Chromosomenpolikliniek

Adres in het UMCG: Poortweg 10. Als u met de auto komt, kunt u het best parkeren in parkeergarage Zuid.

De Chromosomenpolikliniek is voor kinderen met een zeldzame chromosomenaandoening.

Op de chromosomenpolikliniek kunt u terecht met vragen over onder andere:

  • het ontstaan van de aandoening
  • het herhalingsrisico bij een eventuele nieuwe zwangerschap
  • te verwachten ontwikkeling en groei
  • te verwachten bijkomende medische problemen
  • adviezen voor aanvullend onderzoek
  • de begeleidingsmogelijkheden
  • de behandelmogelijkheden

Het bezoek aan de polikliniek komt niet in de plaats van de gewone medisch zorg en controle. Die blijft in handen van de eigen kinderarts en van eventueel andere betrokken specialisten.

Na het eerste bezoek aan de polikliniek is er elke 2 tot 3 een vervolgbezoek. Alleen als het nodig is, komt een kind na 1 jaar voor controle.

Verwijzen en afspraak

Voor een afspraak op de polikliniek heeft u een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist. Wij bekijken dan bij welke specialist u het best terecht kunt en wanneer. U krijgt daarna een afspraakbrief met informatie over de afspraak en hoe u zich kunt voorbereiden.

Wilt u een afspraak afzeggen of verplaatsen? Geef dit dan zo snel mogelijk door. We kunnen een nieuwe afspraak voor u maken als u dat wilt. Het telefoonnummer staat hieronder en in de brief.

Voor het eerst in het UMCG?

Bent u nog niet eerder in het UMCG geweest voor een afspraak? Dan moet u zich voor uw afspraak inschrijven. Dit kan bij de centrale inschrijfbalie in de Ontvangsthal (P-Zuid) en bij ingang Noord (P-Noord). De inschrijving is nodig vanwege de identificatieplicht. Neem voor de inschrijving mee: 

  • een geldig identiteitsbewijs: paspoort, identiteitskaart, rijbewijs of Nederlands vreemdelingendocument
  • bewijs van inschrijving bij uw zorgverzekeraar (zorgpas)

Een bezoek aan de polikliniek

  1. U kunt zich voorbereiden op uw bezoek aan het UMCG door uw klachten van tevoren op te schrijven. Bedenk ook welke vragen uw wilt stellen. Als u het prettig vindt, kunt u iemand meenemen naar het gesprek. Twee horen meer dan 1 en het is fijn om samen nog na te praten.

    • Gebruikt u medicijnen? Neem dan een overzicht mee van de medicijnen die u nu gebruikt. Deze kunt u vragen bij uw apotheek. U mag ook de medicijnen zelf of de doosjes meenemen.
    • Soms krijgt u voor een afspraak speciale instructies. Als er instructies zijn, dan staan deze in de afspraakbrief. We geven ook aan of u zelf naar huis kunt, of dat het beter is dat iemand u naar huis brengt.
    • Neem uw afspraakbrief mee. Op de brief staat een streepjescode. Hiermee meldt u zich aan bij de aanmeldzuil of de balie van de polikliniek. Neem ook een verwijsbrief van uw behandelaar als u die heeft.
  2. De klinisch geneticus en kinderarts volgen de ontwikkeling van uw kind en kinderen met dezelfde chromosoomaandoening. Ze kijken naar groei en ontwikkeling, voedings-, slaap-, gedrags- en allerlei mogelijke medische problemen.

    Voor de behandeling en eventueel verder onderzoek blijft uw kind bij de eigen behandelend arts(en). De medewerkers van de chromosomenpolikliniek kunnen u, uw kind en de behandelend arts(en) hierbij adviseren.

  3. U krijgt van uw behandelaar informatie over de resultaten, uitslagen en vervolgstappen als die nodig zijn. Dit kan op verschillende manieren:

    • tijdens een vervolgafspraak op de polikliniek
    • via uw huisarts of verwijzend specialist
    • we sturen de informatie naar u toe
    • u wordt gebeld.
  4. Als universitair medisch centrum doen we veel onderzoek. Aan zulke onderzoeken kunnen patiënten en niet-patiënten meedoen. Uw behandelaar kan u ook vragen om mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek. U krijgt van ons dan informatie over het onderzoek. Zo kunt u beslissen of u wel of niet mee wilt doen. Deelname is nooit verplicht. Uw beslissing heeft ook geen gevolgen voor uw behandeling.

  5. We willen verspreiding van ziekten en resistente bacteriën in het UMCG zoveel mogelijk voorkomen. Resistente bacteriën zijn ongevoelig voor de standaard antibiotica en daardoor lastig te behandelen. Laat ons daarom weten of u:

    • waterpokken, krentenbaard, rode hond of kinkhoest heeft. Of als u contact heeft (gehad) met iemand die een van deze ziekten heeft.
    • woont of werkt op een bedrijf waar varkens-, kippen- of runderen worden gehouden voor de vleesproductie.
    • het afgelopen jaar in een buitenlands ziekenhuis behandeld of opgenomen bent geweest.
    • een huisgenoot heeft met MRSA, een resistente bacterie.
    • zelf een resistente bacterie heeft. 

Contact

Heeft u vragen? U kunt ons bellen.