Rechts: Een gedilateerd hart

Het hart bij gedilateerde cardiomyopathie

Bij DCM is het hart vergroot en is de pompfunctie van het hart afgenomen. Doordat de hartspier verslapt of dunner is geworden, is het hart minder goed in staat het bloed door het lichaam te pompen. Hierdoor ontstaat er vochtophoping in de longen, die wordt in de volksmond vaak 'vocht achter de longen' genoemd. Hierdoor kan de patiënt last krijgen van kortademigheid. Behalve vochtophoping in de longen, hoopt het vocht zich ook vaak in andere weefsels en organen op. Dit gebeurt vooral in de benen, de enkels, de lever en de buik. Ook neemt door de verminderende pompfunctie de doorbloeding van de belangrijkste organen in het lichaam af.

DCM en erfelijkheid

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 30% van de mensen met de diagnose DCM ook familieleden hebben met (een milde of vroege vorm) DCM. Het feit dat er binnen één familie meerdere personen de ziekte hebben of kunnen krijgen wijst er op dat er sprake kan zijn van een erfelijke (is genetische) oorzaak voor de ziekte. Om die reden is het gebruikelijk dat eerstegraads verwanten van iemand met DCM het aanbod krijgen zich op de ziekte te laten onderzoeken door een cardioloog. Onder eerstegraads verwanten wordt verstaan vader, moeder, broer(s), zus(sen) of kind(eren).

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram