VATS-thoracoscopie

Een VATS-thoracoscopie is een kijkoperatie in de borstholte. ‘VATS’ is de afkorting voor ‘Video-assisted thoracic surgery’.

Tijdens deze kijkoperatie bekijken we de longen en het gebied eromheen. Dit doen we met een thoracoscoop: een buis met een camera en licht erop. De beelden zien we op een beeldscherm. Bij een VATS-thoracoscopie​ ​halen we weefsel weg voor onderzoek. ​Of we doen een ingreep, zoals een klaplong verhelpen. 

We doen een thoracoscopie:

  • bij een klaplong, dus een ingeklapte long, als er lucht blijft lekken of als u na een eerdere klaplong opnieuw een klaplong krijgt
  • om stukjes longweefsel weg te halen voor onderzoek bij afwijkingen aan de long of aan het vlies aan de binnenkant van de borstkas
  • om kleine goedaardige gezwellen weg te halen
  • om kleine kwaadaardige tumoren weg te halen bij bijvoorbeeld longkanker of darmkanker​
  • bij pijn door een alvleesklierontsteking
  • bij veel zweten in de handen en/of onder de oksels

Meer informatie over de kijkoperatie staat in de brochure 'Thoracoscopie door de thoraxchirurg' (pdf | 155kB).

De behandeling stap voor stap

  1. U hoort van uw arts dat u deze operatie krijgt. U krijgt daarvoor een brief met de precieze datum of we bellen u. U krijgt dan ook meer informatie over de operatie.

    De dag vóór de operatie wordt u opgenomen in het ziekenhuis. U heeft gesprekken met onder andere met de verpleegkundige, de anesthesist en de chirurg. We onderzoeken u ook. We nemen bloed af, maken een hartfilmpje en een longfoto. Soms krijgt u een laxeermiddel. Op de avond vóór de operatie doucht u zich.

  2. Op de dag van de operatie wast of doucht u zich nog een keer. Daarna doet u operatiekleding aan. Als u een kunstgebit heeft, doet u die uit. U krijg eventueel een medicijn waar u rustig van wordt. Daarna gaat u naar de operatiekamer.

    Voor deze operatie gaat u onder narcose. Daarvoor krijgt u een infuus in een ader. U merkt dus niks van de operatie. U krijgt een katheter in de plasbuis. Dit is een slangetje dat de plas uit de blaas afvoert.

    Daarna maken we een sneetje tussen 2 ribben, waardoor we de thoracoscoop naar binnen schuiven. Hiermee kunnen we de longen en het gebied eromheen op een beeldscherm zien. We maken nog 2 sneetjes waardoor we de instrumenten waarmee we in de borstholte werken inbrengen. 

    Wat er precies gebeurt, hangt af van de reden van de ingreep:

    • klaplong: een klaplong komt meestal door een gesprongen longblaasje. Dit blaasje halen we weg met een soort nietapparaat. Daarna halen we een deel van het vlies aan de binnenkant van de borstkas weg. Dit heet een pleurectomie. Of we maken het vlies ruw. Dit heet een abrasie. Zo verkleeft de long na de operatie met de borstkas. Bij deze ingreep geven we een ruggenprik en brengen een slangetje in tussen 2 wervels. Via dit slangetje krijgt u na de operatie medicijnen tegen de pijn.
    • onderzoek: we halen een stukje long weg met een nietapparaat. Dat kan ook een stukje lymfeklier zijn, of een stukje van het vlies aan de binnenkant van de borstkas. Dit heet een pleurabiopsie.
    • tumor: we nieten het longweefsel rond de tumor af met een nietapparaat. De tumor en een rand long eromheen halen we weg. Dit heet een wigresectie.
    • ontsteking alvleesklier: we snijden de zenuw door die de pijn doorgeeft vanuit de alvleesklier.
    • veel zweten: een bepaalde zenuw, de thoracale sympaticuszenuw, zorgt voor de aanmaak van zweet. We snijden deze zenuw door.

    De operatie duurt ongeveer 2 uur.

  3. U wordt na de operatie wakker op de operatiekamer. Daarna gaat u naar de uitslaapkamer of de intensive care en krijgt u medicijnen tegen de pijn. U krijgt zuurstof via een kapje of slangetje.

    Als u weer zelf naar de wc kunt, halen we de katheter uit de blaas. Als het goed gaat, gaat u naar de verpleegafdeling. Dit is op de dag van de operatie, of de dag erna.

    Tijdens de operatie laten we een drain in de borstholte achter. Dit is een slang dit lucht en wondvocht afvoert. We halen de drain na een paar dagen weg.

    Het is belangrijk dat u slijm dat nog in uw longen zit ophoest, om infecties te voorkomen. De fysiotherapeut komt daarom langs voor ademhalingsoefeningen. De fysiotherapeut geeft u later ook advies over bewegen en uw conditie opbouwen.

    We vragen u regelmatig of u pijn heeft en of de pijnstillers goed helpen tegen de pijn.

  4. Hoelang u voor deze operatie in het ziekenhuis blijft, hangt af van het soort ingreep dat u krijgt. Dit verschilt van 1-5 dagen. Als u naar huis mag, heeft u eerst een gesprek met uw arts en krijgt u informatie en leefregels mee voor thuis.

    De kant van uw lichaam waaraan u bent geopereerd, kan nog een maand of 3 pijn doen. Hier kunt u paracetamol voor nemen.

  • Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Complicaties die bij een VATS-thoracoscopie kunnen voorkomen zijn:

    • een nabloeding
    • luchtlekkage
    • longontsteking
    • een wondinfectie
    • een ader die verstopt raakt door een bloedprop. Dit heet trombose. Als deze bloedprop in de longen zit, is het een longembolie.

Mogelijke complicaties

Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Complicaties die bij een VATS-thoracoscopie kunnen voorkomen zijn:

  • een nabloeding
  • luchtlekkage
  • longontsteking
  • een wondinfectie
  • een ader die verstopt raakt door een bloedprop. Dit heet trombose. Als deze bloedprop in de longen zit, is het een longembolie.

Infecties voorkomen

Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. Bekijk wat we doen en hoe we dat doen.

Infecties voorkomen. Hoe doen we dat?

  • Antibiotica-team

    Elke ochtend bespreekt dit team nieuwe patiënten die antibiotica krijgen om te zorgen dat ze de juiste kuur krijgen. Dit kan ook het stoppen met antibiotica betekenen. Zo helpen we voorkomen dat bacteriën resistent worden voor antibiotica.

  • Artsen-microbioloog

    Deze mensen houden zich bezig met het aantonen van infecties en het bepalen van de beste behandeling. Ze kunnen een epidemie ontdekken voordat de eerste patiënt ziek wordt.

  • Hygiëne voor bezoekers

    Bij de ingang van elke verpleegafdeling kunt u uw handen wassen met speciale gel en een mondkapje op doen als u verkouden bent. Zo houden we samen ziektekiemen buiten de deur.

  • Infectiepreventie in het ziekenhuis

    Onze collega’s van de unit voor infectiepreventie werken overal in het ziekenhuis. Ze stellen regels op om te voorkomen dat virussen en bacteriën zich verspreiden, om patiënten tegen infecties te beschermen. Zo mogen artsen en verpleegkundigen geen sieraden dragen en hun persoonlijke hygiëne moet voldoen aan strenge eisen.

Heeft u nog vragen?

U kunt het Hartcentrum bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.