• Home (Dutch)
  • Contact
  •  EN 
  • Employee login

Regeling Bescherming Wetenschappelijke Integriteit Rijksuniversiteit Groningen

Print 

​​​Pream​​​​​bule

Binnen de Rijksuniversiteit Groningen rust op alle betrokkenen bij het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek een eigen verantwoordelijkheid voor de preventie en signalering van wetenschappelijk wangedrag. De algemeen aanvaarde uitgangspunten voor het verrichten van professioneel wetenschappelijk onderzoek dienen daartoe te allen tijde te worden nageleefd.​

In de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening (VSNU 2005, aangepast in 2012) is een uitwerking gegeven aan de beginselen voor het verrichten van professioneel wetenschappelijk onderzoek die ook door de Rijksuniversiteit Groningen worden onderschreven en gelden als richtlijnen voor de universiteit als bedoeld in artikel 1.7 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

Een van de middelen ter toetsing van de wetenschappelijke integriteit is het recht te klagen indien (het vermoeden bestaat dat) de wetenschappelijke integriteit is geschonden.

Voor de verwezenlijking van dit klachtrecht heeft het College van Bestuur onderstaande regeling vastgesteld. Hierin is tevens de mogelijkheid opgenomen voor het op verzoek van het College van Bestuur verrichten van onderzoek naar vermoede inbreuken op de wetenschappelijke integriteit.

Schending van de wetenschappelijke integriteit: Handelen of nalaten in strijd met de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening, waaronder in ieder geval de gedragingen opgenomen in bijlage 1.​

Definities

Klacht: Een melding over (een vermoeden van) schending van de wetenschappelijke integriteit begaan door een medewerker of een aan de universiteit gelieerde onderzoeker

Klager: Degene die zich met een klacht wendt tot de commissie, al dan niet via het college van bestuur of de vertrouwenspersoon

Beklaagde: De medewerker over wiens gedraging een klacht is ingediend

Medewerker: degene die conform de CAO-NU een dienstverband heeft (gehad) bij de universiteit of die anderszins werkzaam is (geweest) onder verantwoordelijkheid van de universiteit

Vertrouwenspersoon: Degene die als vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit is aangewezen door het college van bestuur

Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI): de door het college van bestuur ingestelde commissie ter behandeling van klachten inzake schending van de wetenschappelijke integriteit.​

Artikel 1: Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI)

Er is een commissie wetenschappelijke integriteit. Deze commissie is enerzijds bevoegd terzake van het behandelen van klachten over vermoede inbreuken op de wetenschappelijke integriteit. De klachtprocedure is geregeld in de artikelen 2 tot en met 16 van deze regeling.
Anderzijds verricht de commissie op verzoek van het College van Bestuur onderzoek naar vermoede inbreuken op de wetenschappelijke integriteit. Hierop zijn de artikelen 17 en 18 van deze regeling van toepassing.​

Artikel 2: Klachtrecht

  1. ​Een ieder heeft het recht bij de CWI een klacht in te dienen over een vermoede inbreuk op de wetenschappelijke integriteit, al dan niet via het College van Bestuur of de vertrouwenspersoon.
  2. De klacht, als bedoeld in het eerste lid, dient betrekking te hebben op een vermoede inbreuk op de wetenschappelijke integriteit gepleegd door een medewerker van de universiteit dan wel gepleegd bij het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek op de universiteit.
  3. Een ieder is verplicht aan de vertrouwenspersoon en de CWI binnen de gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die zij redelijkerwijs kunnen vragen bij de uitoefening van hun bevoegdheden.​

Artikel 3: Benoeming vertrouwenspersoon

  1. ​Het College van Bestuur benoemt een of meerdere vertrouwenspersonen voor een periode van vier jaar (gehoord de decanen). Herbenoeming voor een aansluitende periode van telkens vier jaar is mogelijk.
  2. Voor benoeming is vereist:
    • het zijn van (emeritus) hoogleraar met lange ervaring in onderzoek en onderwijs, bij voorkeur opgedaan aan een of meer Nederlandse universiteiten;​
    • het genieten van een onbesproken wetenschappelijke reputatie;
    • het kunnen omgaan met tegenstellingen en conflicten;​
  3. Het college van Bestuur kan de benoeming tussentijds beëindigen
    • ​​ op eigen verzoek van de vertrouwenspersoon;
    • wegens niet langer voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid;
    • wegens disfunctioneren als vertrouwenspersoon (gehoord de decanen).
  4. ​​​​Niet voor benoeming tot vertrouwenspersoon komen in aanmerking de leden van de raad van toezicht, de leden van het College van Bestuur en de decanen van de faculteiten.​​

