• Home (Dutch)
  • Contact
  •  EN 
  • Employee login

Uitgangspunten

Print 

​​​​​​​​​​​​Met de Researchcode toont het UMCG dat zij waarde hecht aan wetenschappelijke integriteit. Wetenschappelijke integriteit verwijst naar de bereidheid van onderzoekers om zich te verantwoorden voor de morele en wetenschappelijke kwaliteit van hun onderzoek. Deze bereidheid kan alleen onderhouden worden en tot bloei komen in een organisatie die een klimaat van integriteit waarborgt. Deze code levert een bijdrage aan dat klimaat.

Het is belangrijk om de waarde van wetenschappelijke integriteit hoog te houden en te koesteren. Immers, schending van de integriteit heeft directe invloed op de betrouwbaarheid van de wetenschap. Het is van groot belang dat de samenleving haar vertrouwen in de wetenschap behoudt.

​De Researchcode van het UMCG heeft het karakter van een gedragslijn en is daarmee normerend van aard. Het streven naar wetenschappelijke integriteit vraagt echter meer dan het navolgen van gedragsregels. Immers, de praktijk van normen in de wetenschap is complex. Er ontstaan vaak dilemma’s die afwegingen vragen op het gebied van integriteit. Het is belangrijk dat de complexe praktijk moreel getoetst kan worden in een omgeving waarin voortdurend reflectie en verantwoording plaatsvindt.

In dit hoofdstuk staan de basisregels voor medisch-wetenschappelijk onderzoek die het UMCG hanteert. Deze vormen de basis voor een onderzoeksomgeving die integriteit waarborgt.

​​​​​

Zes princ​​ipes

Sinds 1 januari 2005 is de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening​  van toepassing binnen de Nederlandse universiteiten. Deze Gedragscode is in 2014 geactualiseerd. Als universitaire instelling onderschrijft het UMCG de zes principes in deze Gedragscode. Waar deze principes in het gedrang raken, bestaat een verhoogd risico op schending van de wetenschappelijke integriteit. De onderstaande zes principes gelden daarom voor al het onderzoek en voor alle onderzoekers voor wie de UMCG Researchcode geldt.


De zes principes:  
  1. Eerlijkheid & Zorgvuldigheid
    Wetenschapsbeoefenaren zijn eerlijk en openhartig over hun onderzoek en over de toepassingen ervan. Wetenschappelijke activiteiten worden met zorgvuldigheid uitgevoerd. Tijds- of prestatiedruk mag daaraan geen afbreuk doen.
  2. Betrouwbaarheid
    De reputatie van betrouwbaarheid van de wetenschap wordt door iedere wetenschapsbeoefenaar door zijn handelwijze ondersteund en versterkt. Een wetenschapsbeoefenaar is betrouwbaar in de uitvoering en rapportage van onderzoek, en in de overdracht van kennis in onderwijs en publicaties.
  3. Controleerbaarheid
    Gepresenteerde informatie is controleerbaar. Als onderzoeksresultaten openbaar worden gemaakt, blijkt duidelijk waarop de gegevens en de conclusies zijn gebaseerd, waaraan ze zijn ontleend en waar ze te controleren zijn.
  4. Onpartijdigheid
    Wetenschapsbeoefenaars laten zich bij wetenschappelijke activiteiten leiden door geen ander belang dan het wetenschappelijke belang. Zij zijn altijd bereid zich daarvoor te verantwoorden. Waar sprake is van medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen, dient ook het patiëntenbelang zorgvuldig te worden meegewogen.
  5. Onafhankelijkheid
    Wetenschapsbeoefenaars verrichten hun werk in academische vrijheid en onafhankelijkheid. Voor zover beperkingen van die vrijheid onvermijdelijk zijn, worden deze expliciet zichtbaar gemaakt. Zie ook paragraaf 6.1.
  6. Verantwoordelijkheid
    Wetenschapsbeoefenaren geven zich rekenschap van hun verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke implicaties van hun wetenschappelijk werk. Zij zijn aanspreekbaar op de keuze van onderzoeksthema’s en in staat deze uit te leggen. 