Artikel 4: Taak vertrouwenspersoon

  1. De vertrouwenspersoon fungeert als aanspreekpunt voor vragen en klachten over wetenschappelijke integriteit en probeert indien hij daartoe mogelijkheden ziet te bemiddelen of de klacht anderszins in der minne op te lossen.
  2. In het geval geen oplossing is gevonden als genoemd in het eerste lid wijst de vertrouwenspersoon de klager de weg voor het indienen van een klacht bij de CWI.
  3. De vertrouwenspersoon legt over zijn werkzaamheden achteraf verantwoording af aan het College van Bestuur in een jaarlijkse rapportage ten behoeve van het jaarverslag van de universiteit.
  4. De vertrouwenspersoon is geheimhouding verschuldigd over hetgeen hem in die hoedanigheid bekend is geworden.​

Artikel 5: Samenstelling CWI

  1. ​De CWI bestaat uit een lid-voorzitter en twee leden.
  2. Elk lid heeft een één of meer plaatsvervangers. Bij ontstentenis van een lid of in het geval een lid direct of indirect betrokken is bij een te beoordelen klacht neemt het plaatsvervangend lid zijn of haar plaats in.
  3. De (plaatsvervangende) leden worden benoemd door het College van Bestuur voor een termijn van drie jaar, gehoord het College van Decanen. Herbenoeming voor een aansluitende periode van telkens drie jaar is mogelijk.
  4. Bij de benoeming wordt gestreefd naar een evenwichtige vertegenwoordiging van de wetenschapsgebieden van de universiteit. Bij voorkeur één van de leden is jurist.
  5. De CWI kan voor het onderzoek van een klacht tijdelijk worden uitgebreid met deskundigen, al dan niet verbonden aan de RUG.
  6. Voor benoeming is vereist:
    1. ervaring in wetenschappelijk onderzoek, bij voorkeur opgedaan aan een of meer Nederlandse universiteiten;
    2. bekendheid met de bestuurlijke organisatie van de universiteit;
    3. blijk kunnen geven van academische merites, zorgvuldigheid en discretie;
    4. goed kunnen omgaan met tegenstellingen en conflicten.
  7. ​Niet voor benoeming in aanmerking komen de leden van het College van Bestuur, de leden van de Raad van Toezicht, een vertrouwenspersoon, de decanen van de faculteiten en de directeuren van onderwijs- en onderzoeksinstituten van de universiteit.
  8. Tussentijds ontslag is mogelijk:
    1. ​op eigen verzoek;
    2. wegens disfunctioneren als (plaatsvervangend) lid van de commissie wetenschappelijke integriteit;
    3. wegens een benoeming tot een functie als bedoeld in lid 7.
  9. De CWI wordt bijgestaan door een secretaris van de afdeling Algemeen Bestuurlijke en Juridische Zaken.​

Artikel 6: Taak van de CWI

  1. ​De CWI neemt kennis van klachten als bedoeld in artikel 1.
  2. De CWI brengt advies uit aan het College van Bestuur over de ontvankelijkheid van klachten.
  3. De CWI brengt advies uit aan het College van Bestuur over de gegrondheid van klachten die zij in behandeling heeft genomen en over de op grond daarvan te nemen (disciplinaire) maatregelen.
  4. De CWI is onafhankelijk in haar oordeelsvorming.
  5. De CWI brengt jaarlijks verslag van haar werkzaamheden uit aan het College van Bestuur.
  6. De (plaatsvervangende) leden van de CWI, de secretaris en de decanen zijn geheimhouding verschuldigd over hetgeen hun in de klachtenprocedure bekend is geworden.​

Artikel 7: Bevoegdheden van de CWI

  1. ​De CWI is bevoegd informatie in te winnen bij alle medewerkers en organen van de universiteit. Zij kan inzage verlangen van alle documentatie en correspondentie die zij voor de beoordeling van de klacht van belang acht.
  2. De CWI kan deskundigen, al dan niet verbonden aan de universiteit, raadplegen. Van de raadpleging wordt een verslag opgemaakt.
  3. De CWI legt van elke behandelde klacht een dossier aan. Daaruit wordt geen onder geheimhouding gegeven informatie verstrekt dan met toestemming van de betrokkenen.​
  4. Voor zover de werkwijze van de CWI niet in deze regeling of een nadere regeling is vastgelegd wordt deze bepaald door de voorzitter.

Artikel 8: Ontvankelijkheidsvereisten

  1. ​De CWI neemt klachten in behandeling die voldoen aan de volgende vereisten:
    1. ​de klacht wordt schriftelijk ingediend;
    2. h​et klaagschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
      • ​​de naam en het adres van de indiener;
      • de dagtekening;
      • een duidelijke omschrijving van de vermoede inbreuk op de wetenschappelijke integriteit.
  2. Indien het klaagschrift in een vreemde taal is gesteld en vertaling voor een goede behandeling van de klacht noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling.​

Artikel 9: In behandeling nemen van de klacht

  1. ​De CWI bevestigt de ontvangst van het klaagschrift schriftelijk en stelt het College van Bestuur, de beklaagde en de decaan van de faculteit waar de beklaagde werkzaam is (geweest)van de ingediende klacht in kennis.
  2. Indien niet is voldaan aan één van de vereisten voor het in behandeling nemen van de klacht als bedoeld in artikel 8, wordt de klacht door het College van Bestuur na verkregen advies van de CWI niet-ontvankelijk verklaard, mits de klager in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
  3. Het College van Bestuur kan na verkregen advies van de CWI beslissen dat de klacht niet in behandeling wordt genomen indien:
    1. ​zij betrekking heeft op een gedraging waarover reeds eerder een klacht is ingediend die reeds is behandeld;
    2. zij betrekking heeft op een gedraging die langer dan vijf jaar voor indiening van de klacht heeft plaatsgevonden;
    3. indien het gewicht van de inbreuk kennelijk onvoldoende is.
  4. De CWI bericht de klager zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de klacht of de klacht in behandeling wordt genomen. De beklaagde en de decaan van de faculteit waar de beklaagde werkzaam is worden hiervan tevens in kennis gesteld.
  5. Indien de klacht betrekking heeft op een lid van het College van Bestuur neemt de Raad van Toezicht in plaats van het College van Bestuur de in het tweede en derde lid bedoelde beslissingen.
  6. ​Indien de klacht door de CWI in behandeling wordt genomen, wordt een afschrift van het klaagschrift alsmede van de daarbij meegezonden stukken aan de beklaagde toegezonden.

 Artikel 10: Intrekken van de klacht

  1. De klacht kan te allen tijde worden ingetrokken.
  2. Indien de klacht wordt ingetrokken, wordt de behandeling van de klacht door de CWI onmiddellijk beëindigd. De commissie stelt de beklaagde, het College van Bestuur en de decaan van de faculteit waar de beklaagde werkzaam is (geweest) hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 11: Tegemoetkomen

Zodra de beklaagde naar tevredenheid van de klager aan diens klacht tegemoet is gekomen, wordt de behandeling van de klacht door de CWI onmiddellijk beëindigd. De commissie stelt de klager, de beklaagde, het College van Bestuur en de decaan van de faculteit waar de beklaagde werkzaam is hiervan schriftelijk in kennis.​

​Artikel 12: Hoorplicht​

  1. De CWI hoort de betrokkenen bij de klacht. In elk geval stelt de CWI de klager en de beklaagde daartoe in de gelegenheid.
  2. Van het horen kan worden afgezien indien de klacht kennelijk ongegrond is dan wel indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.
  3. Het horen van betrokkenen geschiedt in elkaars aanwezigheid, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om hen gescheiden te horen.
  4. De zittingen van de CWI zijn niet openbaar.
  5. ​Van het horen wordt een verslag gemaakt.​

Artikel 13: Rapportage aan het College van Bestuur

  1. ​De CWI doet binnen twaalf weken na ontvangst van het klaagschrift aan het College van Bestuur verslag van haar overwegingen ter zake van de door haar in behandeling genomen klacht.
  2. ​In het verslag spreekt de CWI zich uit over de gegrondheid van de klacht en brengt zij advies uit over de te nemen (disciplinaire) maatregelen.