​​​​​​​​​​​​Regels rondom het onderzoek

Wetenschappelijke integriteit wordt het beste bereikt door: intercollegiale samenwerking, onderzoeksevaluatie en een publicatiebeleid met een onafhankelijke en grondige 'peer-review'. De werkomgeving​ rondom onderzoekers moet zo min mogelijk gelegenheid bieden voor schending van de wetenschappelijke integriteit.

Daarom hanteert het UMCG de volgende regels rondom het verrichten van onderzoek:

De regels uitgelicht  
  1. Elk onderzoek vindt plaats binnen een duidelijk onderzoekskader of thema.
  2. De doelstellingen, werkwijze, methoden e.d. van een wetenschappelijk onderzoek liggen vast in een onderzoeksprotocol.
  3. Bij medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (vallend onder de reikwijdte van de WMO), wordt de richtlijn 'kwaliteitsborging mensgebonden onderzoek' van de NFU gevolgd en moet het onderzoeksprotocol vooraf beoordeeld worden door een toetsingscommissie: de Medische Ethische Toetsingscommissie (METc) of de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). Ook wijzigingen in een onderzoeksprotocol worden getoetst door een toetsingscommissie. Voor geneesmiddelenonderzoek gelden de regels van good clinical practice. Het onderzoeksplan van een onderzoek wordt, voordat het onderzoek van start gaat, geregistreerd in het Nederlands Trialregister, www.clinicaltrialsregister.eu en/of in www.clinicaltrials.gov. Dit is een openbaar toegankelijk en vrij te doorzoeken register. De registratie is ook nodig om in aanmerking te komen voor publicatie in medische vaktijdschriften.
  4. Onderzoek of onderzoeksactiviteiten binnen de reikwijdte van het nWMO (niet-WMO)  stelsel Kaderreglement worden vooraf beoordeeld door de CTc (Centrale Toetsingscommissie) of een erkende LTc (Lokale Toetsingscommissie) (Hoofdstuk 4.2).
  5. Het overgrote deel van het onderzoek binnen het UMCG wordt uitgevoerd in een onderzoeksgroep of in een samenwerkingsverband tussen verschillende onderzoeksgroepen. Binnen een onderzoeksgroep kan een duidelijke taakverdeling bestaan, maar een aantal zaken wordt als team gedaan. Dit betreft: het bepalen van de methodiek van onderzoek en dataverzameling, het beoordelen en interpreteren van de data en de verslaglegging (het schrijfproces). Regelmatige onderlinge controle en feedback verkleinen de kans op misinterpretatie en fraude. Goede begeleiding, feedback en het inzetten van plagiaatscanners verminderen het risico op plagiaat.
  6. De verschillende stappen en beslissingen in het onderzoeksproces worden goed gedocumenteerd. Door een logboek (elektronisch of op papier) bij te houden van de beslissingen tijdens het onderzoeksproces, kunnen overwegingen achteraf goed worden gereconstrueerd. Dit biedt de onderzoeker en derden een goed inzicht in de gang van zaken gedurende het onderzoek. De Research Toolbox draagt bij aan het tijdig en volledig doorlopen van alle benodigde stappen in het onderzoeksproces en volledigheid van de projectdocumentatie. 
  7. Er wordt regelmatig kritische feedback georganiseerd. Dit kan tijdens werkbesprekingen en door het instellen van een begeleidingscommissie of steering committee. Voor grotere klinische studies is een externe commissie aan te bevelen en zo nodig een Data Safety Monitoring Board. Wanneer de voortgang van het onderzoek met vaste regelmaat wordt besproken, en resultaten worden voorgelegd aan derden, wordt de kans op fraude gereduceerd. De deelname van UMCG-medewerkers aan begeleidingscommissies is dan ook van grote waarde voor de kwaliteit en integriteit van het onderzoek in het UMCG.
  8. Er wordt gebruik gemaakt van een peer-review-procedure bij publicatie van onderzoeksbevindingen in wetenschappelijke tijdschriften. Naast zinvolle inhoudelijke feedback draagt peer-review bij aan het tijdig onderkennen van misleidende dataweergave en/of plagiaat.
Schrijfregels

Een belangrijk onderdeel van integere wetenschapsbeoefening is de wijze van schrijven en publiceren. Het UMCG hanteert de volgende schrijfregels voor ​citaten en referenties.