Artikel 14: Beslissing van het College van Bestuur

  1. ​Het College van Bestuur stelt binnen vier weken na ontvangst van het advies van de CWI zijn aanvankelijk oordeel vast. Het stelt de klager en de beklaagde(n) hiervan terstond in kennis. Het verslag van de CWI wordt meegezonden met het aanvankelijk oordeel.
  2. ​Alvorens tot de in het eerste lid bedoelde oordeel te komen, kan het College van Bestuur gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn advies vragen aan het Landelijk Orgaan voor Wetenschappelijke Integriteit (LOWI).
  3. Indien het advies van het LOWI is gevraagd, wordt de in het eerste lid bedoelde beslistermijn opgeschort tot vier weken na ontvangst van het advies van het LOWI.
  4. Klager en beklaagde(n) kunnen binnen zes weken na ontvangst van het oordeel van het College van Bestuur aan het Landelijk Orgaan voor Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) verzoeken advies uit te brengen over het aanvankelijk oordeel van het College van Bestuur, voor zo ver dit de schending van de wetenschappelijke integriteit betreft. De CWI zendt desgevraagd terstond alle op de klacht betrekking hebbende stukken in afschrift aan het LOWI.
  5. ​Indien niet binnen de onder lid 4 genoemde termijn het advies van het LOWI is gevraagd, stelt het College van Bestuur zijn definitieve oordeel vast over de klacht.
  6. Indien het advies van het LOWI is gevraagd, betrekt het College van Bestuur het oordeel van het LOWI in haar definitieve besluit. Het College van Bestuur beslist binnen vier weken na ontvangst van het advies van het LOWI of het overgaat tot een hernieuwde behandeling van de klacht dan wel stelt zijn definitieve oordeel over de klacht en de naar aanleiding daarvan te nemen (disciplinaire) maatregelen vast. Het stelt de klager, de beklaagde en de decaan van de faculteit waar de beklaagde werkzaam is (geweest)hiervan schriftelijk in kennis.
  7. Indien de klacht betrekking heeft op een lid van het College van Bestuur neemt de Raad van Toezicht in plaats van het College van Bestuur de in het eerste lid bedoelde beslissing.​

Artikel 15: Bescherming van betrokkenen

Het indienen van een klacht ingevolge deze regeling kan voor de klager tot generlei nadeel, direct of indirect, leiden, tenzij de klager niet te goeder trouw heeft gehandeld. Hetzelfde geldt voor getuigen, deskundigen, de vertrouwenspersonen of de commissieleden.

Artikel 16: Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het College van Bestuur.

Onderzoek op verzoek van het College van Bestuur​

Artikel 17 Verzoek van het College van Bestuur

Het College van Bestuur kan de CWI verzoeken een (verder) onderzoek te verrichten naar een vermoede inbreuk op de wetenschappelijke integriteit.​

Artikel 18 Van toepassing zijnde artikelen

Indien de CWI op verzoek van het College van Bestuur onderzoek verricht naar een vermoede inbreuk op de wetenschappelijke integriteit zijn de volgende artikelen van deze regeling van overeenkomstige toepassing:

1 artikel 2 lid 2 en 3;
2 artikel 5;
3 artikel 6 leden 3 tot en met 6;
4 artikel 7;
5 artikel 9 lid 6;
6 artikel 12;
7 artikel 13;
8 artikel 14 leden 1 tot en met 6.​

Overgangs- slotbepalingen

Artikel 19: Inwerkingtreding

Deze regeling is vastgesteld op 19 november 2012 en treedt in werking met ingang van 1 december 2012.

Met de inwerkingtreding van deze regeling vervalt de Regeling bescherming wetenschappelijke integriteit, vastgesteld in februari 2010. Klachten die zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling worden afgehandeld conform de bij indiening geldende regeling.​

Artikel 20: Aanhaling regeling en publicatie

​Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling bescherming wetenschappelijke integriteit”.​

Deze regeling wordt ter informatie toegezonden aan de faculteitsbesturen en de directeuren van de onderzoeksscholen/instituten en gepubliceerd op de website van de Rijksuniversiteit Groningen.

Van de klachten die door de CWI inhoudelijk zijn onderzocht wordt het advies van de CWI en het oordeel van het College van Bestuur na afronding van de procedure in geanonimiseerde vorm gepubliceerd op de website van de VSNU.


Groningen, 19 november 2012 het College van Bestuur.


​​​​​​​​