De schrijfregels:  
  1. Referenties worden vermeld in de inleiding, de materialen- en methodensectie en in de discussie van een artikel. In de inleiding wordt de relevantie van het onderzoek beschreven en wordt veelal verwezen naar theorieën, stellingnames en onderzoeksresultaten die ontleend zijn aan derden. In de materialen- en methodensectie wordt eventueel verwezen naar de procedures die door anderen zijn ontwikkeld. In de discussieparagraaf worden de eigen resultaten gespiegeld aan de resultaten van anderen.
  2. Het vermelden van een referentie gebeurt zo nauwkeurig mogelijk. De regels voor het verwijzen naar artikelen zijn expliciet. Bij verwijzingen naar boeken en rapporten wordt ook verwezen naar de pagina's waarop de betreffende informatie staat. Zeker bij verwijzing naar een bepaalde theorie of stellingname. Het koppelen van een enkele stellingname aan een geheel boekwerk is onvoldoende.
  3. Bij verwijzingen wordt gerefereerd aan het artikel of boek waarin een bepaalde theorie of stellingname voor de eerste keer is vermeld. Ook worden alle referenties zorgvuldig gecontroleerd. Natuurlijk is het gemakkelijk om referenties te gebruiken die al in andere artikelen zijn genoemd. Maar dit kan ook tot fouten leiden. Iedere auteur wordt geacht alle referenties te kennen die bij het eigen artikel worden opgevoerd. Refereren aan het bronartikel heeft in principe de voorkeur, maar verwijzen naar review-artikelen is steeds gebruikelijker omdat tijdschriften eisen stellen aan de omvang van een manuscript. De auteur dient in dat geval wel op de hoogte te zijn van de inhoud van de bronartikelen.
  4. In de tekst staat duidelijk wanneer wordt geciteerd en waar citaten beginnen en ophouden. Er kan een indruk van plagiaat ontstaan wanneer wel ergens kort een bronartikel wordt vermeld, maar bij controle blijkt soms dat volledige paragrafen vrijwel letterlijk zijn overgenomen. Uitgebreid citeren is zeker niet verboden, maar het moet duidelijk zijn welke tekstgedeelten citaten (met referentie en paginanummer) zijn en welke tekstgedeelten zelfstandig zijn geformuleerd. Als substantieel gebruik wordt gemaakt van citaten, is het verstandig hierover met de oorspronkelijke auteur(s) te overleggen. Er kunnen namelijk bepaalde rechten in het geding zijn, zoals een mogelijk eerder vastgelegd copyright.

Kennis​eigendom

Het UMCG is als werkgever door de Auteurswet aangemerkt als economisch eigenaar van alle producten en ideeën die een onderzoeker creëert (artikel, dataset, etc.). Dit betekent dat de onderzoeker zonder toestemming van het UMCG deze producten niet te gelde mag maken of mag gebruiken voor andere doeleinden dan de uitoefening van zijn/haar functie bij het UMCG.

Meer informatie  

Het kan voorkomen dat medewerkers (onderzoekers) van het UMCG een bepaalde uitvinding doen of een innovatieve (behandel)methode bedenken. De CAO-UMC, artikel 9.4, verplicht de medewerker melding te doen aan de Raad van Bestuur van een mogelijk octrooieerbare uitvinding, die samenhangt met de uitoefening van zijn/haar functie.

De RUG en het UMCG hebben een gezamenlijk valorisatiebeleid. In het kader van dit beleid kan een uitvinder in aanmerking komen voor een vergoeding.

Als de medewerker bij het creëren van deze producten of uitvindingen voldoet aan de criteria voor auteurschap, dan gelden ook de regels zoals omschreven in paragraaf 3.2.